Historische foto van de 's-Gravenweg, met knotwilgen en een paard-en-wagen in de mist

Rotterdam · Kralingen

Geschiedenis van de
's-Gravenweg Rotterdam

's-Gravenweg, 20 september 1955. De foto laat goed zien dat de 's-Gravenweg midden jaren vijftig nog een landweg was. De eenzame fietser, het gebruik van de smalle rijbaan, sloten, weilanden en boerderijen bepaalden het landschap.

1000 jaar geschiedenis

Bekijk hoe de weg en Kralingen veranderden.

Bijzondere plekken

Buitenplaatsen, boerderijen, villa's en verdwenen gebouwen.

Wandel de 's-Gravenweg

Ontdek de geschiedenis onderweg.

Verhalen van bewoners

Mensen, herinneringen en gebeurtenissen.

Ontdek 4 kilometer en 1000 jaar geschiedenis - bekijk de kaart en wandel door de 's-Gravenweg - lees het verhaal en ontmoet de bewoners

Vandaag in Kralingen en de 's-Gravenweg
  • 22 oktober 1868 — met Tavenraat en Dirk over de 's-Gravenweg (9 oktober '26). Lees hier verder.
  • Het Geheim van Hotel New York in première op AFFR (9 oktober '26). Lees hier verder.
  • Openbare verkoop van boerderij Nooit Gedacht, 1852 (2 oktober '26). Lees hier verder.
  • Bewonersbijeenkomst waterveiligheid bij Excelsior (2 oktober '26). Lees hier verder.

Oudere berichten: bekijk alle berichten

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis

Beeld De Melkmeid, 1938, van Han Rehm
De Melkmeid
1938
Han Rehm

De Melkmeid

Hoe vaak ben ik er niet langs gefietst of gelopen.... het bronzen beeld De Melkmeid. Prominent en fier staat ze naast de Kuyl's Fundatie aan de 's-Gravenweg. Het beeld is in 1938 door Han Rehm ontworpen en heeft altijd in zijn atelier gestaan, afgegoten in gips.

Toen Han overleed en later zijn vrouw Cristel naar een verzorgingshuis vertrok, moest het atelier ontruimd worden. Frits, zijn zoon, en zijn vrouw Sara hebben het gipsen beeld meegenomen naar hun huis. Het was te groot om in een standaard huis binnen te plaatsen en daarom hebben zij besloten het beeld in brons te laten afgieten. Nu kon het in de tuin staan.

De Stichting Kuyl's Fundatie had belangstelling om het beeld een prominente plek aan de 's-Gravenweg te geven.

Han Rehm (1908 - 1970) was een echte Rotterdamse beeldhouwer. Hij woonde in de Hoflaan op nummer 70 en werkte vanaf 1930 tot 1970 in zijn atelier schuin aan de overkant van 's-Gravenweg 172. In Rotterdam bevinden zich meer beelden van zijn hand, onder andere van Cornelis Verolme en Fanny Blankers-Koen. Voor informatie over zijn leven, de Melkmeid en andere kunstwerken: www.hanrehm.nl.

Schilderij van Han Rehm in zijn atelier, door Zus Willemse Vervloet
Dit schilderij van Han Rehm in zijn atelier werd door Zus Willemse Vervloet gemaakt.

Han werd in een kunstzinnig nest geboren; zijn vader was een actief amateurschilder. Reeds op zeer jeugdige leeftijd ontplooide Han zijn creativiteit met boetseren.

Na het doorlopen van de middelbare school in Rotterdam is Han naar Engeland vertrokken om op de Reading University een kunstopleiding te volgen.

Na het behalen van een uitstekend diploma keerde Han terug naar Rotterdam om daar een korte periode aan de Rotterdamse Kunstacademie een opleiding tekenen te volgen. Hierna is hij vertrokken naar Antwerpen. Aan de Rijksacademie voor Schone Kunsten volgde hij een opleiding beeldhouwen. In 1930 is Han afgereisd naar Wenen om een verdere beeldhouwopleiding te volgen. In 1935 heeft hij zich in een eigen atelier te Rotterdam Kralingen gevestigd. Hier is in 1945 een woonhuis aangebouwd en heeft hij zijn bloeiperiode als beeldend kunstenaar beleefd.

De Kortekade gezien vanaf de Hoflaan, met een gemeentewerkman met waarschuwingsdriehoeken op de voorgrond, circa 1900
De Kortekade, gezien vanaf de Hoflaan, met rechts het voormalige gemeentehuis van Kralingen aan de 's-Gravenweg. Op de voorgrond een gemeentewerkman met een wagentje met waarschuwingsdriehoeken voor het verkeer. Let op de lange pijp die de man in zijn mond heeft. Circa 1900.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Water & Veen

Of de oorsprong van de 's-Gravenweg nog verder teruggaat dan de middeleeuwen, weten we niet. Archeologen hebben geen sluitend bewijs gevonden voor een prehistorische of Romeinse weg op het huidige tracé. Wel is bekend dat het gebied al vroeg werd gebruikt en bewoond. Tussen veen, kreken en hogere gronden moeten eenvoudige paden hebben gelopen. Het is bekend dat de Romeinen actief waren in het gebied rond Rotterdam. Het is dus niet ondenkbaar dat ze ook invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de infrastructuur in dit gebied.

De 's-Gravenweg begon niet als weg maar als wáterkering: een dijk die al in de elfde eeuw van Vlaardingen naar Gouda liep. Toen halverwege de dertiende eeuw de Schielands Hoge Zeedijk werd aangelegd, kwam deze oudere dijk binnendijks te liggen. Hij verloor zijn waterstaatkundige functie en hield alleen zijn hoogte over — en daarmee zijn bruikbaarheid als droge route door een nat veengebied.

Wat er wél lag

Dit gebied lag zuidelijk van de Romeinse grens, dus bínnen het Romeinse Rijk, in de monding van de Maas. Geen stad, geen fort, geen villa's: veen, kreken en oeverwallen, met boerderijen op de droogste ruggen. Het bestemmingsplan voor Kralingen gaat er tot op vandaag van uit dat er in de hele wijk bewoningssporen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen in de bodem kunnen zitten. Uit de wijde omgeving zijn die sporen ook daadwerkelijk opgegraven.

De Romeinse tijd

In het jaar 12 voor Christus komt de zuidelijke helft van Nederland tot aan de Rijn in Romeinse handen. Dat heeft grote gevolgen. Er komen wegen en kanalen. Aan de rijksgrens langs de Rijn worden forten gebouwd. Ook de monding van de Maas wordt bewaakt: bij Oostvoorne heeft waarschijnlijk een Romeins fort gelegen.

De boerenbedrijven worden groter en gaan meer produceren. De Romeinse legers en bestuurders zorgen namelijk voor een groeiende vraag naar voedsel en andere producten. Om meer land geschikt te maken voor akkerbouw en veeteelt graven de mensen sloten en greppels. Ze leggen ook dammen en sluizen aan. De lokale bevolking profiteert van de economisch goede tijden. Ze kan zich soms Romeinse luxegoederen veroorloven (dakpannen, vloerverwarming, glazen vaatwerk en zelfs oesters).

In de tweede helft van de 3e eeuw gaat het politiek en economisch slecht met het Romeinse rijk. In onze (grens)streek zijn er steeds meer vijandelijke invallen en tegelijkertijd wordt het landschap natter. Voor de boeren is het bestaan moeilijk en de mensen trekken daarom weg.

Is de weg Romeins? Nee — maar de grond daaronder wél!

Oude bronnen beweren het met overtuiging. Een negentiende-eeuws tijdschriftartikel citeert de achttiende-eeuwse schrijver Engelberts, die stelt dat de weg afkomstig zou zijn van "de oude heerweg der Romeinen", met bij Kralingen nog overblijfselen. Etymoloog Alfons de Cock herhaalde dit in 1908. Sindsdien is de claim een eigen bestaan gaan leiden.

Maar…. in Rotterdam is nooit een Romeinse weg aangetroffen. De echte grens van het Romeinse Rijk — de limes — liep ruim twintig kilometer noordelijker, langs de Oude Rijn: Katwijk, Valkenburg, Leiden, Alphen aan den Rijn, Woerden, Utrecht. Het tracé van de 's-Gravenweg is een dijklichaam, en het oudste bewijs daarvoor dateert uit de elfde eeuw — acht eeuwen na de Romeinse tijd.

Schematische kaart: de Romeinse limes langs de Oude Rijn (Katwijk, Valkenburg, Leiden, Alphen aan den Rijn, Woerden, Utrecht), ruim 25 kilometer ten noorden van Kralingen. Bij Kralingen aan de Maas is geen Romeinse weg aangetroffen; bij Capelle wel een dam met duikers.
De werkelijke grens van het Romeinse Rijk lag zo'n 25 kilometer noordelijker, langs de Oude Rijn. Bij Kralingen is nooit een Romeinse weg gevonden — bij Capelle aan de Maas wél Romeinse resten: een dam met houten duikers.

Archeologische vindplaatsen

Centrum Rotterdam

Een huisplaats en een graf. Een huisplaats, sloten en de geul van de Rotte. Op honderdvijftig meter afstand een crematiegraf. Op de zuidoever kwamen vondsten boven: munten, fibulae (historische mantel- of doekspelden die in de oudheid en vroege middeleeuwen werden gebruikt om kledingstukken zoals mantels en toga's vast te maken), aardewerk, twee pikhouwelen en een umbo — de schildknop van een soldaat uit de hulptroepen. Te dateren tussen de eerste eeuw en het eerste kwart van de derde.

Umbo (messing schildknop) van een soldaat uit de Romeinse hulptroepen
Umbo (messing schildknop) van een soldaat uit de Romeinse hulptroepen. Bron: BOOR.

Websites

Literatuur

  • Moree, M., M. van Trierum en A. Carmiggelt. Onderzoeksagenda Archeologie van de gemeente Rotterdam (ROA), Prehistorie en Romeinse tijd, Rotterdam 2018.
  • Carmiggelt, A., A. Guiran en M. van Trierum. Archeologisch belangrijke plaatsen in de gemeente Rotterdam. Rotterdam 2007.

Centrum Rotterdam

Vier mensen, één brandstapel. In het graf lagen een volwassen man en vrouw, een kind van vijf tot zeven en een kind van hooguit vier — vermoedelijk samen gecremeerd, mogelijk een gezin. Tijdens het zeven van de grafinhoud werden 149 kleine ijzeren nagels van een schoen, 18 grote nagels van een baar of kist en een draadfibula gevonden. Er werden verbrande voedselresten aangetroffen, zoals hazelnoot en sleedoorn, maar ook onverbrand dierlijk bot.

Van de negen stukken aardewerk die werden aangetroffen, waren er vier verbrand. De verbrande objecten tonen aan dat er aardewerk gelijktijdig met de doden werd verbrand, misschien het vaatwerk met voedsel voor de overledenen. Ook na de crematie werden voorwerpen in het graf geplaatst, gezien de aanwezigheid van het onverbrande aardewerk en dierenbot.

Archeologisch onderzoek: 1981, 2003.

Rotterdam-Noord

Vier nederzettingen op een kreekrug. Vier nederzettingsterreinen en een grafveld, alle op de uitlopers van een kreekrug en omgeven door greppels en sloten. Eén boerderij had een driedelige plattegrond: een woongedeelte met haardplaats, een staldeel met boxen en dikke mestpakketten, en een latere uitbreiding.

Tekening van een huisplattegrond in Rotterdam-Noord, met staluitbreiding, stal en woondeel met haard
Tekening van een huisplattegrond in Rotterdam-Noord. Bron: Moree e.a. 1998, 2018.

Capelle a/d IJssel

Een dam met drie duikers.

Net als in Rotterdam was de bewoning in Capelle aan den IJssel in de Romeinse tijd vooral te vinden op de oeverwallen. De bewoners gebruikten de lagergelegen delen echter ook intensief. Daar is veel bewijs van teruggevonden in de vorm van sloten, greppels, sluisjes en duikers. De bewoners van het gebied deden dus volop aan watermanagement. De reden hiervoor is dat de landbouwproductie in de Romeinse tijd zich ontwikkelde van zelfvoorzienend naar een marktgerichte productie voor het Romeinse leger. Door het verbeteren van de waterhuishouding kon de productie worden vergroot.

Om de afwatering van een gebied te regelen werd een dam in een kreek gelegd. In de dam zat een duiker. Duiker: stel je een sloot voor die door een dam wordt onderbroken. Om het water toch van de ene kant naar de andere te laten stromen, wordt onder of door de dam een houten koker aangelegd. Dat is de duiker.

Bij archeologisch onderzoek in de wijk Middelwatering-West in Capelle a/d IJssel is een damconstructie teruggevonden met resten van drie duikers. Het eveneens gevonden aardewerk toont aan dat de bewoners voornamelijk geïmporteerd Romeins aardewerk gebruikten.

Dankzij de opgraving in 2000 weten archeologen hoe de dam is opgebouwd. Onderin lagen dikke pakketten klei waarin boomstammen waren verwerkt. Daarbovenop lagen pakketten vette klei afgewisseld met rietlagen. De top van de dam is niet bewaard gebleven. Er is één koperen munt gevonden, een as van keizer Trajanus uit 101.

Bronzen sestertius van keizer Trajanus, gevonden bij de dam in Capelle a/d IJssel
Trajanus werd in 98 na Christus keizer. Hij bleef tot het jaar 100 in Germania om in deze contreien de vrede te consolideren; hierna ging hij terug naar Rome.

De dam zal dus na die periode zijn aangelegd. De dam was verstevigd met een beschoeiing van elzenhouten palen. In de top van de dam bevonden zich de restanten van drie houten duikers gemaakt van elzenhout. Eén van de duikers was in de Romeinse tijd al verwijderd. Hiervan werd de insteek, schorsresten en de resten van een vlechtband teruggevonden. De andere duikers zijn slecht bewaard gebleven. Archeologen denken aan de hand van teruggevonden vlechtbanden dat ze uit twee helften bestonden, die bij elkaar gehouden werden door banden. Eén kant van de dam werd beschermd tegen afbrokkeling door middel van palenschermen.

Bronnen en verwijzingen

Literatuur

  • Jacobs, E. & A. Pavlovic. Capelle aan den IJssel. Een archeologisch onderzoek van een dam met duikers uit de Romeinse Tijd. BOORrapporten 77, Rotterdam 2001.
  • Archeologische kroniek Holland 2000.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Ontginning

De bewoners van deze streek legden in de Romeinse tijd geen weg aan, maar waterwerken. En ze deden dat om een reden: de landbouw verschoof van zelfvoorziening naar productie voor de markt — met het Romeinse leger als afnemer. Betere afwatering betekende meer opbrengst. De dam met duikers in Capelle ligt in dezelfde gemeente waar de 's-Gravenweg doorheen loopt, en lost hetzelfde probleem op als de dijk die er duizend jaar later overheen zou komen. De continuïteit tussen Romeinse tijd en 's-Gravenweg is geen tracé. Het is een probleem.

Het gat van vijf eeuwen

In de tweede helft van de derde eeuw raakt het Maasmondgebied grotendeels ontvolkt. De grond wordt te nat voor boeren en het Romeinse rijk valt uiteen, met toenemende vijandelijke invallen in de grensstreek. Archeologische vondsten uit de vierde en vijfde eeuw ontbreken in Rotterdam vrijwel geheel; uit de zesde en zevende eeuw zijn slechts enkele verspoelde vondsten bekend. Pas vanaf de achtste en zeker de negende eeuw vestigen mensen zich weer, op de smalle kleiige oevers van de Rotte. Van de tiende tot de twaalfde eeuw is die bewoning goed gedocumenteerd: dan ligt tussen het huidige Hofplein en de Maas de nederzetting Rotta.

Tussen het Romeinse landschap en de dijk die de 's-Gravenweg zou worden, zit dus een leegte van ruwweg vijfhonderd jaar. Een Romeinse weg kán hier niet zijn "doorgelopen" tot in de Middeleeuwen: er was niemand om hem te onderhouden, en het land zelf was intussen veranderd.

Het ontstaan van Rotterdam

Vermoedelijk al in de 8e en zeker in de 9e eeuw vestigen mensen zich op de iets hoger gelegen, smalle kleiige oevers van het riviertje de Rotte. Uit die vroege periode kennen we enkele vondsten, zoals aardewerk, mantelspelden en munten.

Duidelijker zijn de archeologische gegevens over de 10e- tot 12e-eeuwse bewoning langs de Rotte. Uit die periode zijn ook resten van boerderijen gevonden. Tussen het huidige Hofplein en de Maas lag ooit de nederzetting Rotta, met huizen langs beide oevers van het riviertje. De veen- en kleigronden zijn geschikt gemaakt voor akkerbouw, veeteelt en moestuinen. In twee oorkonden uit 1028 en 1050 wordt de kerk van Rotta genoemd. Tot nu toe is die nog niet bij een opgraving ontdekt.

In Rotta wonen boeren, die leven van de opbrengst van het eigen land en vee. Hun houten boerderijen, tussen de 15 en 20 meter lang, staan op kleine terpjes. Sommige producten halen ze van ver via handel: aardewerk uit België, Duitsland, Noord-Frankrijk of Engeland bijvoorbeeld. Dat er handel was, weten we ook door de vondst van munten uit Tiel, een belangrijke plaats in die tijd.

Rond het midden van de 12e eeuw komt er een eind aan de bewoning. Door de ontginningen is de bodem gedaald en er komen overstromingen. Het water van de Nieuwe Maas stroomt met kracht de Rotte binnen, ook de oevers worden aangetast. Allerlei gebruiksvoorwerpen en nederzettingsafval spoelen weg en komen in de modder terecht. Daar vinden archeologen honderden jaren later ook menselijke beenderen – misschien een aanwijzing voor het kerkhof van de kerk van Rotta?

Meer informatie? Ga naar “Bodemvondsten uit Rotterdam”.

De strijd tegen het water: de Schielands Hoge Zeedijk

De Schielands Hoge Zeedijk werd in de 13e eeuw aangelegd in opdracht van Aleid van Holland, gravin van Henegouwen, de dochter van graaf Floris IV van Holland. Haar broer, Willem II van Holland, zorgde er tijdens de regeerperiode van Aleid van Holland voor dat de dijk verder wordt gebouwd en versterkt, alles voor droge voeten.

Standbeeld van gravin Aleid van Holland bij de ruïne van een kasteel
Gravin Aleid van Holland. Geboren in 1228, dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant, getrouwd met Jan van Avesnes, leenvrouwe van de koningen van Schotland, en na de dood van haar man (1257) regentes over Henegouwen. Na de dood van haar broers Willem (1256) en Floris de Voogd (1258) wierp ze zich op als regentes van Holland voor de vierjarige Floris V van Holland. Ze vestigt zich in Holland en koopt in 1258 de polder Nuwer Scye van Dirk Bokel, ter hoogte van het huidige Schiedam.

De zeedijk liep van Schiedam tot Gouda. De dijk werd aangelegd om het achterliggende veengebied te beschermen tegen het open water van de Maas en de Noordzee. De 's-Gravenweg kwam binnendijks te liggen waardoor het gebied veiliger werd.

Middeleeuwse ontginning: het landschap wordt gemaakt

Het veengebied rond Kralingen was nat, slap en moeilijk bewoonbaar. De eerste ontginners groeven lange, evenwijdige sloten om het water af te voeren. Tussen die sloten ontstonden smalle stroken landbouwgrond. Zo groeide het karakteristieke slagenlandschap: een patroon van lange kavels dat op historische kaarten nog goed te herkennen is.

De ontwatering had echter een keerzijde. Zodra veengrond droogvalt, klinkt zij in en daalt het maaiveld. Daardoor moest het water steeds actiever worden beheerst. Dijken, sluizen, molens en later gemalen werden onmisbaar. Polderen betekende dus niet alleen land winnen, maar ook voortdurend samenwerken om dat land bewoonbaar te houden.

Vanaf de late middeleeuwen werd veen bovendien op grote schaal afgegraven voor turf. De brandstof bracht welvaart, maar liet diepe plassen achter en vergrootte het gevaar van overstromingen. Het huidige landschap is daardoor niet natuurlijk ontstaan; het is eeuwenlang door mensenhanden gevormd.

Het landschap langs de Oudedijk in Kralingen met op de achtergrond Rotterdam, 1818-1822
Het landschap langs de Oudedijk in Kralingen met op de achtergrond Rotterdam. 1818-1822

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Kralingen

Willem II, graaf van Holland en Zeeland
Willem II (1227–1256), graaf van Holland en Zeeland en koning van het Heilige Roomse Rijk. Meer informatie over de geschiedenis van het geslacht Van Cralingen: bramhoeijenbos.weebly.com. Zijn graf bevindt zich in de zuidmuur van de Koorkerk in de Abdij van Middelburg. (Bron: Wikipedia)

De geschreven geschiedenis van Kralingen gaat terug tot 1244, toen Hugo van Cralingen werd genoemd. Hugo van Cralingen (ca. 1185–7 juni 1256) was een van de eerste Heren van Cralingen. In 1233 werd hij beleend met het grondgebied 'Cralinghen'. Hij bezat onder meer jacht- en visrechten, het recht tol te heffen en beperkte rechtspraak uit te oefenen. Van 1244 tot 1252 diende hij als ridder onder Willem II, graaf van Holland en Zeeland en later koning van het Heilige Roomse Rijk.

Hugo van Cralingen was waarschijnlijk de stichter van Slot Honingen. Rond het slot groeide een nederzetting die een vroege kern van Kralingen vormde, al zorgde de veenontginning later voor verschuivingen van het dorp.

Kasteel Slot Honingen

Slot Honingen lag strategisch op een hoge plek in de laatste grote bocht van de rivier. Een diepe waterplas, ontstaan door overstromingen, vormde een natuurlijke slotgracht.

Historische kaart van Rotterdam met Honingen aangeduid, ten oosten van de stad
Rotterdam en Honingen op een historische kaart.
Slot Honingen

Het kasteel bestond uit vier torens rond een binnenplaats en was vanaf de Oudedijk bereikbaar via de Hoflaan. Rondom lagen visrijke vijvers die vanuit de Maas werden gevoed. Vanuit het slot bestuurde de familie Van Cralingen het ambacht. Zij verpachtten land en waren verantwoordelijk voor onderhoud van wegen en dijken.

Slot Honingen was een van de grootste kastelen van Schieland. Het complex vormde een vierkant van ongeveer dertig meter. Aan de noordkant stonden zware achtkantige torens met spitsen en aan de westzijde een ronde verdedigingstoren. Een brede gracht en een houten ophaalbrug beschermden het slot.

Alijd van Kijfhoek (1470) was een van de rijkste erfdochters van de streek. Zij werd al op zesjarige leeftijd verloofd met de vijftigjarige Jan van Assendelft. Na zijn overlijden in 1480 werd een nieuw huwelijkscontract gesloten met zijn jongere broer Nicolaes, die veertig jaar ouder was dan Alijd. In 1485 trouwden zij en gingen de rechten op Cralingen over op de familie Assendelft. Nicolaes en Alijd kregen zeven kinderen.

In latere eeuwen wisselde de heerlijkheid Cralingen opnieuw van eigenaar. In 1657 kwam zij in handen van de minderjarige Johan Willem du Faget. Zijn voogd verkocht het gebied in 1668 voor 88.000 karolusguldens aan de stad Rotterdam. Daarbij hoorden ook de ruïne van Slot Honingen en de Kapel van Kralingen in de Sint-Laurenskerk.

Ruïne van Slot Honingen

Slot Honingen was tijdens de Tachtigjarige Oorlog zwaar beschadigd. In 1574 werd het verwoest nadat Willem van der Marck, beter bekend als Lumey, er gevangen had gezeten. Lumey, admiraal van de Geuzen, stond bekend om zijn gewelddadige optreden en was onder meer verantwoordelijk voor de plundering van de Laurenskerk.

Tot de verwoesting gold Slot Honingen als een indrukwekkend en rijk kasteel, gelegen tussen het dorp Cralingen en de Maas.

Vijver Park Honingen, Rotterdam, zwart-witkaart circa 1910 Vijver Park Honingen, Rotterdam, ingekleurde kaart circa 1910
Wat bleef was de vijver die voor Slot Honingen lag. Hier twee foto's van Vijverpark Honingen. Circa 1910.
Vijver Park Honingen, Kralingen, ansichtkaart 1902 Park Honingen Vijverweg, Kralingen Rotterdam, ansichtkaart 1902
Hier nog twee foto's van Park Honingen Vijverweg. Iets ouder dan de andere twee foto's, namelijk 1902.

Kralingen gold begin 18e eeuw als poort naar Amerika: emigranten wachten bij de Sint-Elbrechtskapel op de grote oversteek.

Vaak moesten emigranten wel zes weken wachten voordat zij Rotterdam in mochten.

De kapel van St. Elbrecht te Kralingen, met rechts een historische kaart van de omgeving
De kapel van St. Elbrecht te Kralingen, naar een tekening in oostindische inkt van L. Kortebrand (1744) berustende op het gemeentearchief te Rotterdam.

In Rotterdam was koopman Benjamin Furly — een uit Engeland afkomstige Quaker — de leider van de Quakers in de Zeven Provinciën. Hij was vermogend, wetenschappelijk geïnteresseerd en bezat in zijn huis aan het Haringvliet een omvangrijke bibliotheek. Furly moedigde Quakers en andere geloofsvervolgden aan naar Noord-Amerika te emigreren. Hij hielp een eerste groep Duitsers die in 1683 met het schip Concorde naar Pennsylvania vertrok en zich in Germantown vestigde. Zij worden beschouwd als de eerste Duitse emigranten die voet op Amerikaanse bodem zetten.

Toen begin achttiende eeuw de vrijheden en voorrechten van Pennsylvania in een soort grondwet werden vastgelegd, groeide de toestroom van emigranten uit Duitse gebieden, waar protestanten werden vervolgd. Rotterdam werd voor velen de aangewezen vertrekhaven naar een nieuw bestaan in Noord-Amerika.

In het eerste kwart van de achttiende eeuw waren het vooral Zwitserse doopsgezinden die naar Rotterdam kwamen. Leden van de Rotterdamse Doopsgezinde Kerk hielpen hen met onderdak, financiële steun en het vinden van een schip voor de ‘grote oversteek’. Daarvoor bestond de ‘Commissie voor Buitenlandse Noden’ en werden collectes gehouden. In Rotterdam bracht zo’n inzameling in december 1710 maar liefst 2008 gulden op. Ook het stadsbestuur droeg bij: in 1709 besloten de burgemeesters 450 gulden beschikbaar te stellen om te distribueren aen arme familien uyt de Nederpals tot derselver subsistentie op haer vertrek over Engeland naar Pensilvania.

Dat dit niet voldoende was, blijkt uit een verzoek uit datzelfde jaar van het Brielse stadsbestuur aan Rotterdam om steun voor emigranten die in Den Briel op vervoer naar Noord-Amerika wachtten. Met het vertrek van ongeveer 150 Zwitserse en Duitse gezinnen werd 1709 het eerste belangrijke emigratiejaar voor Rotterdam.

Toen Duitsland in 1726 nieuwe maatregelen tegen de doopsgezinden uitvaardigde, nam de emigratie verder toe. Een grote stroom vluchtelingen trok richting Rotterdam. Onderweg moesten zij soms wel 36 Rijntollen passeren.

Uiteindelijk kwamen zoveel vluchtelingen naar Rotterdam dat het stadsbestuur besloot hen buiten de stad te laten wachten tot hun schip gereed was. De St. Elbrechtskapel aan de Hoge Zeedijk werd de plek waar emigranten aankwamen en soms wekenlang op hun vertrek moesten wachten.

De omstandigheden waren erbarmelijk. Mensen overnachten in het open veld en ziekten braken uit. Het dodental liep zo snel op dat er op het kerkhof van Kralingen onvoldoende plaats was. De doden werden daarom overgebracht naar de overkant van de rivier, naar het Pesthuis van Rotterdam op het eiland Feyenoord.

Bron (bewerking): Engelfriet.net

De Sint-Elbrechtskapel

In de dertiende eeuw bestond al enige bebouwing langs de Maas, waar vissers woonden en de Sint-Elbrechtskapel een religieus centrum voor de streek vormde.

“Het was in de dagen, toen de Rotterdamsche visschers nog uittogen ter haringvangst. Alvorens in zee te gaan, begaven ze zich in menigte naar de Kapel van St. Elbrecht om zegen op hun onderneming af te smeeken, onder den aanroep: „Help ons terecht, heilige Adalbertus!”

De parochie Kralingen wordt genoemd rond 1270, gezien het feit dat er dan sprake is van een pastoor in Cralingen. De juiste ouderdom van de parochie Kralingen is niet bekend. De Kralingsche kerk wordt al genoemd tussen 1276 en 1280; in 1270 is er dus al sprake van een pastorie.

De gehele bevolking van het ambacht Kralingen zal in de 15de eeuw ten hoogste driehonderd zielen hebben bedragen. Na de bewogen jaren van Jacoba van Beieren volgde onder het bewind van Philips den Goede een periode van rust. De inwoners hielden zich in die tijd bezig met visserij, veeteelt, turfgraven en enige landbouw.

Historische kaart van Kralingen en omgeving met Slot Honingen en de plek van de kapel van St. Elbrecht

Als eerste kapel wordt de uit 1482 daterende Sint-Elbrechtskapel genoemd, gelegen in Kralingeroord nabij Kralingse Veer. Andere bronnen melden dat er al in 1426 sprake was van een kapel op Kralingeroord. Zij speelt dan een rol gedurende de woelige dagen van de Hoeksche en Kabeljauwsche twisten. Rotterdam staat aan de zijde van de Kabeljauwen. De kapel van Kralingeroord ondervindt spoedig de repercussie van het oorlogsbedrijf. Men was er van overtuigd, dat het gebouw in handen van de vijand een steunpunt zou kunnen zijn.

Als het dorp Kralingen in de loop van de tijd meer landinwaarts wordt verplaatst, bouwt men omstreeks 1550 de kerk met begraafplaats als centrum van het dorp. Het is een eenvoudig gebouw van 10 bij 30 meter. Na een beeldenstorm in 1572 gaat de kerk van rooms-katholieke in gereformeerde handen over, echter het kerkhof blijft voor alle gezindten. Zolang er een kerk bestaat wordt er begraven, dat gebeurt als Kralingen zelfstandig is maar ook als het dorp in 1895 door Rotterdam wordt ingelijfd.

De St. Ellebrechtskapel lag even voor het veer van Kralingen naar IJsselmonde aan de Maas, aan het Toepad (sedert 1895 St. Elbrechtspad geheten), dat aan de binnenkant van de Hoge Zeedijk (Nesserdijk) liep. Volgens verschillende auteurs zou de eerste steen ervan door baljuw Joris van Brederode gelegd in 1482 zijn gelegd.

Het gebouw werd in 1572 verwoest. Van Buijtenen heeft door een analyse van alle voorhanden documenten aannemelijk gemaakt dat de kapel wellicht al in 1419, zeker in 1426 bestond, vermoedelijk naast een strategisch gelegen toren, en dat ze in 1482 slechts is herbouwd.

Het ambacht Kralingen was doorsneden door een aantal „schoone wegen en paden”, die „alleraangenaamst zoo ter bewandeling als ter speelvaart met rijtuig” waren. Vele handen vonden werk in den aanleg en het onderhoud van de tuinen der buitenplaatsen, die de rijke Rotterdammers zich in den loop van de 18de eeuw eigen maakten.

De kapel behoorde tot het bezit van de heerlijkheid Kralingen, en werd samen daarmee in 1668 aan de stad Rotterdam verkocht. Volgens de opmeting van C. van Alkemade maten de ruïnes van de kapel toen 72 bij 18 voet. De ‘geruineerde capelle van St. Elbregt’ werd in 1689 in erfpacht gegeven aan Adriaen de Lange Pietersz. In 1785 kwam een herenhuis met toebehoren ‘vanouds genaemt St. Ellebrecht’ in bezit van oud-burgemeester Joan Gerbrand van Mierop. Het verdween in het midden van de 19e eeuw.

Van een 15e eeuwse kapel op Kralingen (Maasbode, 23 mei 1926)

Van de vele kapellen, die in vroeger eeuwen in en om Rotterdam werden aangetroffen, bekleedde die van St. Elbrecht een niet onbelangrijke plaats.

Zij bevond zich omtrent duizend Rijnlandsche voeten ten Oosten der stad, in „Cralingeroord”, aan de binnenzijde des dijks, den tegenwoordigen Schaardijk, loopende van de Nesserdijk naar het Kralingsche Veer, waar nu een Protestantsche kerk staat, dus tegenover IJsselmonde.

Kaartfragment met de vermelding ‘S Elbrecht’ bij Den Esch
Tekening van de Elbrechtskapel aan de Honingerdijk, circa 1700

Tekening van de Elbrechtskapel aan de Honingerdijk circa 1700. Naar een tekening van Van Alkemade & Van der Schelling, Kabinet der publyke enz. gebouwen en gezigten van Rotterdam en Schieland.

De kapel1) was toegewijd aan St. Elbrecht, een verbastering of inéénsmelting van den naam St. Adalbertus of St. Adelbertus, aartsdiaken van Utrecht, een afstammeling der koningen van Northumberland, leerling en medehelper van Willibrordus en verkondiger van het Evangelie in Friesland, overleden in 740. Hij wordt afgebeeld met lelie en boek, aan zijne voeten Kroon en scepter, in verband met zijn koninklijke afkomst.

Sommigen meenen, zoo lezen wij in een handschrift van Korte-brant, dat Joris, bastaard van Brederode en stadsvoogd van Dordrecht, Gouda en Rotterdam, op St. Adalbertsavond, 28 Juni 1430, den eersten steen der kapel gelegd zou hebben, waaraan de naam van St. Elbrechtskapel werd gegeven.2)

De bloeitijd der kapel nam evenals die van zoovele andere Roomsche bedehuizen, in 1572 een einde, toen zij, volgens sommigen, door de Spanjaarden werd verwoest, hetgeen misschien wel op rekening van de verwoede Watergeuzen moet worden gesteld. Langen tijd daarna werd de plek, waar het kerkje had gestaan, door boeren en andere inwoners van Rotterdam en Kralingen nog met devote bedoelingen bezocht.

In 1711 stond er nog als laatste overblijfsel een stuk muur van 6 voet, dat langzamerhand afbrokkelde en in 1744 geheel verdwenen was. Op of naast de fundamenten der verdwenen kapel is daarna een buitenplaats verrezen onder den naam van „het Huis St. Elbrecht” destijds toebehorende aan de heer Cancrien en als een „paleis huis” met stallen, koetshuis, hoogere en verdere opstal, in 1786 voor 12000 gulden verkocht.

Ook die buitenplaats is in de helft der vorige eeuw gesloopt. Alles werd met den grond gelijkgemaakt en zelfs de plek, waar eenmaal de St. Elbrechts kapel heeft gestaan, raakte bij velen in vergetelheid.

Voetnoten
1) De naam „Capel” komt het eerst voor in den tijd van Koning Dagobert in de VIIe eeuw. Hij werd toen gegeven aan een kastje of schrijn, waarin de reliquiën der Heiligen werden bewaard. Later werd dat kastje in een kleine kerk gebracht, waaraan de naam „kapel” gegeven werd.
2) Er zijn drie Heiligen met den naam van St. Adelbertus. Behalve St. Elbrecht kennen wij nog St. Adelbertus, bisschop van Praag, (956–997) maandag 23 April en St. Adelbertus, eerste aartsbisschop van Maagdenburg, gestorven 981, naamdag 20 Juni.

Het oude dorp Kralingen

Het oude dorp Kralingen lag aan de Veenweg, tussen de huidige begraafplaats Oud-Kralingen en de Kralingse Plas. Het veen werd aanvankelijk gebruikt als landbouwgrond. Toen vanaf de zeventiende eeuw de vraag naar turf sterk toenam, werd het gebied steeds verder afgegraven.

Door het uitbaggeren van veen tot onder de waterspiegel ontstonden grote veenplassen tussen Kralingen en Nieuwerkerk aan den IJssel. Het dorp kwam uiteindelijk op een smalle strook land tussen het water te liggen.

In de achttiende eeuw verplaatste het zwaartepunt van Kralingen zich naar de kruising van Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan: de Viersprong. Het oude dorp raakte langzaam ontvolkt. Halverwege de negentiende eeuw werden de meeste plassen drooggelegd en ontstond de Prins Alexanderpolder. De oude Veenweg verdween vrijwel volledig.

In 1795 werden Schout en Schepenen van de ambachtsheerlijkheid als gemeentebestuur aangesteld. Veel welgestelde Rotterdammers bezaten inmiddels een buitenplaats in Kralingen, zoals Honingen, Rozenburg, Jericho en Woudestein.

Het wapen van Kralingen, een rode achtpuntige ster op een gouden schild, is ontleend aan het familiewapen van Van Cralingen.

In de Sint-Laurenskerk bevindt zich nog altijd de Kapel der Heren van Kralingen. Deze kapel grenst aan de kapel met het praalgraf van admiraal Kortenaer.

De eerste bewoning ontstond langs rivieren en hoger gelegen ontginningslinten. Rond het midden van de zestiende eeuw groeide Kralingen uit tot een herkenbaar dorp. Langs de 's-Gravenweg en de Oudedijk lagen woningen van landarbeiders en buitenplaatsen, waaronder Huis Jaffa en Huis Jerusalem. Aan de Maas lag Slot Honingen.

Van het oorspronkelijke dorp Kralingen resteert vrijwel niets meer. Alleen begraafplaats Oud-Kralingen herinnert aan de oude nederzetting. Ook straatnamen als Honingerdijk en Slotlaan verwijzen naar het verdwenen slot. De vijver bij de Vijverlaan herinnert aan de vroegere slotgracht.

Begraafplaats Oud-Kralingen

Historie

De begraafplaats Oud Kralingen bevindt zich op de plaats die in vroeger eeuwen deel uitmaakte van het centrum van het dorp Kralingen. Er stond een parochiekerk die was omgeven door een kerkhof. De kerk dateert uit circa 1550 en was gebouwd in een eenvoudige gotische stijl. Na de beeldenstorm in 1572 ging de kerk van Rooms-Katholieke in protestantse handen over. Maar het kerkhof bleef voor alle gezindten, een algemene begraafplaats dus, in eigendom van de Hervormde gemeente Kralingen.

Turfsteken bij Kralingen, rond 1900
Turfsteken. Rond 1900.

In de achttiende eeuw raakte het dorp ontvolkt, omdat het veen zo diep uitgegraven werd dat er een grote watervlakte ontstond. Deze doorsneed de oude wegen en kaden. De weinige landbouwers moesten tenslotte hun heil elders zoeken, zodat kerk en kerkhof verlaten tussen grote plassen kwamen te liggen. Later werden de veenplassen drooggemalen. De begraafplaats is echter nooit afgegraven en ligt daarom als een duidelijke verhoging binnen de omringende Prins Alexanderpolder en Prinsenpark.

Prijslijst van de graven op begraafplaats Kralingen, 1845
“Prijslijst” 1845.

Het dorp verplaatste zich in de richting van Rotterdam en de kerk volgde. Op de hoek van de Hoflaan en Oudedijk verrees een nieuwe kerk (Hoflaankerk) die in 1842 werd geopend. Het oude kerkgebouw werd in 1844 gesloopt maar de muren bleven tot een hoogte van 1,20 meter staan. Binnen deze muren kwamen grafkelders die zich nu nog aan de noordzijde van de begraafplaats bevinden.

Doodgraver Arie van den Berg met echtgenote, circa 1860
Doodgraver Arie van den Berg met echtgenote, circa 1860. Fotograaf onbekend.

In 1876 is de nieuwe dodenakker aangelegd in Engelse landschapsstijl naar een ontwerp van architect W.C. Coepijn van de Dienst Gemeentewerken. In 1895 kwam de begraafplaats door de annexatie van Kralingen op Rotterdams grondgebied te liggen. Het oudste deel van de begraafplaats ligt achteraan, in de omgeving van de rouwkapel. Waar de huidige aula nu staat stond eerst een kapel welke in 1895 was gebouwd als opzichterswoning, waarbij het voorste deel dienst deed als wachtruimte.

Het verdwenen mausoleum van de familie Smit, circa 1920
Verdwenen mausoleum familie Smit, circa 1920. Fotograaf onbekend.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de woning verbouwd tot rouwkapel. Begin april 2003 is de rouwkapel gesloopt en is op bijna dezelfde locatie een nieuwe aula met ontvangstruimte gebouwd. Op 19 maart 2004 is de nieuwe aula in gebruik genomen.

Op Oud Kralingen bevinden zich enkele monumentale grafkelders. Rechts van de aula ligt het meest opzienbarende monument, het mausoleum van Pieter Kruyff Bartholomeus & Zn. dat inmiddels op de monumentenlijst is geplaatst. De vierkante kapel is in 1911 gebouwd in Neo-Romaanse stijl en heeft een koepeldak met lantaarn. Het gebouw is versierd met doodssymbolen als lauwerkransen en palmtakken. In de glas-in-lood vensters hoog in de zijgevels zijn vergankelijkheidssymbolen gebrandschilderd: een olielamp, een vlinder, een schedel en een zandloper.

In 2003 kwam het mausoleum op de monumentenlijst. Het raakte in verval, omdat de erfgenamen van Pieter Kruyff niet konden of wilden betalen voor de restauratie van het familiegraf. In 2006 besloten zij om de twaalf lijkkisten van hun familie in de oude grafkelders van de kerk van Oud Kralingen te herbegraven. Na een grondige restauratie werd het mausoleum in 2015 heropend als columbarium, een plaats waar urnen kunnen worden bijgezet. Eenmaal per jaar, op Open Monumentendag, is het mausoleum van binnen te bekijken.

Video: redding mausoleum in Oud-Kralingen

Al meer dan een eeuw is het mausoleum een van de meest indrukwekkende elementen van begraafplaats Oud Kralingen. Dit rijksmonument werd gebouwd als familiegraf, maar is met een grondige restauratie omgebouwd tot een columbarium waar urnen worden bijgezet.

Het mausoleum van de familie Kruijff op begraafplaats Oud-Kralingen
Het mausoleum van de familie Kruijff op begraafplaats Oud-Kralingen.

Bekijk de documentaire over de restauratie van het mausoleum te Kralingen, Hardstenen schoonheid. Bekijk de documentaire.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Buitenplaatsen

Buitenplaatsen, villa's en oude boerderijen – wonen langs een eeuwenoude weg

Wie over de 's-Gravenweg wandelt of fietst, ziet iets wat in Rotterdam zeldzaam is: een eeuwenoud landschap waarin boerderijen, buitenplaatsen en villa's naast elkaar vertellen hoe de stad zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Terwijl Rotterdam op veel plaatsen ingrijpend veranderde door industrialisatie, stadsuitbreiding en oorlog, bleef langs de 's-Gravenweg een opmerkelijk deel van het historische karakter bewaard.

De oudste bebouwing had vooral te maken met het boerenbedrijf. De 's-Gravenweg liep door een nat veenlandschap dat vanaf de middeleeuwen werd ontgonnen. Langs de weg lagen boerderijen met weilanden, sloten, boomgaarden en moestuinen. De langgerekte kavels die vanaf de weg het achterland in liepen, zijn op sommige plaatsen nog altijd in het landschap herkenbaar. Oude boerderijen herinneren daardoor niet alleen aan vroegere bewoners, maar ook aan de manier waarop het land eeuwen geleden werd ingericht.

Vanaf de zeventiende en vooral de achttiende eeuw kreeg het gebied een ander karakter. Welgestelde Rotterdammers zochten buiten de drukke en ongezonde stad ruimte, rust en frisse lucht. Kralingen lag dichtbij Rotterdam, maar voelde als het platteland. Langs oude wegen en tussen weilanden verschenen buitenplaatsen en herenhuizen, omgeven door tuinen, vijvers en boomgroepen. Hier kon men de zomer doorbrengen, gasten ontvangen en tegelijkertijd laten zien dat men tot de welgestelde burgerij behoorde.

In de negentiende en vroege twintigste eeuw kwam daar opnieuw een woonvorm bij: de villa. Rotterdam groeide snel en Kralingen werd steeds meer onderdeel van de stad. Toch bleef de 's-Gravenweg aantrekkelijk voor mensen die ruim en groen wilden wonen. Architecten ontwierpen er vrijstaande huizen in uiteenlopende stijlen. Sommige waren statig en klassiek, andere kregen kenmerken van chaletbouw, art nouveau, traditionalisme of de architectuur van de jaren twintig en dertig.

De laatste jaren zie ik langs de 's-Gravenweg een ontwikkeling die mij stoort. Karakteristieke oude huizen en boerderijtjes verdwijnen en maken plaats voor nieuwbouw die soms rechtstreeks uit een catalogus lijkt te komen: standaardisatie, snel, efficiënt en vaak zonder veel gevoel. Nog erger vind ik het wanneer een authentiek gebouw wordt gesloopt om vervolgens plaats te maken voor een namaakvariant die vooral probeert oud te lijken. Meer en meer wordt de 's-Gravenweg een straat met mooie huizen en een prettige leefomgeving, en verdwijnt stukje bij beetje juist datgene wat de 's-Gravenweg zo bijzonder maakt: de zichtbare gelaagdheid van eeuwen bewoning en geschiedenis.

Wat veelal toch blijft is dat er geen uniforme gevelwand is zoals in veel Rotterdamse stadsstraten. Sommige huizen lijken een eigen verhaal te vertellen. Oude toegangshekken, oprijlanen, monumentale bomen, bruggetjes over sloten, diepe tuinen en soms zelfs oude erfgrenzen herinneren aan vroegere generaties bewoners.

Daardoor vormen de buitenplaatsen, villa's en boerderijen zoals die verderop in deze interactieve geschiedenis beschreven worden, meer dan alleen mooie historische gebouwen. Samen zijn ze een soort stenen archief van Kralingen. Ze vertellen over boeren die het land bewerkten, kooplieden die buiten de stad een zomerverblijf lieten bouwen, ondernemers die een representatieve villa wensten en gezinnen die hier generaties lang woonden.

Wie vandaag over de 's-Gravenweg loopt, beweegt daarom niet alleen door een straat, maar door verschillende eeuwen tegelijk. Misschien is dát wel het bijzondere van deze weg: de geschiedenis is hier niet verdwenen. Ze staat nog langs de kant van de weg.

De 's-Gravenweg in vroeger tijden

's-Gravenweg, 1780

's-Gravenweg, 1780
's-Gravenweg. Datering: 1780.

Toen Kralingen nog een zelfstandige ambachtsheerlijkheid was, hieven de bestuurders belastingen op landbouw, water en jacht. Boeren moesten bijvoorbeeld een tiende van hun opbrengst afstaan. De plaats waar deze afdracht werd verzameld, een zogenaamde hoveling, is op sommige plekken nog herkenbaar aan uitstulpingen in sloten nabij bruggetjes.

De gewone inwoners woonden verspreid over het land en in het dorp aan de Veenweg. Veel dorpelingen verdienden hun brood met turfsteken. Op begraafplaats Oud-Kralingen staat nog een boom waarin volgens de overlevering sporen van aanleglijnen van turfschepen zichtbaar zijn.

Begraafplaats Oud-Kralingen

Dit's bloejend Kralingen, eertijds slechts zeer gering
Nu digt en schoon bebouwd in heel zijn ommekring.
Dan, 't wordt door zijnen bloei met zijnen val bedrijgt,
Daar 't door de veenderij, voor landen water krijgt.

Door de turfwinning veranderde Cralingen in korte tijd in een plassengebied. Het dorp raakte steeds meer omringd door water. Vanaf het begin van de achttiende eeuw trokken veel bewoners daarom weg naar de Viersprong.

Ansichtkaart van de Viersprong, waar Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan bij elkaar komen, westwaarts gezien, 1904
Het eind van de Oudedijk genoemd de Viersprong omdat hier Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan bij elkaar komen, westwaarts gezien. Rechts de theekoepel van villa Laanzicht. 1904.

Daar ontstond geleidelijk een nieuw Kralingen. Door deze verplaatsing wordt Kralingen wel een 'wandelend dorp' genoemd. Uiteindelijk verhuisde ook de kerk naar de Viersprong. Alleen begraafplaats Oud-Kralingen bleef achter als herinnering aan het verdwenen dorp.

Kaart uit 1868
Kaart, 1868.

Van zelfstandig Kralingen naar Rotterdam

Veel welgestelde Rotterdammers hadden in Kralingen een zomerverblijf, van waaruit zij per koets hun werkplek in Rotterdam konden bereiken. Deze verblijven werden steeds vaker permanent bewoond en zo ontwikkelde Kralingen zich tot een forensendorp.

Omstreeks 1870 kreeg Rotterdam steeds grotere problemen met de huisvesting van zijn snelgroeiende bevolking. Op Kralings grondgebied werden daarom arbeiderswoningen gebouwd.

Ook Rotterdamse bedrijven vestigden zich in Kralingen, waardoor de belangen van beide gemeenten steeds meer verweven raakten. De snelle bevolkingsgroei bracht echter grote problemen met zich mee. Kralingen had geen riolering. Bewoners van de vaak eenvoudige arbeiderswoningen loosden hun afvalwater en fecaliën in sloten met vrijwel stilstaand water. Vooral in de Voorpolder, tussen Jaffa, Oudedijk, Hoflaan en Oostzeedijk, leidde dit tot stank en gevaar voor epidemieën.

Kralingen was te klein om zelf een gesloten rioolstelsel met lozing op de Maas te bekostigen. Doorspoeling van de sloten was een mogelijkheid, maar het waterschap beschouwde de volksgezondheid als een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Kralingen zag zich daarom gedwongen met Rotterdam te onderhandelen over grenscorrecties in ruil voor financiële hulp.

Rotterdam wilde daaraan meewerken. De Kralingse gemeenteraad stelde echter een reeks voorwaarden, waaronder verlaging van de prijs van gas en drinkwater. De onderhandelingen sleepten zich voort en Rotterdam verloor geleidelijk zijn belangstelling.

Intussen bleef de situatie in de Voorpolder onhoudbaar. Op 9 april 1889 stelde Rotterdam een ultimatum: er moest een overeenkomst over de grenscorrectie komen, anders werden de onderhandelingen beëindigd. Kralingen hield vast aan de eis dat eerst de waterverversing geregeld moest worden. Daarmee liepen de besprekingen vast.

Gemeentehuis Kralingen, potloodschets Gemeentehuis Kralingen, historische foto Gemeentehuis Kralingen, aquarel/schilderij
Het Gemeentehuis van Kralingen in resp. 1879, 1900 en 1908.

Het gemeentebestuur van Rotterdam benadrukte dat de gemeente Kralingen financieel gezond was en de problemen zelf kon oplossen. Onder de bevolking van Kralingen bestond inmiddels een meerderheid voor aansluiting bij Rotterdam, terwijl de gemeenteraad tegen bleef.

Uiteindelijk werden de beide gemeenten 28 februari 1895 verenigd. In de Voorpolder kon eindelijk worden begonnen met de aanleg van riolering.

De Oudedijk in 1929, met trambanen, handkarren, paard-en-wagen en statige herenhuizen
De Oudedijk in 1929. Trambanen, handkarren, paard en wagen en statige herenhuizen laten zien hoe het voormalige dorpslint veranderde in een levendige stadsstraat.

17e–18e eeuw

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Industrie & Spoor

Door de groeiende behoefte aan brandstof werd het veengebied rond Rotterdam op grote schaal afgegraven. Turf was het 'zwarte goud' van de tijd. In enkele eeuwen veranderde het achterland van Rotterdam in een uitgestrekt plassengebied. De plassen werden door storm en golfslag steeds groter. Het dorp Kralingen kwam daardoor op een steeds smallere strook land te liggen. Bewoners trokken weg en vestigden zich rondom de Viersprong.

Vanaf de achttiende eeuw werd het plassengebied drooggelegd. In 1870 verdween ook de plas ten oosten van de Kralingse Plas door de aanleg van de Prins Alexanderpolder.

Landbouw bleek in de nieuwe polder niet rendabel. Nog vóór 1900 werd tuinbouw de dominante bedrijvigheid. Vooral langs de 's-Gravenweg en de Ringvaart ontstonden vele tuinderijen. Producten werden per schouw via sloten en vaarten naar Rotterdam vervoerd.

Het oude dorp Kralingen was inmiddels economisch geïsoleerd geraakt. Het centrum verplaatste zich definitief naar de Viersprong, waar een nieuw gemeentehuis, de Hoflaankerk en woonstraten verrezen.

Industrie kwam al vóór het spoor

Al rond 1720 vestigde Pieter Barbet aan de 's-Gravenweg de katoendrukkerij Non Plus Ultra. Dat was geen klein ambachtelijk bedrijf, maar een omvangrijke onderneming. Barbet kocht grond aan weerszijden van de weg; achter het huidige 's-Gravenhof lagen drukloodsen, bleekvelden en waterlopen voor het wassen en spoelen van textiel. In 1723 liet hij het nog bestaande 's-Gravenhof bouwen. Non Plus Ultra behoorde tot de belangrijkste katoendrukkerijen van Rotterdam en omgeving.

Dat maakt 's-Gravenhof eigenlijk bijzonder: het was tegelijk buitenplaats, directeurswoning en onderdeel van een industrieel complex. De provincie noemt het daarom expliciet een industriële buitenplaats. De fabriek bleef ongeveer anderhalve eeuw aan de 's-Gravenweg gevestigd. Na een grote brand in 1870 werd de productie verplaatst naar de omgeving van de Oostzeedijk. De onderneming leefde voort als de Kralingsche Katoenmaatschappij en ging uiteindelijk in 1931/1932 ten onder.

Daarnaast ontstonden langs de weg andere vormen van bedrijvigheid. Een mooi voorbeeld is Landzicht, dat in de negentiende eeuw in handen kwam van de Rotterdamse touwslagers N. en A.W. Hoos. Op het terrein kwamen een touwbaan, loodsen, kantoren en arbeiderswoningen. De deftige buitenplaats en de fabriek begonnen hier letterlijk door elkaar heen te lopen. Ook aannemers, tuinders en kleinere bedrijven vestigden zich langs het lint.

En toen kwam de trein

Overwegwachtershuisje bij Halte Kralingsche Veer, met personeel op de foto
Spoorhalte: Halte Kralingsche Veer.

Halverwege de negentiende eeuw veranderde het landschap ingrijpend. De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij legde de verbinding Utrecht–Gouda–Rotterdam Maas aan. De lijn naar Rotterdam werd vanaf 1855 in gebruik genomen en eindigde uiteindelijk bij station Rotterdam Maas, ongeveer ter hoogte van de huidige Maasboulevard.

Voor de 's-Gravenweg is vooral het oostelijke gedeelte interessant. De spoorlijn liep vanuit Rotterdam in de richting van Capelle, Nieuwerkerk en Gouda en kruiste bij de IJsselmondselaan de oude wegenstructuur rond de 's-Gravenweg. Het gebied was toen nog verrassend landelijk: buitenplaatsen, boerderijen, tuinderijen, weilanden en hier en daar arbeiderswoningen.

Bij de IJsselmondselaan kwam zelfs een kleine spoorhalte: Halte Kralingsche Veer. Die werd geopend in 1905 en gesloten in 1935. Er stond een overwegwachtershuisje en bij het naderen van een trein klonk een seinklok, waarna de overwegbomen werden gesloten.

Het spoor verdwijnt weer

Na de oorlog veranderde het Rotterdamse spoorwegnet volledig. Het oude tracé naar station Rotterdam Maas verloor zijn functie toen de spoorlijn richting Gouda naar het noorden werd verlegd. In 1953 werd het oude oostelijke spoortracé gesloten. Daarmee verdween een infrastructuur die ongeveer een eeuw lang het landschap van Kralingen had doorsneden.

Maar het tracé verdween niet werkelijk uit de stad. Delen ervan werden gebruikt voor nieuwe wegen. In de jaren zestig ontstonden op of nabij het voormalige spoortracé onder meer Kralingse Zoom/Boszoom en de Maasboulevard. De aanleg daarvan veranderde het landelijke gebied rond de 's-Gravenweg definitief in een stedelijk landschap.

Bronnen: Geschiedenis van Zuid-Holland — Buitenplaats 's-Gravenhof; archiefedwardbary.nl — NS-infrastructuur; Historische Vereniging Capelle a/d IJssel, nieuwsbrief 2014.

Gezicht op de 's-Gravenweg vanaf de Viersprong, 1910
Gezicht op de 's-Gravenweg uit het westen, vanaf het eind van de Oudedijk, genaamd de Viersprong omdat hier Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en de Hoflaan bij elkaar komen. Datering: 1910.

De Hoflaankerk op de hoek van Hoflaan en Oudedijk werd in 1842 gebouwd als Waterstaatskerk. Op Eerste Kerstdag 1842 vond de laatste dienst plaats in het kerkje aan de Veenweg. Een dag later werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Twee jaar later werd de oude kerk gesloopt.

Oudedijk bij de Viersprong, 1910
Oudedijk bij de Viersprong. Links de Hoflaankerk aan de Hoflaan en op de achtergrond sociëteit "Eendracht maakt Macht" aan de Waterloostraat. Datering: 1910.
Buitenplaats Ramleh aan de Oudedijk in Kralingen bij de Jaffabuurt, circa 1890
Buitenplaats "Ramleh" aan de Oudedijk in Kralingen bij de Jaffabuurt. Datering: circa 1890.

De Oudedijk maakt deel uit van de zeedijk die in de twaalfde eeuw werd aangelegd. Aan de oostzijde sluit hij aan op de 's-Gravenweg.

In 1668 kocht Rotterdam de ambachtsheerlijkheid Kralingen. In 1795 werd Kralingen een plattelandsgemeente. Het oude dorp in het gebied van de latere Prins Alexanderpolder verdween volledig.

In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstond een nieuw dorp bij de Viersprong. In 1895 werd Kralingen door Rotterdam geannexeerd.

De Hoflaan in Kralingen, gezien vanaf de Oudedijk, met de Hoflaankerk, circa 1900-1910
Dit is de Oudedijk. Rechts de Avenue Concordia en op de achtergrond de Hoflaankerk en daarvoor de Kralingsche Herensociëteit “Eendragt Maakt Magt”. Datering: 1900 - 1910.
Herensociëteit Eendragt Maakt Magt op de hoek van de Oudedijk en Waterloostraat
Oudedijk, herensociëteit “Eendragt maakt Magt”. Een van de meest markante gebouwen in Kralingen, dat in 1976 is afgebroken in verband met de aanleg van de metro, was de herensociëteit "Eendragt Maakt Magt". Dit gebouw, opgeleverd in 1904, stond op de hoek van de Oudedijk en Waterloostraat. In 1974 verhuist de sociëteit naar woonhuis De Leeuw op de hoek van de Kralingse Plaslaan en Mecklenburglaan. In metrostation Voorschoterlaan is een deel van de façade van het oude sociëteitsgebouw verwerkt in de hal. Foto: Stadsarchief, datering 1954.

De Kralingse Plas ontstond in de 17e eeuw door turfwinning. De Kralingse Plas heette vóór 1895 de Bosch- of Noordplas. Aan het begin van de 20e eeuw maakte de gemeente plannen voor een groot stadspark. De aanplanting van het bos begon in 1927 en op 28 november 1953 werd het officieel geopend.

Scholieren planten eikenbomen in het Kralingse Bos op de eerste boomplantdag, 2 april 1928
Scholieren planten eikenbomen in het Kralingse Bos (toen nog Kralinger Hout geheten) op de eerste boomplantdag, 2 april 1928. Fotograaf onbekend.

Vanaf 1928 is de grond eindelijk voldoende opgehoogd, en begint men met het planten van speciaal in Noord-Brabant gekweekte eiken. De Rotterdamse schooljeugd wordt hierbij ingezet op speciale boomplantdagen. In de jaren dertig van de 20e eeuw worden er in het kader van de werkverschaffing ook werkelozen ingezet bij de aanleg en beplanting. Een groot deel van deze bomen wordt tijdens de hongerwinter opgestookt in de kachel. Het vele puin, afkomstig uit het centrum van de gebombardeerde stad, wordt gedumpt in de zuidelijke hoek van de Plas. Zo ontstaat een groep kleine eilanden, die ten behoeve van wandelaars worden verbonden met een reeks loopbruggen. In 1953 wordt het Kralingse Bos dan eindelijk officieel geopend.

Wagenveer tussen Gouda en Rotterdam

In 1653 kwam tussen Gouda en Rotterdam een gereguleerde koetsdienst tot stand. Het wagenveer bood reizigers een vaste verbinding over de straatweg. De route liep via Nieuwerkerk en Kralingen naar Rotterdam en maakte de 's-Gravenweg tot een belangrijke schakel in het regionale personenvervoer.

Een wagenveer is geen veerpont, maar een regelmatige verbinding met wagens tussen twee plaatsen. Zo waren er al in de 17e eeuw wagenveren tussen diverse grote steden in Nederland, naast de trekschuiten in de trekvaarten.

Omdat Gouda geen trekvaart wilde in de verbinding met Rotterdam, werd het Gouds Wagenveer tussen Gouda en Rotterdam een belangrijke schakel in de verbinding tussen onder meer Amsterdam en Antwerpen.

Lees hier verder: Het Gouds Wagenveer.

18e–19e eeuw

Vanaf 1740 begon Rotterdam delen van de omliggende veenplassen droog te leggen. Het laatste grote project was de droogmaking van de plassen ten oosten van Rotterdam.

Voor de drooglegging werden vier stoomgemalen gebruikt. Het hoofdgemaal stond in Kralingse Veer. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, zoon van koning Willem III, daar de eerste steen. In 1873 kreeg de nieuwe polder officieel de naam Prins Alexanderpolder.

In 1874 en 1875 werden de drooggevallen gronden verkocht. Prinsenland ontwikkelde zich snel tot een belangrijk tuinbouwgebied, vooral langs de 's-Gravenweg, Ringvaartweg en Kralingseweg.

Tot circa 1930 werd het landschap gedomineerd door lage platglaskassen, afgewisseld met weilanden. Later verschenen hogere kassen met houten en betonnen constructies.

Naast hun werk maakten de tuinders tijd voor ontspanning. Aan het begin van de Kralingseweg lagen een wielerbaan en een schietbaan. De tuinders hadden er hun eigen schietvereniging, De Loerende Kat, waaraan ook vrouwen deelnamen.

Een geliefde wintertraditie was schaatsen naar Gouda om daar kleipijpen te kopen. De uitdaging was zoveel mogelijk pijpen ongebroken thuis te brengen.

Twee mannen met een tank bij een vrachtwagen Twee mannen dragen elk een tank op hun schouder, met een boerderij op de achtergrond
Tot 1963 werden "stronttonnen" opgehaald. Hier twee medewerkers van de ophaaldienst (ROTEB?) voor het boerderijtje "Kralingenzigt", 's-Gravenweg 421.
's-Gravenweg ter hoogte van de kruising met de Essenlaan, Rotterdam-Kralingen, circa 1908-1912
Locatie: 's-Gravenweg, ter hoogte van de kruising met de Essenlaan, Rotterdam-Kralingen. Rechts de ophaalbrug die toegang geeft tot het wooncomplex Bouw- en Rustplaats, links de vaste brug naar de Essenlaan. Circa 1908–1912.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: Oorlog — Joodse geschiedenis van de 's-Gravenweg

's-Gravenweg 49 — gezin Rosenstiel

De familie Rosenstiel: Wilhelm Rosenstiel, Irma Oppenheimer en hun kinderen Liselotte Karolina en Albert
De familie Rosenstiel. Wilhelm Rosenstiel, zijn vrouw Irma Oppenheimer en hun kinderen Liselotte Karolina en Albert.

Op 22 oktober 1938 werd hier het gezin Rosenstiel ingeschreven. Ze waren vluchtelingen die in 1937 nazi-Duitsland ontvluchtten en eerst gingen inwonen op de Oudedijk 13 in Rotterdam. Het gezin bestond uit Wilhelm (Neustadt, 13 januari 1886 – Sobibor, 20 maart 1943), die met zijn broer een wijnfabriek zou hebben gehad, zijn echtgenote Irma Oppenheimer (Mergentheim, 7 november 1896 – Sobibor, 20 maart 1943) en hun kinderen Liselotte Karolina (Neustadt, 17 maart 1923 – Sobibor, 20 maart 1943) en Albert (Neustadt, 17 december 1925 – Sobibor, 20 maart 1943). Dochter Liselotte Karolina is volgens historica Aline Pennewaard niet vermoord op 20 maart 1943, maar speelde een belangrijke rol bij de opstand in Sobibor van 14 oktober 1943. Zij zou 'Luka' geweest zijn, de muze van Sasha Pechersky, een van de leiders van de opstand. Luka zou, net zoals Pechersky, bij de opstand zijn ontsnapt en enkele dagen later nog in Chelm, zo'n 50 km van Sobibor verwijderd, zijn gezien. Daarna ontbreekt van haar elk spoor.

In het begin van de oorlog woonde het gezin Rosenstiel op de Van Ostadelaan 3 in Naarden.

Bron: joodserfgoedrotterdam.nl — 's-Gravenweg

Pasfoto van Liselotte Karolina Rosenstiel, met op de achterzijde haar naam handgeschreven
Pasfoto van Liselotte Karolina Rosenstiel in haar dossier.

Luka Rosenstiel, de muze van Sobibór

In 1990 overleed Alexander Pechersky, de leider van de opstand in Sobibór op 14 oktober 1943. Zijn inspiratiebron in het kamp was 'Luka', een jonge vrouw van een jaar of 19. Wie zij was, is nooit met zekerheid vastgesteld. Maar na gedegen onderzoek lijkt haar identiteit nu eindelijk bevestigd.

Volgens Pechersky slaagde Luka erin bij de opstand te ontsnappen. De laatste informatie die Pechersky over Luka ontving, is dat ze nog werd gezien te midden van een groep gevangenen die in de richting liep van Chełm, een stad op ongeveer 50 kilometer afstand van het kamp. Daarna ontbreekt elk spoor van haar, maar aangezien na de oorlog nooit meer iets van Luka Rosenstiel werd vernomen, kunnen we aannemen dat zij de bevrijding niet heeft gehaald. Hoe en waar ze stierf, zal wel altijd een onbeantwoorde vraag blijven. Maar in elk geval heeft ze nu, jaren na haar ontsnapping uit Sobibór, haar naam en haar gezicht terug.

Lees hier het artikel van Aline Pennewaard over Luka Rosenstiel: niw.nl — Luka Rosenstiel, de muze van Sobibor

's-Gravenweg 55 — Celestina Samson-Wolf

Vanaf de zomer van 1939 woonde Celestina Samson-Wolf op 's-Gravenweg 55.

Celestina was weduwe van David Levie Samson. David en Celestina kregen vijf kinderen: Barend Jacques, Marinus, Jacques, Sophia Maria en Helena Maria. Celestina maakte het begin van de Duitse bezetting nog mee. Zij overleed op 13 juli 1940 in Apeldoorn, twee maanden na de Duitse inval.

De vervolging trof later ook haar familie. Haar oudste zoon Barend Jacques, die aan de Essenburgsingel 7a woonde, werd gedeporteerd en kwam op 6 mei 1944 in Auschwitz om het leven.

's-Gravenweg 64 — Selma Johanna Hagens

Op nummer 64 woonde Selma Johanna Hagens. Zij vestigde zich hier op 3 juli 1933 met haar eerste echtgenoot Marcus Polak.

Hun huwelijk werd in 1936 ontbonden. Op 23 maart 1938 trouwde Selma met Frans Willem van Reeuwijk en verliet zij de 's-Gravenweg. Zij ging wonen aan de Burgerdijkstraat 17.

Tijdens de bezetting werd Selma slachtoffer van de Jodenvervolging. In 1942 werd Selma tweemaal door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Uiteindelijk werd zij gedeporteerd naar Auschwitz. Daar werd Selma Johanna Hagens op 27 december 1942 vermoord.

Haar geschiedenis krijgt aan de 's-Gravenweg nog een extra dimensie. Enkele huizen verderop woonden tijdens de oorlog haar ouders.

's-Gravenweg 74 — Hanri en Dientje Hagens-de Lime

In 1941 woonden op 's-Gravenweg 74 Hanri Hagens en zijn vrouw Dientje Hagens-de Lime. Hun verblijf aan de 's-Gravenweg is voor de periode van januari tot december 1941 gedocumenteerd.

Hun dochter was Selma Johanna Hagens, die eerder met haar echtgenoot op nummer 64 had gewoond. Daarmee woonden aan de 's-Gravenweg in betrekkelijk korte tijd twee generaties van dezelfde Joodse familie. Ook Hanri en Dientje ontkwamen niet aan de vervolging. Beiden werden gedeporteerd en op 15 oktober 1942 in Auschwitz vermoord. Waar zij een jaar eerder nog aan de lommerrijke 's-Gravenweg woonden, eindigde hun leven nauwelijks een jaar later in het grootste vernietigingskamp van nazi-Duitsland.

's-Gravenweg 111a — de familie Van Leeuwen-Van Straten

Asbak van N.V. Papiergroothandel en Fabrieken v/h Gebr. Cats
Asbak van de Papierhandel en Fabriek v/h Gebroeders Cats, met vestigingen in Amsterdam en Rotterdam.

Vanaf 3 juni 1938 tot december 1940 woonden Joseph van Leeuwen en zijn vrouw Elizabeth van Straten op 's-Gravenweg 111a. Joseph begon zijn loopbaan als kantoorbediende. Later maakte hij carrière en werd hij directeur van de Papierhandel en Fabriek v/h Gebroeders Cats aan de Goudsesingel.

Joseph en Elizabeth hadden twee kinderen: dochter Pauline van Leeuwen (roepnaam Lien) en hun zoon Samuel Louis van Leeuwen (roepnaam Boy). Na tweeëneenhalf jaar op de 's-Gravenweg te hebben gewoond verhuisde het gezin naar de Mathenesserlaan 477a. Het gezin werd tijdens de bezetting zwaar getroffen. Elizabeth van Straten werd op 5 november 1942 in Auschwitz vermoord. Tien dagen later, op 15 november 1942, kwam ook Joseph daar om het leven.

Boy werd op 12 januari 1943 in Mauthausen vermoord. Lien werd later naar Sobibor gedeporteerd en kwam daar op 21 oktober 1943 om het leven. Daarmee werd het gehele gezin Van Leeuwen-Van Straten slachtoffer van de Holocaust.

Reactie Anne Schram, 19 augustus 2026, via Facebook “Rotterdam in Oorlogstijd”:

Lien was getrouwd met Louis Swartberg. Lien en haar man werden in Sobibor geselecteerd als 'Arbeitsjude', om het verschrikkelijkste werk denkbaar te doen. Tot zij zelf vermoord werden. Alleen hun zoontje overleefde de oorlog.

Boy was actief lid van het Rotterdamsch Studenten Gezelschap (R.S.G.): hij speelde mee in toneelvoorstellingen en schreef ook voor het clubblad. In de zomer van 1942 probeerde hij als verstekeling op een schip te ontkomen naar het vrije Zweden. Maar hij werd verraden door zijn contactman en gearresteerd in de haven van Rotterdam.

Lien en Boy waren oud-leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium. Op hun oude school worden zij nog steeds jaarlijks herdacht. Terra eis levis sit — Moge de aarde licht zijn voor hen.

Hieronder het verhaal van Boy van Leeuwen (overgenomen van het Gedenkboek Mauthausen):

Boy en zijn vier jaar oudere zus Lien groeiden op in een zeer welgesteld milieu. Zijn jongensjaren bracht Boy door op de 's-Gravendijkwal, vanwaar de familie in 1938 verhuisde naar de 's-Gravenweg. In datzelfde jaar deed Boy aan het Erasmiaans Gymnasium eindexamen bèta en ging hij in Delft wiskunde studeren. Na zijn eerste jaar zwaaide hij om en begon hij de studie aan de Economische Hogeschool in Rotterdam. Toen zijn ouders na de meidagen van 1940 naar Noordwijk verhuisden, bleef Boy in Rotterdam, waar hij vanaf dat moment op het Heemraadsplein woonde.

Portret van Boy (Samuel Louis) van Leeuwen
Boy van Leeuwen

Tijdens zijn studententijd was Boy lid van het Rotterdams Studenten Gezelschap (R.S.G.). In 1941 organiseerde hij samen met Johan Ligtermoet een Mozartavond. Deze eerste 'discocauserie' werd positief ontvangen en zorgde voor een opleving binnen het Rotterdamsch Studenten Orkest (R.S.O.). Bij de derde discocauserie, op 1 oktober 1941, behandelde Boy van Leeuwen Bach.

Bron: Geschiedenis Rotterdamsch Studenten Orkest (R.S.O.) / Louis Sigismond Asch / Skald.

Totdat hem in 1941 het studeren verboden werd, leidde Boy dus het traditionele leven van een student. Hij had de gebruikelijke culturele en politieke interesses van een jonge intellectueel. In 1942 besloot hij te proberen uit Nederland weg te komen en naar Zwitserland te gaan. Zijn vrienden, vrezend dat Boy niet de handigheid zou hebben om zich uit eventuele precaire situaties te redden, trachtten hem zijn plan uit het hoofd te praten. Zij drongen erop aan dat hij zou onderduiken en slaagden er zelfs in een adres voor hem te vinden. Op dat moment echter ontdekte Boy een nieuwe vluchtroute, die door anderen al met succes was beproefd. Hij kon als verstekeling op een schip naar Zweden gaan en hij besloot de kans te wagen. In de zomer was zijn vertrek geregeld en leek een veilig heenkomen in zicht. Maar Boy kwam nooit verder dan de Rotterdamse haven. Verraden door zijn contactman aan boord, werd hij door de SD opgewacht en gearresteerd.

Boy van Leeuwen werd overgebracht naar Amersfoort en vandaar gedeporteerd naar Mauthausen, waar hij, 22 jaar oud, om het leven werd gebracht. Twee maanden eerder al waren zijn ouders vermoord in Auschwitz. Zijn zuster en haar man Louis Swartberg vonden in 1943 de dood in Sobibor. De enige van de familie die de oorlog overleefde, was hun jonge zoontje, dat zij op een onderduikadres in veiligheid hadden gebracht.

In memoriam S. L. van Leeuwen, tekst uit een gedenkuitgave

Uit het lustrumboek In memoriam (1946) van het Rotterdamsch Studenten Gezelschap.

Bijdragen: Stichting Sanderling, Anne Schram Ouweneel. Zuiderwoude.

Namen achter de huisnummers

Wie tegenwoordig over de 's-Gravenweg loopt of fietst, ziet niets van wat zich hier tijdens de bezettingsjaren heeft afgespeeld. Juist daarom zijn adressen als 49, 55, 64, 74 en 111a meer dan huisnummers. De geschiedenissen van haar bewoners verschillen. Wat hen verbindt, is de straat. De 's-Gravenweg was voor hen de plek waar zij thuiskwamen. Door hun namen opnieuw met die adressen te verbinden, wordt een vrijwel verdwenen hoofdstuk uit de geschiedenis van de 's-Gravenweg zichtbaar.

Op de website joodserfgoedrotterdam.nl staan de verhalen over de vele sporen van Joods Rotterdam.

Bombardement

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 kwamen geen directe bommen in het tuindersgebied terecht. De volgende dag vonden tuinders wel tussen hun kassen papieren van de bank van Mees aan de Blaak, die door de explosies kilometers waren meegevoerd.

Fragment van een kaart van de 's-Gravenweg-omgeving met zwarte stippen en kruisen op de plekken waar bommen zijn gevallen tijdens het bombardement van 1940
Op het fragment van deze kaart zijn de plaatsen aangeduid waar tijdens het bombardement (enkele) bommen op de 's-Gravenweg zijn gevallen. De zwarte stippen geven de precieze plekken aan. De volledige kaart, vervaardigd op 20 mei 1940, "Duitse bommen op Rotterdam" vind je hier: vgnkleio.nl.

Veel slachtoffers van het bombardement vonden tijdelijk onderdak bij tuinders. Langs de Ringvaartweg en Kralingseweg werden noodwoningen gebouwd.

Tijdens de bezetting moesten tuinders 's nachts wachtlopen om te voorkomen dat vee werd gestolen. Tegen het einde van de oorlog groeven de Duitsers dwars door de Kralingseweg een tankgracht. Daarvoor moesten enkele woningen en een verenigingsgebouw verdwijnen.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: De stad rukt op

De bloeiperiode van het tuinbouwgebied Prinsenland duurde tot het begin van de jaren zestig. In 1961 kregen tuinders een verbod op nieuwe investeringen. Daarmee werd duidelijk dat het gebied een andere bestemming zou krijgen.

's-Gravenweg in Kralingen ter hoogte van de Kralingse Kerklaan, circa 1946
Locatie: 's-Gravenweg in Kralingen, ter hoogte van de Kralingse Kerklaan (omgeving huidige nummers 500–520). Waarschijnlijk kijk je richting het westen (naar de Viersprong/Oudedijk). De weg is nog klinkerverhard en vrijwel autovrij. Jaartal 1946 (± 2 jaar). Het witte herenhuis rechts op de foto lijkt sterk op een van de oude buitenhuizen tussen de Kralingse Kerklaan en de latere Van Somerenweg. Dat gebied is op veel foto's uit het Stadsarchief terug te vinden.

De kassen moesten uiteindelijk plaatsmaken voor woningbouw. Vanaf het begin van de jaren zeventig begon de gemeente grond aan te kopen en te onteigenen.

Luchtopname van de weilanden met kassen van Bloemisterij Firma K. Hartlieb aan de 's-Gravenweg, 1928
Luchtopname van de weilanden met kassen van Bloemisterij Firma K. Hartlieb aan de 's-Gravenweg. Uit het zuiden gezien. 1928.

In 1984 verrees bij de Kralingse Kerklaan en de 's-Gravenweg het Ogier van Cralingenpark, een voorbode van de latere wijk Prinsenland.

Bij de ontwikkeling van Prinsenland werd bewust gekozen voor een andere stedenbouwkundige opzet dan in Alexanderpolder, Ommoord en Zevenkamp. De wijk kreeg vier buurten met elk een eigen karakter: de Dosiobuurt, de Prinsenparkbuurt, de Ringvaartplasbuurt en het 's-Gravenweggebied.

De eerste drie buurten bestaan vooral uit grotere woningbouwprojecten. Het 's-Gravenweggebied kreeg een kleinschaliger karakter met duurdere vrijesectorwoningen en vormt daardoor een overgang naar Kralingen.

In de straatnamen leeft de geschiedenis voort. In de Ringvaartplasbuurt zijn mensen vernoemd die betrokken waren bij de drooglegging en ontginning van de polder. Elders zijn politici, kunstenaars en strijders voor mensenrechten herdacht. Langs de 's-Gravenweg dragen straten namen van personen uit het politieke leven van de voormalige gemeente Kralingen. Tussen de Ringvaartweg en de Jacques Dutilhweg ligt nog een buurtje waarvan de straatnamen de namen van de eerste bewoners dragen die zich in de drooggelegde polder vestigden.

Gezicht op de spoorwegovergang in de 's-Gravenweg, met links een inspectievoertuig van de NS op het spoor
Gezicht op de spoorwegovergang in de 's-Gravenweg (op ongeveer de plek waar nu metrostation Kralingse Zoom ligt). Geheel links staat op het spoor een curieus inspectievoertuig van de NS.

Wederopbouw na 1940

Het bombardement van mei 1940 verwoestte een groot deel van Kralingen. Duizenden woningen, bedrijven, winkels en scholen gingen verloren.

In Het Vrije Volk van 2 maart 1946 werd enthousiast vooruitgeblikt op de wederopbouw. De vernietiging van veel slechte negentiende-eeuwse woningen bood volgens de krant ruimte voor een moderner Kralingen met lichtere en ruimere bebouwing.

Architecten als Van Tijen, Van den Broek, Maaskant, Bakema en Groosman hadden tijdens de oorlog al nagedacht over nieuwe woonvormen. In 1941 verscheen de studie Woonmogelijkheden in het Nieuwe Rotterdam, die belangrijke uitgangspunten bevatte voor de naoorlogse woningbouw.

De 's-Gravenweg in Rotterdam, 1955, met woningen en een brug over de sloot Een fietser op de 's-Gravenweg in Rotterdam, 1955, met weilanden en koeien
1955. Een fietser fietst over de 's-Gravenweg in Rotterdam, toen nog een lommerrijke landweg langs boerderijen. Aan weerzijden sloten en weilanden.

Tijdreis 1000 jaar geschiedenis: De levende 's-Gravenweg

Kralingen is nog altijd een van de meest karakteristieke wijken van Rotterdam. Historische bebouwing, groen, water, onderwijs en stedelijk leven komen er samen.

Aan de rand van het Kralingse Bos verrijst Nieuw Kralingen, een eigentijdse woonwijk met veel groen en vooral woningen in het hogere segment. Tegelijkertijd blijven oudere delen van Kralingen hun eigen karakter behouden.

Kralingen-West is levendig en stedelijk, met winkels, restaurants en uiteenlopende woningtypen. Kralingen-Oost wordt gekenmerkt door statige lanen, historische huizen, oude buitenplaatsen en veel groen. Een belangrijk deel is beschermd stadsgezicht.

Het erfgoed blijft zichtbaar in onder meer de molens De Ster en De Lelie, Trompenburg Tuinen & Arboretum en enkele historische boerderijen. Deze plekken herinneren aan het landelijke Kralingen van vroeger.

Ook duurzaamheid krijgt een steeds grotere plaats. Voedselbossen, groene projecten en het drijvende zonnepark van Evides laten zien hoe nieuwe ontwikkelingen worden ingepast in het bestaande landschap.

De 's-Gravenweg als historische lijn

Binnen al deze veranderingen neemt de 's-Gravenweg een bijzondere plaats in. De eeuwenoude weg vormt nog altijd een herkenbare verbinding tussen het stedelijke Kralingen en het groenere gebied richting Capelle aan den IJssel.

Het landschap langs de weg veranderde sterk. Veel boerderijen, tuinderijen, boomgaarden en kassen verdwenen en maakten plaats voor woningen en andere stedelijke functies. Toch bleef de structuur van de weg opvallend herkenbaar.

Wie tegenwoordig over de 's-Gravenweg loopt of fietst, ziet verschillende lagen van de geschiedenis naast elkaar: oude woningen, moderne architectuur, historische watergangen en bruggetjes.

Juist het samenspel van stad en land, verleden en heden, behoud en verandering maakt de 's-Gravenweg bijzonder. Terwijl Rotterdam steeds verder groeide, bleef de weg een zichtbare herinnering aan het landschap waaruit Kralingen is ontstaan.

Toen en nu. Hoe zag de plek er 100 jaar geleden uit waar ons huis nu staat?

Luchtfoto van de bloemisterij en kassen aan de 's-Gravenweg, circa 1928-1932 Moderne luchtfoto van dezelfde plek aan de 's-Gravenweg, bij de Jacobus van Vessemsingel
De oude luchtfoto toont het gebied aan de 's-Gravenweg in Kralingen (Rotterdam), ter hoogte van de huidige Jacobus van Vessemsingel. Datering circa 1928–1932.

De oriëntatie van de oude foto: onderaan loopt de 's-Gravenweg, in het midden ligt de brede watergang die nog steeds aanwezig is, rechts staat een boerderij met een grote schuur, en links liggen de kassen van de bloemisterij. De weg die bovenaan de oude foto loopt, is waarschijnlijk de latere Jacobus van Vessemsingel.

Wat opvalt, is vooral hoe de waterstructuur bewaard is gebleven: de sloot langs de Jacobus van Vessemsingel ligt nog precies op dezelfde plaats, en ook de dwarssloot langs de 's-Gravenweg is behouden. Daardoor is het oude verkavelingspatroon na bijna honderd jaar nog steeds herkenbaar.

Op de moderne luchtfoto staat het blauw gemarkeerde huis precies op de plek waar vroeger een deel van de kassen van firma K. Hartlieb lag. Wij en onze buren op de drie eilandjes wonen daarmee op voormalige tuinbouwgrond: de eilandjes met woningen zijn aangelegd op de vroegere weilanden en kwekerijen, en het bruggetje naar zo'n eilandje ligt ongeveer op dezelfde plek als een oude toegang tot de kwekerij.

Bloemenzaak K. Hartlieb op de Blaak in Rotterdam
De bloemenkweker Hartlieb had ook een prachtige bloemenzaak op de Blaak. Weggebombardeerd in 1940.

Aanleg Van Brienenoordbrug (1965): Koningin Juliana opende op 1 februari 1965 deze vaste oeververbinding over de Nieuwe Maas, die vlak langs en over het oostelijke gebied bij de 's-Gravenweg en Kralingen werd aangelegd.

Koningin Juliana en gevolg lopen over de nieuwe Van Brienenoordbrug bij de opening, 1965
Koningin Juliana opent de Van Brienenoordbrug, 1 februari 1965.

Toen & Nu

Schuif de witte lijn naar links en rechts. Zo verschijnt het historische straatbeeld tegenover de huidige situatie bij de aansluiting van de Kortekade en de 's-Gravenweg.

TOEN NU
↔

Kortekade / 's-Gravenweg, Rotterdam.
Het landelijke straatbeeld met klinkers en gaslantaarns maakte plaats voor een stedelijke verkeersroute met tramrails, bovenleiding en appartementen.

Historische opname: Stadsarchief Rotterdam
Huidige opname: C. van der Giesen

Ansichtkaart van de 's-Gravenweg gezien naar het westen, circa 1900, met links de brug naar de Essenlaan
De 's-Gravenweg gezien naar het westen. Circa 1900. Links de brug naar de Essenlaan.

De uitdrukking “Zo oud als de weg naar Kralingen”

Vindplaatsen in de literatuur:

1658 — Nicolaas Zas. De vroegste directe vermelding die ik tegenkwam: “Cralingen is altijd van wegen sijne oudheid berugt geweest, waervan het gemeene spreekwoord overgebleven is, soo oud als de weg van Cralingen.” — Nicolaas Zas, 1658

1552 — Reyer Gheurtz, Adagia. De uitdrukking luidde oorspronkelijk korter, namelijk “zo oud als de weg”, zonder plaatsnaam. Die kortere variant komt al voor in vroegmoderne Nederlandse spreekwoordenverzamelingen, waaronder de Adagia van de Amsterdamse rederijker Reyer Gheurtz.

1908 — Alfons de Cock, Spreekwoorden en zegswijzen. De Cock noemen wij verderop als degene die stelde dat de 's-Gravenweg een Romeinse oorsprong heeft. Wat er nu bij komt: die uitspraak stond in zijn boek over spreekwoorden, waarin hij bij dit gezegde stelde dat het vermoedelijk om een “zeer ouden weg” uit de Romeinse tijd ging. De Romeinse mythe en het spreekwoord komen dus uit dezelfde bron en houden elkaar in stand. Is de 's-Gravenweg in oorsprong dan toch Romeins?

1994 — Albert Huizinga, Spreekwoorden en gezegden. Huizinga oppert dat het mogelijk om de Oudendijk gaat, een weg van Rotterdam naar Den Haag die aansluit op de 's-Gravenweg — relevant, omdat het raakt aan de vraag waar de weg begint en eindigt.

2003 — Riemer Reinsma, Roeien en ruiten. Reinsma vermoedt dat de plaatsnaam er later is aangeplakt om de uitdrukking cachet te geven. Er bestaan namelijk ook varianten met Rome, Keulen, Jeruzalem en Aken; in Amsterdam zei men vroeger “zo oud als de weg naar Jakarta” — en daar ging men per fluitschip heen, niet over de weg. In het Fries bestaat de Kralingen-variant niet, wel die met Rome en Jeruzalem.

Hedendaags gebruik. De uitdrukking is nog altijd volop in gebruik. Maar…. niemand weet met zekerheid of het spreekwoord over deze weg gaat — maar dat het over een weg naar Kralingen gaat, en dat Kralingen al in 1658 om zijn ouderdom bekendstond, staat vast.

Wandel de 's-Gravenweg

Wie Kralingen te voet verkent, ontdekt meer dan statige lanen en monumentale villa's. Juist rond de Slotlaan en Vijverlaan zijn de sporen van het oude Kralingen nog verrassend goed bewaard gebleven. Hier liggen buitenplaatsen, historische waterpartijen en monumentale bomen naast woonhuizen uit verschillende eeuwen. Wandel rustig, kijk omhoog en om u heen: in Kralingen ligt ruim zeven eeuwen geschiedenis soms letterlijk naast elkaar. Neem een lunchpakket en een thermosfles koffie of thee mee. Langs de 's-Gravenweg zijn geen horecagelegenheden. Voor een hapje en een drankje kunt u terecht in de Lusthofstraat, waar diverse cafés en restaurants zijn gevestigd.

Voor de geïnteresseerde wandelaar biedt Kralingen een opmerkelijke staalkaart van architectuur.

In 1865 verrees tussen de weilanden de Waterloostraat, vooral gebouwd vanuit commerciële motieven. Anders was dat bij de Avenue Concordia, die achttien jaar later werd aangelegd. Daar verschenen woningen in neorenaissancestijl, afgewisseld met Jugendstil.

Ook aan de Voorschoterlaan, aanvankelijk Avenue Prins Alexander geheten, staan panden van bekende Rotterdamse architecten als Hooykaas, Van Waning en Molenbroek. Hier bevindt zich ook het hofje Uit Liefde en Voorzorg, ontworpen door B. Hooijkaas jr. voor oudere dienstbodes.

Ook de wederopbouwarchitectuur is vertegenwoordigd, bijvoorbeeld door het woongebouw van E.A.H. en H.M.J.H. Kraaijvanger op de hoek van Oostzeedijk en Assendelftstraat en het woongebouw aan de Touwslagersstraat met woningen voor alleenstaanden.

Op het terrein van de voormalige gasfabriek verschenen later projecten van onder anderen Carel Weeber. Het oecumenisch centrum aan de Oostmaaslaan was een verzoeningsgift van de Duitse Evangelische Kerk. Gerrit Rietveld was een van de architecten, maar overleed vóór de oplevering in 1968.

Aan de Ben Goerionstraat staat het opvallende kinderdagverblijf Woeste Willem, herkenbaar aan zijn karakteristieke staalconstructie.

Aan de 's-Gravenweg bevindt zich Kuyl's Fundatie. Dit neoclassicistische hofje uit 1814 stond oorspronkelijk aan de Schiekade en werd daar steen voor steen afgebroken en aan de 's-Gravenweg herbouwd.

Ook de Essenlaan kent bijzondere architectuur: panden van Kromhout, een chalethuis van J. Stok Wzn. uit 1903 en, op nummer 77-79, een dubbel woonhuis van W. van Tijen in de stijl van het Nieuwe Bouwen.

Van de Kralingse kerken springen twee voorbeelden eruit. De St. Lambertuskerk van E.J. Margry aan de Beneden Oostzeedijk werd in 1878 in neogotische stijl gebouwd. De Nederlands Hervormde kerk aan de Hoflaan, tegenwoordig PKN, dateert uit 1841 en werd ontworpen door A. Roodenburg. Het is een zogenaamde Waterstaatskerk.

Ook het Nieuwe Bouwen is prominent aanwezig. Aan de Kralingse Plaslaan staat de tien verdiepingen hoge flat van Van Tijen en Maaskant. Achter deze flat ligt Jaffa, met de voor de naoorlogse stedenbouw karakteristieke laagbouw in strokenverkaveling.

Eveneens aan de Kralingse Plaslaan staat het woonhuis dat Brinkman en Van der Vlugt ontwierpen voor C.H. van der Leeuw, directeur van de Van Nellefabriek. Nummer 88 laat zien hoe deze architectonische traditie later in een modernere vorm werd voortgezet.

De 's-Gravenweg op de kaart

Zoom, sleep en klik op de genummerde punten om de historische haltes langs de 's-Gravenweg te verkennen.

Plan je bezoek: praktische informatie voor een wandeling langs de 's-Gravenweg en door Kralingen

Toen & Nu

Schuif de witte lijn naar links en rechts. Zo verschijnt het historische straatbeeld tegenover de huidige situatie.

TOEN NU
↔

Kortekade / 's-Gravenweg, Rotterdam.
Het pand van Hulstkamp en de tramhalte maakten plaats voor nieuwbouw en horeca.

Historische opname (1974): Stadsarchief Rotterdam
Huidige opname: C. van der Giesen

Ansichtkaart van de Korte Kade in Kralingen, gezien vanaf de 's-Gravenweg bij het raadhuis, circa 1900
Komende van de 's-Gravenweg bij het raadhuis rechts afslaan, komen we op de Korte Kade. Links de ijzer- en fietsenhandel van T. le Grand. Verderop links achter de bomen de openbare school. Foto van ca. 1900.

Bijzondere plekken

Landelijk Kralingen

Het huidige Kralingen kent statige lanen, drukke straten en stedelijke bebouwing, maar in de negentiende eeuw was het nog grotendeels landelijk.

Al in de Gouden Eeuw begonnen Rotterdamse regenten en kooplieden de stad in de zomer te ontvluchten. Een buitenplaats bestond aanvankelijk vaak uit een verpachte boerderij, waarin enkele vertrekken voor de eigenaar en zijn familie waren gereserveerd. In de achttiende eeuw nam het comfort toe en werden de hofsteden uitgebreid met afzonderlijke woonhuizen.

Familie op de achterveranda van een buitenplaats, mei 1863
Van Reesema, William en Sophie Smith. Mei 1863 op de achterverande.

Sommige buitenverblijven hadden slechts een theekoepel en waren bedoeld voor dagrecreatie. Elders verrezen comfortabele zomerhuizen. De heer des huizes kon per koets zijn werk in Rotterdam bereiken, terwijl zijn gezin maandenlang van het buitenleven genoot. Bovendien was een buitenplaats een belangrijk statussymbool.

Niet alle buitens waren uitsluitend voor ontspanning bestemd. Sommige hadden ook een economische functie, zoals een loodwitmakerij, katoendrukkerij, blekerij of theetuin.

Namen als Stadwijk, Ramleh, Jericho, Jerusalem, Lusthof, Vredehof, Vredenoord, Buitenzorg, Rozenburg, Ypenhof, Woudesteyn, 's-Gravenhof en Maaszicht leven nog altijd voort in het Kralingse straatbeeld.

Opvallend zijn de vele Bijbelse namen. In de zeventiende eeuw was dat gebruikelijk en mogelijk wilde men daarmee laten zien dat rijkdom en geloof samen konden gaan.

Van de overige buitenplaatsen die ooit langs de weg lagen — waaronder Stadwijk, Ramleh, Jericho, Jerusalem, Lusthof, Vredehof, Buitenzorg, Rozenburg, Woudesteyn en Maaszicht — is de naam bekend, maar ontbreken op dit moment betrouwbare gegevens over eerste vermelding, eigenaren en bewoners.

De Rozenhof — beroemde buitenplaats van de familie Osy

De Rozenhof was een van de voornaamste buitenplaatsen van Kralingen en genoot vooral bekendheid vanwege zijn indrukwekkende tuinen. Mogelijk bezat de rijke Rotterdamse familie Osy hier al vroeg in de achttiende eeuw een buitenplaats. In de nalatenschap van Jan Osy I, die in 1737 overleed, wordt in ieder geval een buitenplaats onder Kralingen genoemd.

De Osy’s stamden af van de Franse cavalerist Jean Balthensz Osy, die zich in de zeventiende eeuw in Rotterdam vestigde. Zijn nakomelingen vergaarden een groot vermogen met paarden- en wijnhandel, verzekeringen en een handelshuis dat uiteindelijk tot een internationaal bankiershuis ontwikkelde. De familie financierde onder meer het Huis Habsburg, de VOC en andere grote handelsondernemingen en investeerde daarnaast in overzeese plantages.

De Rozenhof zoals we kennen, ontstond in de tweede helft van de achttiende eeuw voor Jan Osy II en zijn familie. Waarschijnlijk speelde de Italiaanse architect Giovanni Giudici een belangrijke rol bij de bouw. Giudici maakte later naam als architect van kerken, overheidsgebouwen en herenhuizen in Rotterdam en omgeving.

De Rozenhof werd rond 1767 gebouwd (ongeveer 100 jaar voor de sloop in 1867, en de periode van de glorietijd wordt gedateerd rond 1765-1797).

De Rozenhof was een statig bakstenen huis, vanaf de dijk bereikbaar via een stenen boogbrug. Een monumentale hardstenen buitentrap leidde naar de hooggelegen bel-etage. Boven de voorgevel bevond zich een timpaan met de naam ‘Rozenhof’.

Nog beroemder dan het huis waren de tuinen. Achter de buitenplaats lag een groot formeel park met buxushagen en verschillende tuinen, waaronder zelfs een Japanse tuin. De aanleg deed denken aan de klassieke Franse tuinkunst. Het park verwierf een reputatie die tot ver buiten Rotterdam reikte. De tuin liep helemaal door tot de ’s-Gravenweg.

Tuinplan van de Rozenhof, achttiende eeuw

De buitenplaats Rozenhof van Jan Osij’s aan de Nesserdijk, werd omschreven als ‘plaisierhuys’. Dat Rozenhof als plaisierhuis werd aangeduid houdt wellicht verband met de kostelijke aanleg van de vier hectaren grote tuin. Osij liet hiertoe een plan maken door de Italiaan Giovanni Battista Colombo. Zelfs Keizer Jozef II bracht er een bezoek toen hij in 1781 Rotterdam aandeed. Deze tuinaanleg in de ornamentele Le Nôtre-stijl, met de vele beelden en andere ‘cieraden’, berceaux, waterwerken, en complexe aanleg, is wellicht voor Kralingse begrippen vrij uitzonderlijk geweest. Het feit dat Osij voor Rozenhof een Italiaanse tuinarchitect in de arm nam, onderstreept wellicht een Hollandse affiniteit met de Italiaanse tuinkunst, die minder op de praal en pronk was gericht en meer het soberder humanistische ideaal benaderde. Het perceel met tuinen was vanaf de dijk 400 meter diep en 120 meter breed.

De rijkdom en internationale contacten van de familie Osy brachten bijzondere bezoekers naar Kralingen. In 1774 bezocht aartshertog Maximiliaan de Rozenhof. In 1781 volgde zijn broer, keizer Joseph II van Oostenrijk. Na de zondagsmis en een uitstap naar Zoetermeer en Delft werd de dag afgesloten met een groot diner op de Rozenhof. De bezoeken waren niet geheel toevallig: de familie Osy onderhield nauwe financiële banden met het Habsburgse keizerlijke huis.

Een andere opmerkelijke gebeurtenis vond plaats op 8 juni 1786. Op de Rozenhof werd een grote gasballon opgelaten, een bijzonder experiment voor Nederland. De ballon bereikte binnen enkele minuten het wolkendek. Een kat die mee omhoog was gegaan, keerde per parachute veilig naar de aarde terug.

Negentiende-eeuwse gravure van een gasballon

De kat in de ballon

“Den 8 Juny des avonds zyn er drie Proeven met Luchtbollen gedaan, op de Buitenplaats Rosenhof, toebehoorende aan den Heer J. Osy, Heer van Palestyn en Zegwaart. De eerste is, na ruim een kwartier in het oog geweest te zyn, in de dunne lucht verdwenen; de tweede is zo goed niet geslaagd, door het onvoorzigtig afsnyden; de derde, welke zeer groot was is statig opgerezen, en toen hy omtrent het Wolken gewest was, is van de Luchtbol afgevallen een Parachute met een kat, welke zeer zagt behouden is neder gekomen, tot zeer veel genoegen van een een zeer aanzienlyk gezelschap en verder aanschouweren.”

Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken, Juny 1786

De glorietijd van de Rozenhof duurde uiteindelijk maar kort. In 1797 werd de buitenplaats verkocht, waarschijnlijk mede als gevolg van de politieke en economische onrust in Europa. Daarna raakte het uitgestrekte landgoed steeds verder versnipperd. Rond 1832 was Gerrit van Gennep eigenaar en was een groot deel van het voormalige park inmiddels in gebruik als landbouwgrond.

In 1867, ongeveer een eeuw na de bouw, werd het landhuis voor sloop verkocht. De bijbehorende boerderij en brug bleven echter behouden. Generaties boerenfamilies woonden en werkten er vervolgens. In 1995 werd de boerderij gerestaureerd en in 1997 overgedragen aan Stichting Zuid-Hollands Landschap. Zo resteert aan de oude ’s-Gravenweg nog altijd een tastbare herinnering aan de Rozenhof en aan een korte maar uitzonderlijke periode van Rotterdamse rijkdom en internationale allure.

PeriodeBewoners
0000–1737Jan Osy I en Barbara Osy-Steendijck
1737–1772Jan Osy II en Cornelia van Wevelinckhoven, Vrouwe van Wychen
1772–1790Jan Karel Osy, rijks ridder en Ludwina van der Linden
1790–1797Cornelis Osy, rijks ridder later baron en Isabella Osy-Osy
1797–Onbekend
Rond 1832Gerrit van Gennip/Gennep, rentenier, bouwman en Kristina van Gennep (plm. 1859)
1867Sloop

Bewoners van Rozenhof

Rozenhof in 1850 als ‘Plaisierhuys’ en in 1933 op een aquarel van D. Verheul

De boerderij De Rozenhof is als gemeld een boerderij uit de vroeg-negentiende eeuw. Een bijzonder pand, als één van de laatste overblijfselen van de voormalige woongemeenschap Kralingeroord. Dit gehucht, vermoedelijk ontstaan in de dertiende eeuw, lag ten westen van de boerderij. De bewoners bestonden vooral uit boeren en vissers. Maar door de oprukkende stad verdween de gemeenschap in de loop van de vorige eeuw. Wat rest zijn nog slechts een aantal panden aan de Nesserdijk, waarvan De Rozenhof het oudste pand is.

Eind 1900 raakte de boerderij steeds meer in verval. De pachtcontracten van één jaar nodigde bewoners niet uit tot investeringen. Toen de boerderij eind jaren ’80 werd “ontdekt” door ir. J. Boot, verbonden aan de Stichting Volkskracht Historische Monumenten, kwam hier verandering in. In 1995 verkocht de gemeente de boerderij voor het symbolische bedrag van één gulden aan Volkskracht. Volkskracht restaureerde de boerderij ten behoeve van Stichting Het Zuidhollands Landschap, dat er eind 1997 haar kantoor zou vestigen. Inmiddels biedt De Rozenhof onderdak aan een communicatiebureau en enkele onderhuurders.

Boerderij De Rozenhof vandaag
Boerderij De Rozenhof vandaag. Foto Cees van der Giesen.

De bewoners bestonden vooral uit boeren en vissers

We weten dat de boerderij vanaf 1800 generaties lang bewoond werd door familie Ooms. Zo stond het pand ook wel bekend als de ‘boerderij van Ooms’. In 1958 werd een nieuwe pachter voor De Rozenhof gezocht. Bij de boerderij hoorde destijds 40 hectare grond. Het perceel besloeg bijna al het land achter het pand tot aan de ’s-Gravenweg. In de boomgaard stonden wel duizend appel- en perenbomen.

's-Gravenweg 127, het door Herman Bakker ontworpen witte kubistische huis, anno 2019
's Gravenweg 127 anno 2019

's-Gravenweg 127 — architect Herman Bakker

De beroemde Rotterdamse wederopbouwarchitect Herman Bakker ontwierp het woonhuis annex kantoor dat hij in 1953 liet bouwen aan de 's-Gravenweg 127. In dat kubistische witte huis, waar bijna alles ontworpen was, van keuken tot meubilair, brachten de kinderen Bakker het grootste gedeelte van hun jeugd door. Toen het huis net was opgeleverd, trok het veel bekijks: "Er kwamen regelmatig bussen met Japanners langs. Maar de buurt sprak er schande van."

Herman Bakker werd op 28 augustus 1915 geboren aan de Jonker Fransstraat in Rotterdam. Hij volgde de ambachtsschool, waar hij werd opgeleid tot timmerman. Tijdens zijn werk als timmerman/uitvoerder volgde hij de avond-vaktekenschool en daarna, in de oorlogsjaren, de cursus H.B.O. van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, waar hij in 1948 afstudeerde. In 1954 verhuisde hij met zijn gezin naar de door hemzelf ontworpen vrijstaande villa aan de 's-Gravenweg 127.

Lees het volledige verhaal op Platform Wederopbouw Rotterdam

Boerderijcomplex Vredebest, 's-Gravenweg 344, historische foto

Boerderijcomplex Vredebest — 's-Gravenweg 344

Roterodamum heeft een verzoek ingediend om het boerderijcomplex Vredebest aan de 's-Gravenweg 344 in Kralingen-Crooswijk als gemeentelijk monument aan te wijzen. Dit verzoek is besproken in de Commissie voor Welstand en Monumenten, die het verzoek ondersteunt.

Boerderijcomplex Vredebest, 's-Gravenweg 344, huidige situatie

Het betreft een herbouwde boerderij uit 1888. De boerderij is een representant van de voormalige tuindersbedrijvigheid aan de 's-Gravenweg. Het boerderijcomplex toont de historische setting van langgerekte percelen en sloten, als ook de ontwikkeling van het gebied aan de 's-Gravenweg dat inmiddels redelijk verstedelijkt is. Op het perceel staat een boerderij met schuur en wagenhuis.

Historische kaart met de locatie van Vredebest omcirkeld

De boerderij is in eclectische stijl vormgegeven en het interieur heeft nog de 19e-eeuwse structuur met kelder en opkamer. De achterliggende stal is wat betreft constructie en opzet karakteristiek voor de regio. Alle onderdelen zijn gaaf bewaard gebleven.

De commissie doet, vanwege de onlosmakelijke relatie tussen het omliggende polderlandschap en het perceel, de oproep niet alleen het complex en het perceel te beschermen, maar ook de directe context met zichtlijnen, bijbehorende poldersloten en de ontsluiting vanaf de weg.

Op 21 oktober 2020 nam het college een besluit over de monumentenstatus. Tot die tijd werd de boerderij niet (gedeeltelijk) verbouwd of gesloopt. De actuele status is niet bekend.

Pand Buitenlust en bedrijfspanden van firma Joh. Lekkerkerker aan de 's-Gravenweg, 1946

Pand Buitenlust — 's-Gravenweg 267

Gezicht op de 's-Gravenweg bij het pand Buitenlust en de bedrijfspanden van firma Joh. Lekkerkerker, aannemer van sloopwerken, op nummer 267. Datering: 1946.

Pand Buitenlust vanuit het westen gezien, 1946

De tweede foto toont dezelfde plek, vanuit het westen gezien.

Villa Phoenix, 's-Gravenweg 145, wit woonhuis uit 1941 met reliëf boven de voordeur

Villa Phoenix — 's-Gravenweg 145

Op 9 december 1944 werd op de zoon van de NSB'er Louis Gillet, directeur van Cliever's Toffee- en Caramelfabrieken, woonachtig 's-Gravenweg 145, een aanslag gepleegd. Dit gebeurde nadat vader en zoon dreigbrieven van het verzet hadden ontvangen, die zij negeerden. De naar zijn vader vernoemde 18-jarige Louis overleefde de aanslag ternauwernood. Op de liquidatielijst werden vader en zoon Gillet op 9 maart 1945 bijgeschreven, met als reden: verraders, NSB'ers.

Cliever's Suikerwerkfabrieken werd in 1916 door Louis Johannes Gillet opgericht aan de Admiraliteitskade in Rotterdam. De fabriek heeft veel meegemaakt: tijdens de Watersnoodramp van 1953 kwam zij gedeeltelijk onder water te staan. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek gebombardeerd en een jaar later, in 1941, herbouwd.

De directeur wilde het beste voor zijn personeel: hij kocht een radio en liet leidingen in de fabriek aanleggen zodat de werknemers tijdens het werk naar muziek konden luisteren. Tijdens de oorlog zorgde hij ervoor dat zijn arbeiders niet naar Duitsland hoefden om in werkkampen te werken. Er zit echter ook een duistere kant aan het verhaal: Gillet was lid van de NSB, het Arbeidsfront en het NVV — partijen die aan de kant van de Duitsers stonden. Als overtuigd nationaalsocialist liet hij zijn woning destijds decoreren met runentekens om te refereren naar de Germaanse/Noordse mythologie en symboliek, wat destijds populair was binnen de NSB- en SS-ideologie. Volgens de kranten was Gillet "de schrik van de buurt" en stond hij tijdens de bezetting op de verjaardag van Adolf Hitler op zijn terras om de heilsgroet te brengen aan marcherende nazi-eenheden die over de 's-Gravenweg trokken. Tijdens de oorlog werd een deel van zijn fabriek gebruikt als gaarkeuken voor NSB-evenementen. Na de oorlog brachten Gillet en zijn zoon enige tijd door in een interneringskamp voor gearresteerde NSB'ers.

Politiekaart met persoonsgegevens van Louis Johannes Gillet, opgemaakt bij zijn internering in mei 1945
Politiekaart m.b.t. de internering van Gillet.

Jaren later keerde Gillet terug als directeur bij Cliever's, waar het 40-jarig jubileum werd gevierd. Daarna verdwenen de suikerwerkfabrieken van Cliever.

Bron: "Nieuw licht op liquidaties. Knokploegen in Rotterdam 1944-1945"

Het woonhuis aan de 's-Gravenweg 145, gebouwd in 1941, staat bekend als een opvallend en beladen pand uit de bezettingstijd. Het ontwerp wordt in de literatuur over de Rotterdamse wederopbouw omschreven als een "vreemde eend in de bijt" vanwege de Germaanse symboliek, passend bij de ideologie van de opdrachtgever in die periode.

De villa wordt ook wel Villa Phoenix genoemd en is een van de weinige woonhuizen uit die oorlogsperiode met zo'n expliciete symbolentaal in de architectuur. Ondanks de beladen geschiedenis is het pand tegenwoordig een gemeentelijk monument.

Villa Phoenix, gelegen aan de 's-Gravenweg 145 in de Rotterdamse wijk Kralingen, kent een beladen en fascinerende geschiedenis. Als een van de weinige luxe woonhuizen die tijdens de Duitse bezetting met een officiële bouwvergunning werd gerealiseerd, weerspiegelt het pand de politieke breuklijnen van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende wederopbouwperiode.

Gillet als oorlogsbewoner. De villa werd in 1941 gebouwd in opdracht van L.J. Gillet, de eigenaar en directeur van Cliever's Toffee- en Caramelfabrieken (dikwijls verward met de Gilda-fabriek). Zowel Gillets fabriek als zijn eerdere woning aan de Admiraliteitskade raakten zwaar beschadigd tijdens het bombardement op Rotterdam in mei 1940.

Gillet was een overtuigd en berucht NSB-lid en diende bovendien als heerbanleider binnen de WA (de Weerbaarheidsafdeling, de geüniformeerde knokploeg van de NSB). Hij liet de villa ontwerpen door de bekende architect Cornelis (Kees) Elffers. Hoewel Elffers zelf van onbesproken gedrag was en na de oorlog gewoon bleef werken, droeg het ontwerp duidelijke kenmerken van de nationaalsocialistische esthetiek. De villa zat vol met Germaanse symboliek, sierlijke fascistoïde decoraties en beschikte zelfs over een zogeheten 'Mussolini-balkonnetje' aan de voorgevel. Vanwege de naam 'Phoenix' en de uiterlijke kenmerken gold het in de volksmond als een schoolvoorbeeld van 'NSB-architectuur'. Gillet gebruikte de woning tijdens de bezetting niet alleen als luxueus onderkomen, maar richtte er ook een complete radio-installatie in met directe verbindingen naar zijn fabriek.

Zijn vertrek en arrestatie. Naarmate de bevrijding naderde en met name na Dolle Dinsdag (september 1944), vluchtten veel prominente NSB'ers of doken onder. Gillet kon zijn collaboratieverleden niet ontlopen. Rond de bevrijding in mei 1945 werd hij, net als duizenden andere collaborateurs en WA-functionarissen, door de Binnenlandse Strijdkrachten en de politie gearresteerd. Zijn bezittingen, waaronder Villa Phoenix en de toffeefabriek, werden door het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging in beslag genomen onder het Besluit Vijandelijk Vermogen.

De naoorlogse geschiedenis van Villa Phoenix. Na de oorlog onderging het pand een totale transformatie, waarbij de smet van het oorlogsverleden geleidelijk naar de achtergrond verdween:

Zuivering en herbestemming: Het pand werd na de arrestatie van Gillet onteigend. Het interieur werd ontdaan van de meest expliciete nazisymbolen. Omdat het een van de modernste en meest solide gebouwde villa's van Kralingen was, kreeg het al snel een reguliere residentiële functie.

Architectonische status: Ondanks de beladen ontstaansgeschiedenis werd de architectuur van Kees Elffers later op waarde geschat binnen de Rotterdamse wederopbouwarchitectuur. Het gebouw toont aan hoe traditionele en monumentale stijlen zich in de vroege oorlogsjaren manifesteerden.

Gemeentelijk Monument: Vandaag de dag is 's-Gravenweg 145 officieel aangewezen als een gemeentelijk monument van Rotterdam. Het staat geregistreerd als een historisch waardevol pand vanwege de specifieke bouwstijl en het unieke (zij het beladen) verhaal uit de bezettingsjaren. Het pand is door de decennia heen goed bewaard gebleven en fungeert nog altijd als een exclusief particulier woonhuis aan de historische 's-Gravenweg.

Historische afbeelding van de touwbaan bij Landzicht met werklieden

's-Gravenweg 264 — Fabrikantenhuis Landzicht

Triest en verlaten

In het eerste nummer van Heemschut van 2016 wordt de noodklok geluid over Landzicht. Heemschut heeft de gemeente Rotterdam gevraagd om te handhaven en zo het verval van het huis tegen te gaan. Landzicht, gelegen aan de 's-Gravenweg, is de meest oostelijke van de Kralingse buitenplaatsen — zeker niet de meest imposante van de paar die er nog over zijn, maar wel de meest bedreigde.

Landzicht is een gemeentelijk monument en staat al jaren leeg. De eigenaar is de zoon van de laatste directeur van het touwbedrijf dat op het erf gevestigd is geweest. Onduidelijk is wat de particuliere eigenaar met het huis wil doen. Eind 2025 heeft het huis te koop gestaan: een paar maanden lang stond er een "Te koop"-bord bij de oprit, dat plotseling weer verdween. In de zomer van 2025 zijn de bosschages gekapt en is van het oorspronkelijke park niets meer over. Het geheel ligt er triest en verlaten bij.

Landzicht in restauratie, met steigers rond het huis

Aan het begin van de negentiende eeuw is Landzicht in het bezit van mr. Anthony Hoynck van Papendrecht (1762-1837), advocaat en onder meer dijkgraaf van Schieland. Er zijn geen afbeeldingen van het buiten uit die tijd, en ook is onbekend wanneer het gebouw is gebouwd. Hij verkoopt het in 1834 aan de Amsterdamse regent Ferdinand Rendorp, die bij de koop optreedt als voogd voor de onder curatele staande jonkheer Jan Cornelis Teding van Berkhout (1785-1844).

Teding van Berkhout blijkt geestesziek te zijn en laat bij zijn verhuizing naar Landzicht in Amsterdam een jonge vrouw met kinderen achter, over wie zijn familie zich ontfermt. Hij trouwt vervolgens met een Engelse dame, Catharine Low, zuster van zijn beste vriend. Van de zijde van zijn oom en grootmoeder bestaat aanvankelijk enige weerstand tegen het als onconventioneel beschouwde huwelijk, maar zijn moeder geeft haar zegen. Hij zet zijn eerste succesvolle stappen op het carrièrepad als jonge regent en er worden drie kinderen geboren.

Omgevallen boom op het dak van Landzicht, met zichtbare schade

In 1818 gaat er iets mis met zijn gezondheid. In 1820 neemt hij ontslag uit al zijn functies en wordt hij opgenomen in een gesticht in Delft. In 1822 overlijdt plotseling ook zijn vrouw. Zijn zoon vraagt de rechtbank om volledige curatele, die de rechter hem ook toewijst; Teding van Berkhout wordt daarbij beschreven als "van somber en zwaarmoedig uitzicht". Hij wordt eerst in Capelle aan den IJssel gehuisvest, waarna in overleg met de familie een klein buiten voor hem wordt gekocht.

Hij wordt op Landzicht tien jaar lang, tot aan zijn dood, verpleegd en verzorgd door twee verplegers en een huishoudster; in het dorp Kralingen wordt zorg voor de tuin ingehuurd. Hij wordt regelmatig bezocht door zijn drie minderjarige zonen; wanneer de oudsten meerderjarig worden, nemen zij de zorg over. Bij de verkoop na zijn overlijden beschrijven zijn beide volwassen zoons het huis als een pand met zes beneden- en bovenkamers, een meiden- en knechtenkamer, een mangel- en provisiekamer, een ruime keuken met een uitmuntende welpomp, een ruime zolder en kelder, een koetshuis, stallingen voor zeven paarden, een koeienstal en schuren voor verschillende bergplaatsen, welaangelegde plantsoenen, een koepel, moestuinen met broeierij, boomgaard en bos, met daarachter het weiland.

Het huis is later in bezit geweest van Cornelis van Houwelingen, die het landgoed tussen 1830 en 1840 ingrijpend liet veranderen. Na zijn dood wordt het huis voor 6.000 gulden verkocht aan Jan van Ommeren, lid van de bekende Rotterdamse cargadoorsfamilie. Vergeleken met de andere buitenplaatsen had het huis een vrij diepe voortuin, waardoor het fraai toont tussen de grote kastanjebomen. Het heeft een witgeverfde, bepleisterde voorgevel met een mooie verdeling tussen vensters en muurdelen, en oogt duidelijk als een huis uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Van Ommeren verkoopt het huis in 1856, na het overlijden van zijn tweede vrouw op Landzicht, aan de firma N. en A.W. Hoos, touwslagers te Rotterdam en te Kralingen. Vanaf dat moment gaat Landzicht door het leven als fabrikantenhuis: op het park en op de weilanden erachter worden een touwbaan, loodsen, kantoren en arbeiderswoningen gebouwd.

Update 28 september 2026: Fabrikantenhuis Landzicht aan de 's-Gravenweg, al jaren leegstaand en zonder duidelijk toekomstperspectief, is getroffen door brand. Het dak is volledig uitgebrand en de bovenverdieping is verwoest. Het gemeentelijk monument, de meest oostelijke van de Kralingse buitenplaatsen, staat er nu overwoekerd en zwaar beschadigd bij.

Fabrikantenhuis Landzicht aan de 's-Gravenweg na de brand, met een volledig uitgebrand dak
Landzicht na de brand, september 2026

Touwfabriek De Oude Lijnbaan

Aan de 's-Gravenweg in Rotterdam bevond zich in de 19e en 20e eeuw Touwfabriek De Oude Lijnbaan (gevestigd op nummer 264). Omdat een touwslagerij enorm veel langwerpige buitenruimte nodig had om touwen te draaien, week dit soort ambacht uit naar de landelijke randen van de stad.

De locatie: Het bedrijf en bijbehorende loodsen stonden aan het langwerpige lint van de 's-Gravenweg (onder meer rond de nrs. 189, 264 en nabije percelen), dat oorspronkelijk een oude waterkering was.

Activiteiten: Vanaf de late 19e eeuw werd hier hennep en andere vezels verwerkt tot langere touwen en garen.

Einde van het ambacht: Veel van dit soort kleinschalige buitenbanen werden in de loop van de 20e eeuw opgekocht of overgenomen door grotere conglomeraten, zoals de Verenigde Touwfabrieken, en maakten plaats voor de modernisering van het buitengebied en de latere stedelijke groei van Rotterdam.

Interieur van een touwbaan met lange rijen touwgeleiders onder een dak
Touwslagers aan de arbeid, 1930, met een man en een jongen die hennepvezels verwerken langs een hek
Touwslagers aan de arbeid, 1930. De houten staanders met pinnen voorkomen dat het touw door gaat hangen. De touwslager liep een groot deel van zijn werkdag. Een mooi gezicht, al was het ongetwijfeld keihard werken, zeker toen het slaan van touw nog buiten en met de hand gebeurde.

“Een touwslager, lijndraaier, baander of zeeldraaier is een ambachtsman die garens, vroeger meestal van hennep, tot touw verwerkt. Sinds het einde van de 19e eeuw is het beroep vrijwel uitgestorven. De touwslager deed zijn werk in de open lucht, overdekt of in een tentachtig geheel, op een touwslagerij of lijnbaan: een soms wel 300 meter lange, smalle strook grond waarboven vele door een spinner aangeleverde garens, werden uitgeschoren (uitgelopen). Het touw kwam terecht in een 'kuil', een nog steeds bestaande lengtemaat voor touw.”

Krantenartikel Door een machine gedood, over een dodelijk ongeval in de machinekamer van een touwslagerij aan de 's-Gravenweg
Touwfabriek De Oude Lijnbaan aan de 's-Gravenweg 264, gezien over het veld, foto uit 1983
Touwfabriek De Oude Lijnbaan (gevestigd op nummer 264). Foto: 1983.
Interieur van een touwslagerij met werklieden aan het werk
Firma N. en A.W. Hoos, touwslagers te Rotterdam. Circa 1900.
Vervallen fabrikantenhuis, overwoekerd door begroeiing, restant van de touwslagerij
Restanten van het fabrikantenhuis en de touwslagerij vandaag de dag.
Interieur van 's-Gravenhof: de hal met trap, jaren '50

Landhuis 's-Gravenhof — 's-Gravenweg 168

's-Gravenhof, de voormalige directiewoning van katoendrukkerij Non Plus Ultra, werd in 1723 gebouwd in Louis XIV-stijl, drie jaar nadat Pieter Barbet tien hectare grond aan weerszijden van de 's-Gravenweg kocht voor zijn drukkerij. Non Plus Ultra was destijds de belangrijkste katoendrukkerij van Rotterdam: op het bijna twee kilometer lange, smalle terrein lagen bleekvelden en drukloodsen, met sloten ertussen voor het spoelen van de stoffen. Koning Willem I bestelde er bedrukte textielkleden als geschenk voor sultans in Indië; één daarvan is bewaard gebleven in de collectie van het Rotterdams Museum.

's-Gravenhof, historische foto van het huis tussen de bomen

Na financiële problemen en de drooglegging van de Alexanderpolder verhuisde het bedrijf in 1867 naar de Oostzeedijk, waar het tot 1932 bleef bestaan.

's-Gravenhof in huidige staat

Het huis zelf bleef als landgoed bestaan. Van binnen is het nog verrassend authentiek: de licht hellende vloer op de eerste verdieping (voor het opslaan van textielrollen) maakte ook het plafond van de salon eronder scheef — geen verzakking, maar een herinnering aan het industriële verleden. In de 19e eeuw werden de 18e-eeuwse zijvleugels vervangen; de trap werd in 1937 aangepast.

Markante latere bewoners waren jhr. Pieter Feith (bestuurder bij Heineken), die na de oorlog het huis kocht, het park uitbreidde en er een actief sociëteitsleven leidde rond het Concours Hippique in het Kralingse Bos; en sinds 1982 jhr. Robert Boddaert, bekend als gast van Jort Kelder in Hoe heurt het eigenlijk?

Bewoners

  • Pieter Barbet (1720)
  • familie Van Eyck
  • familie Riemersma
  • Landt en Van Marle
  • familie Van Sillevoldt
  • P.R. Feith
  • gemeente Rotterdam
  • R. Koole
  • R.J.H. Boddaert (vanaf 1982)

Lees ook: buitenplaatseninnederland.nl — 's-Gravenhof

De Boogerd, straatgevel, circa 1930

De Boogerd — 's-Gravenweg 69

Bouwjaar: 1929

Stedenbouwkundige context

Om rijke Rotterdammers voor de stad te behouden, plande de gemeente eind jaren twintig villaparken. De Boogerd is onderdeel van de Kralingse 's-Gravenhof, een villapark met een rationeel stratenpatroon en een moderne uitstraling. Het werd ontwikkeld door de exploitatiemaatschappij N.V. 's-Gravenhof, bestaande uit Rotterdamse patriciërs, waaronder Van der Mandele. In 1925 maakte bureau Granpré Molière, Verhagen en Kok het bebouwingsplan.

Bouwgeschiedenis

Granpré Molière ontwierp dit woonhuis voor bankier Van der Mandele, directeur van de Rotterdamsche Bank Vereniging en initiatiefnemer van tuindorp Vreewijk. Van der Mandele kende het bureau Granpré Molière, Verhagen en Kok door hun samenwerking voor Vreewijk. Granpré Molière bouwde dit landhuis in de stijl van de Delftse School, waarvan hij de belangrijkste theoreticus was — een architectuurstroming waarin eenvoud en een terugkeer naar traditionele waarden, vormen en materialen centraal staan. De villa is een zuiver voorbeeld van een archetypisch woonhuis met een zadeldak en kleine ramen voor intimiteit binnen het gezin.

De Boogerd, tuingevel, circa 1930

Ontsluiting

Via een bruggetje bereikt men de voortuin met het woonhuis in het midden van de kavel. Links bevindt zich een garage met zadeldak en rechts een personeelsingang. Een tuinmuur verbindt woonhuis en garage en vormt zo een afgesloten voorhof.

Voorzieningen

Naast de voortuin is er op het zuiden een achtertuin met terras.

Aantal kamers

Negen kamers voor de familie; dienstvertrekken op zolder.

De Boogerd, straatgevel, 2011

Woonoppervlakte

Begane grond en eerste verdieping: ca. 315 m². Garage: ongeveer 20 m².

Constructie en materiaalgebruik

Kenmerkend voor de Delftse School zijn de gesloten, witte baksteenmuren en kleine vensters die ritmisch in de gevel zijn verdeeld. Het zadeldak met dakpannen is subtiel geaccentueerd. Venster- en deurkozijnen hebben een traditionele detaillering.

Restauratie

Sinds 1985 is De Boogerd een rijksmonument.

Landgoed Ypenhof, historische foto van het landhuis en bijgebouwen

Buitenplaats Lindenhoff, later De Ypenhof (Villa Ypenhof)

Landgoed Ypenhof Rotterdam (1931) — architect W. Kromhout

De Rotterdamse reder Archibald Hope kocht op 6 maart en 3 juni 1716 landerijen aan de 's-Gravenweg te Kralingen. Hij verbouwde de boerderij met herenkamer tot een landhuis dat hij Lindenhoff noemde. Samen met zijn vrouw Anna Claus en hun kinderrijke gezin bracht hij hier de zomers door. Bij zijn overlijden op 3 maart 1734 ging de buitenplaats over op zijn weduwe Anna.

Na het overlijden van Anna in 1753 werd het hele landgoed, ten overstaan van notaris Van Donk te Kralingen, verdeeld over de kinderen. Zacharias Hope kocht vervolgens zijn broers en zussen uit voor ƒ 13.000.

Ypenhof gezien over het water, met rieten kap

In een scheidingsakte van 1753 — waarbij kunstverzamelaar Jan Bisschop, wiens beroemde kunstcollectie later aan de familie Hope zou komen, als getuige optrad — werd de buitenplaats omschreven als een "heerenhuis, bouwhuis, tuinmanswoning, koetshuis, stalling, schuren, hooiberg en verdere getimmerte". De beelden, broeiramen en gereedschappen werden voor ƒ 703 afzonderlijk overgenomen.

De familie Hope hechtte er blijkbaar sterk aan om rustig op haar buitenplaats te kunnen wonen: meermalen kocht men omliggende boerderijen en landerijen aan, om ze later te verkopen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er nooit een fabriek, herberg of kolfbaan op gevestigd zou mogen worden.

Na het overlijden van Zacharias Hope kwam de buitenplaats in handen van zijn ongehuwde dochter Agatha Maria Hope, die hier op 6 december 1805 overleed. Haar erfgenamen verkochten het een klein jaar later aan de Rotterdamse zakenman Michiel Baelde, die de naam veranderde in Ypenhof.

Modern appartementencomplex De Ypenhof

Baelde bezat het tot 1827, toen hij de buitenplaats — mede namens de erfgenamen van zijn overleden vrouw Johanna Maria van Ravesteyn — publiekelijk liet verkopen, omschreven als "een wel aangelegde en zeer vermakelijk gelegen buytenplaats, genaamd Lindenhoff, met deszelfs logeabel heerhuys, bouwmanswoning, tuynmanshuys, stalling, koetshuys, salon en verdere getimmertens, met alle cieraden, ramen, lessenaars enz." De buitenplaats werd gekocht door Samuel Dunlop, als gemachtigde van makelaar Hendrik Willem Wachter, voor ƒ 11.750. Op 6 oktober van dat jaar kocht Teunis Henricus Visser het vervolgens.

Buitenplaats "Lindenhoff"

De familie Visser had het landgoed in 1914 nog in bezit, toen het huis ernstige brandschade opliep door onvoorzichtigheid van Belgische vluchtelingen. Er werden volop plannen ontwikkeld voor de toekomst: een nieuwe manege, een villawijk of een nieuw landhuis.

Reder A.J.M. Goudriaan kocht in 1920 het landgoed. Hij liet er zijn nieuwe huis bouwen naar ontwerp van de Amsterdamse architect Willem Kromhout, gereed in 1929. Naast het landhuis bouwde hij ook een gastenverblijf, maar liefst drie chauffeurswoningen, een portierswoning en een tuinderswoning. In 1927 verkocht Goudriaan de overtuin voor één gulden aan zijn architect Kromhout.

Toegangsbrug met opschrift Ypenhof en de gerestaureerde portierswoning

In de overtuin liet Kromhout zeven herenhuizen en drie villa's bouwen.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw raakte het huis in verval. Een projectontwikkelaar kocht het geheel in 1984, waarna een mysterieuze brand het huis in 1985 in de as legde.

Villa Ypenhof

Villa Ypenhof, gezien over het water met de ophaalbrug
Architect: Villanova architecten.

Aan de achterzijde van het perceel, aan de Kralingseweg, ligt een orangerieachtig gebouw waarvan ook wel gezegd wordt dat het de tuinmanswoning was. Oorspronkelijk stonden hier twee 19e-eeuwse pachterswoningen die de ophaalbrug naar Landgoed Ypenhof flankeerden. Hiervoor in de plaats bouwde architect Van den Broek in de vorige eeuw zijn monumentale eigen woonhuis. Johannes Hendrik (Jo) van den Broek (1898–1978) was een invloedrijke Nederlandse architect en hoogleraar, die een grote rol speelde bij de wederopbouw van Rotterdam en de modernistische architectuur in Nederland. Bekende projecten van Van den Broek: de Lijnbaan (1953) en de Aankomsthal Holland-Amerika Lijn (1949): gelegen op de Wilhelminapier, tegenwoordig in gebruik als Cruise Terminal. Villanova architecten transformeerde de afgelopen jaren het pachtershuisje van Van den Broek tot een villa van meer dan 600m2. Het 19e-eeuwse pachtershuisje bleek sterk verzakt en niet meer te restaureren. Om het toch te kunnen behouden werd steentje voor steentje het huisje uitgetekend en opnieuw opgemetseld. De nieuwe brug naar de villa is een voorgespannen betonbrug, geschikt voor vrachtverkeer.

Portierswoning De Ypenhof met rieten kap, historische foto

's-Gravenweg 86 — Portierswoning "De Ypenhof"

Portierswoning met bijbehorende brug, hek en ommuring bij het voormalige landgoed "Ypenhof". De van oorsprong 18de-eeuwse buitenplaats werd in 1929 herbouwd in Amsterdamse Schooltrant, naar ontwerp van architect W. Kromhout, in opdracht van reder A.J.M. Goudriaan.

De portierswoning behoorde bij het in 1986 afgebrande villacomplex De Ypenhof, dat bestond uit een landhuis, een gastenverblijf en een chauffeurswoning, binnen een tuinaanleg van L. Copijn.

De uit twee woonlagen bestaande portierswoning is opgetrokken in baksteen op een onregelmatige plattegrond, onder een geprononceerd rieten mansardedak dat links en rechts doorloopt als lessenaarsdak boven de kleine uitbouwen van de aan de hoeken licht afgeschuinde, kubusvormige woning. De gevarieerde vensters zijn alle gevat in houten kozijnen.

In de voorgevel wordt het dak doorbroken door een rechthoekig zesledig venster, in de zijgevels door twee van boven ronde, gelede dakkapellen; in de nok bevinden zich aan weerszijden kleinere dakkapelletjes. De ingang, ingeleid door twee gemetselde treden, bevindt zich inpandig in de rechter uitbouw en wordt geaccentueerd door een natuurstenen latei, met een klein drieledig strookvenster voor de verlichting.

De voorgevel is symmetrisch geleed door een tuindeur, in de as van het erboven gelegen dakraam, en een krachtig omlijnde vensterstrook over de gehele breedte van de pui; in de linker uitbouw herhaalt zich deze vensterindeling op kleinere schaal. De woning vormt met de gemetselde brug — met zware pijlers en art-decohek — en de ommuring van het voorterras één sculpturaal geheel.

De portierswoning is in Rotterdam een zeldzaam voorbeeld van de Amsterdamse School en een beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de 's-Gravenweg, van algemeen belang uit oogpunt van architectuur- en cultuurhistorische waarden.

Huidige doeleinden: appartementencomplex De Ypenhof
Ligging: 's-Gravenweg 86, Laan van Ypenhof 4, Rotterdam

's-Gravenweg 105-107 — Buiten Vredenoord (verdwenen)

Buitenplaats Vredenoord, historische afbeelding
Buitenplaats Vredenoord.

Geschiedenis van het buiten Vredenoord

Op 3 mei 1698 kocht mr. François du Bois, oud-burgemeester van Rotterdam, een boerderij met landerijen, tuinen en een boomgaard voor ƒ 6.750,00. Hij kocht op 9 april 1706 ten oosten van het huis gelegen stuk weiland erbij voor een bedrag van ƒ 1.550,00. In 1711 overlijdt zijn zoon Hugo du Bois die dan de eigenaar blijkt te zijn. De familie blijkt in de voorgaande jaren heel veel geld besteed te hebben aan hun bezit, maar het voldoet nog niet echt aan de eisen die je aan een buitenplaats stelt. Het huis is nog altijd meer een boerderij met herenkamer dan een fraai lustoord.

Mr. Adriaan Boon, heer van Steenhuyzen en Molenaarsgraaf, en zijn vrouw Jacoba du Bois komen door een erfenis in het bezit van de buitenplaats. Op 24 maart 1724 verkoopt zij het geheel aan Hendrik Nieuwaart, gewezen brouwer van Rotterdam, voor ƒ 9.500,00. Het wordt dan omschreven als “een buytenplaats, bestaande soo in tuyn als weyland met sijn huysinge en verder getimmerte daarop staande, bepootinge, beplantinge en orangeriëën”.

Hendrik Nieuwaart en zijn vrouw Benjamine van Es wonen er tot 1746. Zij hebben het huis voor het eerst Vredenoord genoemd. De naam verwijst naar hun hele gelukkige leven samen op dit landgoed. Bij de verkoop op 30 april 1746 wordt precies dezelfde omschrijving gebruikt voor de overdracht. Koper van de buitenplaats werd toen de heer Dirk Adriaan van der Burch voor ƒ 8.000,00, terwijl hij voor ƒ 2.800,00 moest overnemen “soodanige behangsels, doekramen, spiegels in de schoorsteenen, schilderijen en plaaten in de schoorsteenen, alsmede die in ’t secreet staat, oranjeboomen en verdere tuindersgereedschappen en ’t geene in de koopcedulle tussen de verkoopster en kooper voor Johan van Gezel, notaris te Rotterdam, en getuijgen op den 30sten April seeventienhonderd vijf en veertigh gepasseert in ’t breede is gemelt en gespecificieert”.

Drie jaar later, op 11 maart 1749, verkocht Van der Burch de buitenplaats aan de heer Theodorus Martinus Liebenrood, koopman, voor een bedrag van ƒ 6.000,00. Samen met zijn huisvrouw Anna Catharina Sperling bewoonden zij een huis aan de Boompjes en kochten dus Vredenoord blijkbaar om als zomerverblijf te gebruiken. Na het overlijden van Liebenrood op 17 juni 1765 hield de weduwe niet alleen het huis aan de Boompjes en de buitenplaats aan, maar zette zij de handelszaak voort, met Theodorus George Gleichman als firmant, nu onder de naam van de firma Weduwe Liebenrood en Gleichman.

Plafond met rococo-stucwerk in Vredenoord, juni 1971
Plafond met rococo-stucwerk, juni 1971. Foto Gerard Dukker.

Na haar overlijden op 29 oktober 1773, vererfde de buitenplaats op haar dochter Elisabeth Liebenrood, getrouwd met Hendrik David Mispelblom Meyer, kolonel van de cavalerie. Hij overleed in 1776. Na het overlijden van Elisabeth in 1795 werd de buitenplaats op 12 mei 1795 publiekelijk geveild. In de Rotterdamse Courant wordt het omschreven als “…een zeer aangenaam gelegen buitenplaats, genaamt Vredenoort, met deszelfs logeabel Huis, Coupel, Tuinmanswoning, Koetshuis, Stalling etc. Plantagiën, Boomgaard en Lanen etc.; alsmede een partij Land daarnevens en –agter gelegen, te samen groot of verongeldende voor 4 Morgen 462 Roeden, staande en gelegen bezuiden ’s-Gravenweg, omtrent de Hoflaan, in den Ambagte van Kralingen, buiten Rotterdam etc.” Het werd verkocht voor een bedrag van ƒ 10.762,00 aan Johannes van Rossum, koopman te Rotterdam. Bij een latere verkoop op 1 mei 1811 bracht het ƒ 7.000,00 op.

In 1832 werd als eigenaar van het perceel genoemd Johannes Kloppenburg. Op 21 januari 1848 werd de buitenplaats in drie percelen verkocht. Een kavel bestaat uit de boerderij en weilanden, een ander kavel uit het bos die verkocht wordt aan de eigenaar van Trompenburg, het derde kavel is het huis met een kleine tuin.

Trap met glas-in-loodraam in Vredenoord, juni 1971
De trap met glas-in-loodraam, juni 1971. Foto Gerard Dukker.

De laatste particuliere eigenaar, de heer J.F. Ficq, overleed in 1902. De Ficq’s waren de tiende familie die in twee eeuwen het landgoed bewoonden. Zij erven en verhuren het eerst en verkopen het een aantal jaren later aan een stichting voor tuberculose verpleging (1902-1953) die er een sanatorium opricht.

In 1953 koopt het St. Franciscus Gasthuis het huis en begint er een tehuis voor opvang van RK werkende meisjes. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het gebouw steeds bouwvalliger. Inmiddels was er een kapel aan het huis gebouwd. Het Gasthuis besluit Vredenoord te slopen.

Vensteromlijsting met glas-in-lood hartmotief, Vredenoord, juni 1971
Vensteromlijsting met glas-in-lood hartmotief, juni 1971. Foto Gerard Dukker.

In overleg met de gemeente Rotterdam en de Stichting Kuyl’s Fundatie wordt besloten op het terrein van de buitenplaats het regentengebouw van het hofje van Kuyl’s Fundatie te herbouwen. Het regentengebouw aan de Schiekade, dat voor de uitbreiding van het Gasthuis afgebroken moest worden, kon zo gered worden. Na de sloop herbouwde men in 1972 op de vrijgekomen plek het hofje ‘Kuyl’s Fundatie’, afkomstig van de Schiekade. Dit uit 1812 stammende neoclassicistische gebouw opende in 1972 zijn deuren, met een nieuw hofje erachter. Het park is vandaag nog intact en loopt aan de achterzijde door in de overtuin van Trompenburg.

Op het buiten Vredenoord woonden in twee eeuwen zo’n tien families:

  • 1698 – mr. François du Bois
  • –1711 Hugo du Bois
  • 1711–1724 mr. Adriaan Boon x Jacoba du Bois
  • 1724–1746 Hendrik Nieuwaart x Benjamine van Es
  • 1746–1749 Dirk Adriaan van der Burch
  • 1749–1765 Theodorus Martinus Liebenrood x Anna Catharina Sperling
  • 1765–1773 Anna Catharina Sperling
  • 1773–1776 Elisabeth Liebenrood x Hendrik David Mispelblom Meyer
  • 1776–1795 Elisabeth Liebenrood
  • 1795–1811 Johannes van Rossum
  • 1832 Johannes Kloppenburg
  • –1902 J.F. Ficq
  • 1902–1953 Stichting voor Tuberculose Verpleging
  • 1953– St. Franciscus Gasthuis

Juni 1971 — de laatste zichtbare interieurdetails van Vredenoord

Van verdwenen buitenplaatsen resteren vaak alleen gevel- of tuinfoto’s. Deze serie toont juist wat bij sloop vrijwel altijd verloren gaat: plafonds, trap, vensteromlijstingen en de indeling van representatieve vertrekken.

Detail van het stucplafond in Vredenoord, juni 1971
Detail van het stucplafond, juni 1971. Foto Gerard Dukker.

De datering maakt aannemelijk dat de opnamen verband hielden met de naderende sloop (in 1972) van het complex.

Foto’s: Gerard Dukker, juni 1971.

Boerderij Kralingenzigt, 's-Gravenweg 421, vóór de sloop

Boerderij "Kralingenzigt" — 's-Gravenweg 421

Alle oude historie is weerloos

De boerderij Kralingenzigt uit 1880 aan de 's-Gravenweg 421 is niet meer. Binnen een dag hadden slopers het karwei geklaard. Veel fietsers stopten en bleven even kijken; er was niemand die er geen pijn bij voelde. De boerderij wordt weer opgebouwd, maar dan in een namaakvariant. Er kon gekozen worden uit drie varianten: het huisje laten staan en restaureren voor 699.000 euro, de huidige woonboerderij volledig verwijderen voor 1,2 miljoen euro, of — voor 1,5 miljoen euro — een namaak-aanbouw van de ooit aanwezige stallen, zo werd gesuggereerd.

Sloop van boerderij Kralingenzigt

's-Gravenweg 421 was een oud huis in Rotterdam, ooit bewoond door vier families tegelijk. Iedereen vertrok, behalve Tante Lien. Zij werd ouder en kon het huis niet meer onderhouden; langzaam werd het overgenomen door vuil, schimmel en spinnen. De vele kelders en opkamertjes, te bereiken via trapjes, maakten van het huis een soort labyrint.

Interieur van Kralingenzigt, slaapkamer

Na het overlijden van Tante Lien bleef het huis onbewoond achter. De lange leegstand deed het geen goed, en de gemeente Rotterdam liet dit onbestraft begaan. De monumentenstatus en het beschermde dorpsgezicht konden het huis uiteindelijk niet redden.

Bewoonster bij het raam in Kralingenzigt

Fotografe Laura Zwaneveld maakte een ontroerende fotoreportage van de laatste dagen van Tante Lien en van de verlatenheid van het huis in die tijd. Nu hebben bulldozers en grijpers alle historie weggenomen — alleen de foto's resten voor het nageslacht.

Foto's: Laura Zwaneveld / www.lab183.nl

's-Gravenweg 454 — afgebroken villa

Vroeger stond op het adres 's-Gravenweg 454 in Rotterdam een prachtige, oudere, vrijstaande villa uit 1949 op een groot groen perceel van circa 2.700 vierkante meter. Dit perceel is sindsdien volledig vernieuwd. De voormalige villa heeft plaatsgemaakt voor een nieuwbouwcomplex met dertien villa-appartementen en stadsvilla's. Een m.i. niet echt geslaagde metamorfose.

's-Gravenweg 454, de oprit met de oude villa
's-Gravenweg 454, de achtertuin van de oude villa
's-Gravenweg 454, luchtfoto van het perceel vlak voor de sloop
De oude villa

Een filmpje uit 2018 van de oude villa. Hoezo kapitaalvernietiging? Bekijk het filmpje.

Hoeve Nooitgedacht, historische foto bij de sloot

Hoeve Nooitgedacht — 's-Gravenweg 190

Geschiedenis van Hoeve Nooitgedacht

De geschiedenis van Hoeve Nooitgedacht begint in 1852. Toen kocht Abraham (Bram) Graveland — bouwman, warmoezier (groentekweker) en winkelier, geboren in 1823 te Stolwijk en overleden op 3 februari 1895 in Rotterdam — de bouwmanswoning Nooitgedacht van Pieter van Dijk, meester vleeshouwer en spekslager, voor 4.500 gulden. De woning bestond uit een afzonderlijke voorwoning, koestalling, wagenschuur, hooiberg, werf en erve met een weiland.

Al op een kaart uit 1810 staat op deze plaats een woning getekend, die toebehoorde aan een opzichter van de katoenweverij-inrichting van de ernaast gelegen 's-Gravenhof "Non Plus Ultra" uit 1720. De relatie tot de bestaande opstal is echter onduidelijk. De huidige woning laat nog wel duidelijke stijlkenmerken zien van zuivelboerderijen uit West-Nederland.

De geschiedenis van de familie Graveland is nagelaten in de vorm van een dagboek. Abraham Graveland was tweemaal getrouwd. Met zijn eerste vrouw, de weduwe Elizabeth Verdood, had hij vijf kinderen; het oudste kind overleed op driejarige leeftijd aan cholera, het derde op eenjarige leeftijd op dezelfde wijze. Daarna werden nog een dochter en twee zoons geboren. Zijn vrouw overleed vervolgens plotseling op 47-jarige leeftijd, in 1866. Ook andere tegenslagen bleven de familie niet bespaard: tussen 1865 en 1867 stierf tot tweemaal toe de veestapel aan de pest, en Graveland zelf leed aan cholera en pokken, wat hij ternauwernood overleefde.

Kadastrale minuut met Nooitgedacht en Buitenzorg

Graveland was een strenggelovig mens, maar door alle rampspoed keerde hij zich af van het geloof — totdat hij, via een knecht, in aanraking kwam met een dominee uit Rotterdam. Na een dagenlange innerlijke strijd kwam hij weer tot het geloof, en vanaf dat moment ging alles voorspoediger. Hij vond een nieuwe echtgenote, Lena Saarberg; samen kregen zij negen kinderen, van wie er drie vroeg overleden.

De hoeve werd tot 1931 bewoond door zoon Johannes Gerardus Graveland. Later woonden diverse leden van de familie Schipper in de boerderij, tot 1961. Vanaf dat jaar werd de hoeve bewoond door beeldhouwer André Dalhuisen met zijn echtgenote Friedel Sterk; na het overlijden van haar man bleef zij er wonen tot 2008.

Toen Friedel Sterk het huis in 2008 verliet, bood de toenmalige eigenaar, het Woningbedrijf Rotterdam, het te koop aan. Daarin school een groot gevaar: sloop dreigde, omdat de hoeve niet op een monumentenlijst stond en net buiten het beschermd stadsgezicht Kralingen viel. Een comité trok zich het lot van de hoeve aan en ijverde met veel inzet voor het behoud ervan — met succes: de hoeve is alsnog als gemeentelijk monument aangewezen.

Hoeve Nooitgedacht vóór restauratie, overwoekerd

Omdat het pand inmiddels in slechte staat verkeerde, hebben de nieuwe eigenaren een uitgebreide restauratie laten uitvoeren en de hoeve voorzien van een eigentijdse achterbouw. Voor deze geslaagde restauratie ontvingen zij het monumentenschildje: het pand is weer in oude luister hersteld en heeft de status gekregen die het verdient.

Bouwgeschiedenis

De hoeve is rond 1850 als zuivelboerderij gebouwd en bestond uit een woning, kaaskelder, koestalling, wagenschuur, hooiberg, werf en weiland. In de jaren vijftig is het achterste gedeelte van de boerderij afgebroken. Begin deze eeuw verkeerde het pand in zeer slechte staat: het was ernstig verzakt en had veel vochtproblemen.

Stedenbouwkundige context

Vrijstaande boerderij met ingang in de voorgevel en een ruime tuin eromheen, op de hoek van de Laan van Nooitgedacht en de 's-Gravenweg — de eeuwenoude weg van Rotterdam naar Nieuwerkerk aan den IJssel, die bebouwd was met kleine boerderijen waarvan de meeste inmiddels zijn verdwenen.

Hoeve Nooitgedacht na restauratie, met eigentijdse achterbouw

Aantal kamers

Zes kamers: vier op de begane grond en twee op de verdieping.

Woonoppervlakte

Bruto vloeroppervlak 170 m², inclusief 46 m² kantoorruimte. Het huis is traditioneel gebouwd met gevels van baksteen, houten kozijnen, ramen en deuren, en een met pannen gedekt zadeldak. Het nieuwe volume heeft een houtskelet en is geheel met houten lamellen bekleed.

Restauratie en uitbreiding

In 2008 werd het ontwerp voor de restauratie en uitbreiding gemaakt door Architectenbureau di't. In 2009-2010 voerde aannemer Den Hoed uit Bergambacht het plan uit. In 2010 ontving de hoeve het monumentenschildje voor de restauratie van het Historisch Genootschap Roterodamum. Bij de restauratie is een nieuwe fundering gemaakt, zijn de daken vernieuwd, de kozijnen gerepareerd en is isolatie aangebracht. Bij het herstel van het oorspronkelijke volume is bewust gekozen voor contrasterend materiaal: de gevels en het dak van de uitbouw zijn bekleed met houten lamellen.

Hoeve Nooitgedacht nu monument

De hoeve Nooitgedacht aan de 's-Gravenweg 190 heeft het traditionele monumentenschildje van het Historisch Genootschap Roterodamum gekregen. Melanie Post van Ophem en Jack Fens van Roterodamum overhandigden de onderscheiding, bestaande uit een messing gevelpenning en een oorkonde, op Open Monumentendag aan de eigenaren Robert Pangalila en Gerard Jan van Leer.

Het boerderijtje en de bijbehorende schuur tegenover ons huis aan de 's-Gravenweg, kort voor de sloop

Het boerderijtje en het woningblokje tegenover ons huis

In het jaar dat wij op de 's-Gravenweg kwamen wonen is het boerderijtje en de bijbehorende schuur gesloopt. Op het perceel stonden prachtige grote kastanjebomen. Het boerderijtje lag direct aan de overkant van onze woning.

Sloopwerkzaamheden bij het boerderijtje

De laatste maanden woonden er een groepje van ongeveer vier krakers. Zij zijn nog op onze house warming party geweest op 31 mei 2008. Waren leuke mensen.

Van de geschiedenis van het boerderijtje is mij niets bekend. Misschien weet iemand iets? Ja, mail dan naar cvandergiesen@gmail.com.

Sloop van het boerderijtje aan de 's-Gravenweg
Het boerderijtje en de schuur, gezien vanaf de overkant van de 's-Gravenweg

Aan de andere overkant van onze woning stond nog een woningblokje. Ook dat is in 2008 gesloopt.

Weet u iets over deze woning of de bewoners? Mail dan ook even. Bedankt.

Het woningblokje aan de overkant van de 's-Gravenweg, vóór de sloop
Vrijstaande woning met schuur aan de 's-Gravenweg, pal tegenover de huidige woning, 1987
Pal tegenover onze huidige woning: vrijstaande woning aan de 's-Gravenweg met schuur, beide gebouwen hebben een wolfskap. Op de achtergrond een bord met het opschrift ‘Cieremans ’s-Gravenweg’. Datering: 23-04-1987. Foto: Aad (A.P.) Boer.

"Henk Cieremans komt uit een echte tuindersfamilie van de ’s-Gravenweg. Daar is hij geboren en getogen, in een tijd dat er nog vele tuinders waren. ,,Die waren eigenlijk allemaal familie van elkaar. Allemaal neven en nichten, de Van den Bergen, Struijken en Valken.’’ Ook andere families hadden hier hun bedrijf, herinnert hij zich nog goed: de verhuizers van Den Otter, de slopers van Lekkerkerker, paarden- en koeienhandelaar Broere, groenteboer De Bruin, maar ook de limonadefabriek, de touwfabriek en de smid. Naast tuinen had zijn vader een hoveniersbedrijf, waarmee hij veel klanten bediende in Kralingen"

Lees voor het verdere verhaal van Henk Cieremans elders in dit boek.

Verhalen

Waar de vorige hoofdstukken de geschiedenis van de 's-Gravenweg in grote lijnen schetsen, komen in dit hoofdstuk de bewoners zelf aan het woord. Hun herinneringen — aan een buitenplaats, een tuin, een huis dat al generaties in de familie is — laten zien hoe de weg door de jaren heen is beleefd, naast en boven op de historische feiten.

Een deel van de verhalen hieronder komt uit de collectie 's-Gravenweg' van Verhalen van Rotterdammers, waar bewoners hun herinneringen als luisterverhaal hebben vastgelegd. Klik op "beluister het verhaal" om de audio te beluisteren.

"De tuinders die bleven zijn in feite uitgerookt."

Henk Cieremans (Rotterdam, 1942) — Lees het verhaal

"Toen ik jong was, zaten er wel dertig Valken op de 's-Gravenweg."

Maria van Donkelaar (Rotterdam, 1947) — beluister het verhaal

"Wij gingen niet naar de 's-Gravenweg, maar naar de Tuin. Zo noemden we dat."

Hennie (1944), Trudie (1946) en Jan (1952) van Zanten — beluister het verhaal

"Toen ik het mooie zwembad achterin de tuin zag, heb ik alle spaarvarkens stukgeslagen en de 's-Gravenhof gekocht."

Rob Boddaert (Rotterdam, 1939) — beluister het verhaal

"In die veertig jaar zijn we altijd bezig geweest met restaureren. Dat hadden we er met liefde voor over. Zo'n huis heb je te leen."

Annetje Roorda Boersma (Rotterdam, 1950) — beluister het verhaal

"Mijn vader heeft die mensen uitgekocht en Rijkswaterstaat de opdracht gegeven dat terrein op te hogen om daar een tuin van te maken. Dat is nu de mooiste tuin van Kralingen."

Birgitta Feith (Amsterdam, 1940) — beluister het verhaal

"Bij Kees Mulder in de Vijverlaan verzamelden we om wedstrijdjes te fietsen of Concours Hippique te spelen. Dan bouwden we hindernissen in zijn tuin van allerlei stoelen en tafels."

Jaap van Waning (Rotterdam, 1946) — beluister het verhaal

"Architect Kromhout heeft hier een betonnen bassin laten maken, daarop is het huis gebouwd. Dat is geweldig, want die kelders zijn zo droog als het maar kan."

Edzard van Citters (Soerabaja, 1931) — beluister het verhaal

Onderdeel van luistervoorstelling Verhalen van de 's-Gravenweg, deel 1 en van de collectie Verhalen van de 's-Gravenweg.

"We weten dat de 's-Gravenhof en Buitenzorg hier staan en sommigen kennen de vroegere Ypenhof nog. Maar er zijn hier waarschijnlijk wel dertig tot veertig buitenplaatsen geweest."

Robert Jan Ligthelm (Voorburg, 1946) — beluister het verhaal

Het Kralingen van jonkheer Rob Boddaert

Een buurt leer je het beste kennen door de ogen van een kenner. Of, in dit geval, een connaisseur. Jonkheer Rob Boddaert (1939) woont zijn leven lang in Kralingen. Hij vertelt – aan de hand van zijn levensgeschiedenis – over plekjes die hem dierbaar zijn.

"De wind in je snuit aan de Kralingse Plas, heerlijk!"

Rob Boddaert (1939) — lees het verhaal
Portret van jonkheer Rob Boddaert

Interview met Rob Boddaert (Rotterdam, 1939)

Jonkheer Rob Boddaert en zijn vrouw wonen vanaf 1982 in Landhuis 's-Gravenhof aan de 's-Gravenweg. Het monumentale pand herbergde vroeger een directeurswoning van katoendrukkerij Non Plus Ultra. Twee oprijlanen, een ophaalbrug en een landgoed van ettelijke hectaren vervolmaken het plaatje.

"Wij behoren tot de elite van Nederland. Mooier kan ik het niet maken, dat is gewoon zo."

Jonkheer Robertus Joan Henri Boddaert bewoont sinds 1982 het oudste huis van Kralingen: de 's-Gravenhof, een monumentaal pand uit 1723. De familie Boddaert vindt haar oorsprong in Vlaanderen, van waaruit zij tijdens de vervolging van Luther naar Nederland vluchtten. Daarna hebben de Boddaerts bijna 400 jaar in Zeeland gezeten, op Walcheren. Bij de totstandkoming van het koninkrijk onder Willem I werd zijn voorvader geadeld. Rob Boddaerts grootvader werd nog als laatste in Middelburg geboren.

Na een studie chemie in Duitsland verhuisde zijn grootvader naar Rotterdam, omdat deze stad rond 1900 bruisend was geworden qua haven en industrie: dat was de toekomst. Daar werkte hij vanaf het begin van de twintigste eeuw in het chemisch laboratorium Dr. A. Verwey aan de Coolhaven — een "havenlaboratorium" dat monsters onderzocht van lading afkomstig van tankers en bulkcarriers, afgemeerd in zeehavens over de hele wereld. In 1984 werd Rob Boddaert eigenaar-directeur van het laboratorium; het bedrijf is meer dan honderd jaar geleid door drie generaties Boddaert.

Boddaert groeide op aan de Kralingse Plaslaan, op de hoek van de Ramlehstraat, vlak aan de Kralingse Plas. Voor de woningen in de lage flatjes bestond een officieuze ballotagecommissie: "Je moest iets in de melk te brokkelen hebben. Op het niveau van cultuur en beschaving dan hè, niet qua money." Als klein jongetje maakte hij er de oorlogsjaren mee. Zijn vader — een verzetsman — werd weliswaar verraden, maar kon dankzij een waarschuwing tijdig vluchten. De Boddaerts hielden zich verre van zwarte handel: "Als gentleman deed je dat natuurlijk niet. Dat is immoreel." De familie kwam redelijk ongeschonden de oorlog door. "Mijn jeugd was schitterend, want ik had alles om me heen. Ik zat bij de scouting, de zeeverkenners. Ik was verzot op zeilen en gek op de Kralingse Plas. In die tijd was er minder bebouwing en het kon geweldig waaien over het water. Heerlijk. De wind in je snuit, daar hou ik van. Ik ben een heel vrij mens en hou erg van de natuur. Dat punt bij de Plasmolens, wat nu De Tuin heet, daar ben ik mijn hele leven gekomen. Vroeger was dat een waanzinnig mooi restaurant, met de klassieke flambeertrolley voor de boeuf stroganoff. Je ziet daar zo die rode bal wegzinken in de plas, prachtig."

Het verschil tussen Oost en West

Kralingen is mooi, Kralingen is chique, Kralingen is oud geld — allemaal waar. Maar Kralingen is ook de Vlietlaan, met zijn belwinkels, Turkse slagers en leegstaande pandjes. Of de Gerdesiaweg met zijn nieuwbouw: twee gebiedjes waar het gemiddelde inkomen een stuk lager ligt dan bijvoorbeeld de Vijverlaan. Het verschil is te verklaren uit de geschiedenis. Het oude dorp Kralingen werd langzaam verzwolgen door de turfstekerij. Ongeveer tegelijkertijd — eind zeventiende, begin achttiende eeuw — bouwden veel welgestelde Rotterdammers buitenplaatsen in Kralingen, om de door ziektes en stank geteisterde stad te ontvluchten. Bekende voorbeelden zijn Lusthof, Trompenburg, Jericho en Vredenhof.

Eind achttiende eeuw kwam ook steeds meer industrie naar Kralingen, zoals branderijen, houtzaagmolens en touwslagerijen. Een groot deel van de plassen werd drooggelegd en het tweede Kralingen kreeg vorm, met als nieuw hart de Viersprong: de huidige kruising van Hoflaan, Kortekade, 's-Gravenweg en Oudedijk. Met de industrie kwamen ook de arbeiders naar Kralingen. Vooral nadat Rotterdam het voormalige dorp had geannexeerd, werden er in Kralingen-West in hoog tempo kleine arbeiderswoningen gebouwd, terwijl Oost zich ontwikkelde tot woongebied voor de welgestelde Rotterdammer. Boddaert: "De Jeruzalemstraat, de Betlehemstraat, Jaffa: dat waren allemaal arbeidersbuurten. Dat was niet best toen hoor, hoe die arbeiders moesten wonen. Dat stuk rondom de Vlietlaan, wat nu allemaal is afgebroken, dat waren echt de allergrootste achterbuurten van Rotterdam. De verschillen in Kralingen waren enorm en dat zijn ze eigenlijk nog steeds."

Bevoorrecht

Boddaert woonde aan de "goede" kant van Kralingen. "Ja, ik ben volstrekt bevoorrecht opgegroeid. Met een kinderjuffrouw en dienstbodes. Dat had je toen allemaal nog. Misschien dat ik daardoor nu aan de ouderwetse kant ben. Ik houd het graag bij het oude. Zeker vroeger was ik een fervent tegenstander van televisie. Mijn vader had destijds een televisie aangeschaft en die stond bij ons in de library. Ik vond dat een aanfluiting: een jaar lang ben ik die kamer geblinddoekt binnengekomen als de televisie aanstond, uit protest. Pas tijdens het wereldkampioenschap voetbal heb ik de blinddoek afgeworpen. Dat voetballen vond ik toch mooi!"

Jonkheer

Hoe is het om als jonkheer op te groeien? "Toen ik klein was, interesseerde het me niet zo. Maar je krijgt natuurlijk wel van kinds af aan iets mee. Wij behoren tot de elite van Nederland. Mooier kan ik het niet maken, dat is gewoon zo. Je moet je in elk geval netjes gedragen, je hebt toch een beetje een voorbeeldfunctie. En ik ben uiterst kieskeurig met wie ik omga. Hier hebben altijd relatief veel mensen gewoond die het hoog in hun bol hebben. Je moet gewoon vriendelijk zijn, tegen iedereen. Mensen die uit de hoogte doen tegen hun personeel — rubbish. Daar heb ik van kinds af aan tegen gevochten, want ik zag hoe dienstbodes soms behandeld werden."

Klassiek Kralingen

Boddaert doorliep een klassieke Kralingse opvoeding: eerst de Kralingsche School, daarna het Libanon Lyceum. Hij was lid van het Kralings zwembad (het enige zwembad in Nederland met een ballotagecommissie), secretaris van herensociëteit Eendragt maakt Magt en speelde cricket bij Victoria. Maar, zo benadrukt hij: "Ik heb vrienden in alle lagen van de bevolking. Als kind kwam ik ook in de armere buurten, bij de jongetjes thuis die ook welpen waren. Dat waren eenvoudige mensen en enorm aardig, met een potkachel in het midden van de kamer, terwijl wij centrale verwarming hadden. Ik was me wel bewust van de verschillen — dat kwam vooral door de Kralingsche School. Die school is gesticht door een paar importlui in Kralingen die zich buitengewoon stoorden aan het platte Rotterdamse accent: 'Wij moeten een eigen school oprichten waar behoorlijk Nederlands gesproken wordt.' Door die elitaire lagere school was ik me meer bewust van de verschillen. De kledij was anders dan op de volksscholen en we leerden al in de derde klas Frans spreken."

Kralingen versus Hillegersberg

Als het om geld en beschavingsniveau gaat, wordt Kralingen — zeker in de media — vaak afgezet tegen Hillegersberg: in Kralingen zou het oude geld wonen, de echte chic, terwijl Hillegersberg een pleisterplaats is voor het nieuwe geld. Boddaert nuanceert: "Ik heb niets tegen Hillegersberg, daar wonen heel aardige lui. Het gaat om het karakter. Ik heb bewondering voor mensen die zelf vanaf de grond een bedrijf opbouwen en tot een succes maken. Laten we zeggen: hoe beschaafder je bent, hoe minder pronkzucht je hebt. In Kralingen wonen relatief toch meer beschaafde mensen."

Een van zijn ergernissen: "De Maas is natuurlijk een schitterende rivier, maar ik stoor me dagelijks aan dat afschuwelijke Tropicana. Dat had daar nooit mogen komen. Op het moment dat die boel failliet was, had er een flinke wethouder moeten zijn om dat af te laten breken. Het belemmert het vrije uitzicht op de rivier. Weg ermee."

Eigen haard

Een van Boddaerts lievelingsplekjes is Trompenburg Tuinen & Arboretum, het voormalige landgoed aan de Honingerdijk met zijn bijzondere collectie bomen, struiken en vaste planten. Maar het ultieme plekje in Kralingen is zonder twijfel zijn eigen tuin. Wie wil, kan er rustig een uur wandelen zonder dat het huis al in zicht komt. De grasvelden, de sloten (uitlopers van de Kralingse Plas), de borders, de geschoren buxussen, de bijenkasten: het onderhoud houdt hemzelf, de imker en de tuinman aardig van de straat. Verspreid over het terrein staan diverse bouwsels en "hutten", deels door hemzelf in elkaar gezet. "Ik hou van timmeren en ben gek op kunst. Wat ik dus doe is artistiek timmeren." Zo is er een groepje statafels onder een afdak ("Hier kun je lekker roken") en zijn eigen mannenhut, met luie stoelen, boeken, een schaakspel en diverse alcoholische versnaperingen.

Verdriet

Vroeger gaven de Boddaerts regelmatig grote feesten; die tijd is voorbij. Ook de piano is de deur uit. Voor feesten was geen plek meer na het overlijden van hun dochter in 2007 — eerder verloren ze ook al een zoon. "Ik heb een mooi leven gehad. Maar er is wel altijd het verdriet van het verliezen van twee van mijn drie kinderen. Over dat soort dingen heb je niets te zeggen in het leven. Je hebt het te aanvaarden." Wat helpt, is zijn favoriete stukje tuin: "In de schaduw onder de beuk op een warme dag. Potje schaak, een glas bier erbij."

Ook te bekijken:

Mevrouw Boekhout voor haar woning aan de 's-Gravenweg, met kerstversiering

Mevrouw Boekhout — geboren en getogen aan de 's-Gravenweg

Ze is er geboren en getogen, maar als de plannen van de gemeente doorgaan moet de 92-jarige mevrouw Boekhout haar woning in Rotterdam nu echt uit. De hoogbejaarde vrouw is zeer gehecht aan haar ouderlijk huis, maar blijven kan niet. "Wat is nou die paar jaar?"

De vrijstaande woning waar de wieg van mevrouw Boekhout stond, staat aan de 's-Gravenweg in Rotterdam-Kralingen. Haar ouders trokken er in hun jonge jaren in om een boerderij te beginnen. "Je moest toen als kind wel helpen op de boerderij, maar je had de vrijheid om te spelen."

Net nadat mevrouw Boekhout trouwde, ging ze het huis uit. In 1972 kwam ze terug, toen haar ouders overleden. "Toen woonde ik hier gelukkig weer, maar we moesten wel doorgaan met het boerenbedrijf. Met de erfenis van 200 euro kocht ik een kalfje, daarna kocht ik nog een kalfje en zo zijn we verdergegaan."

Dat mevrouw Boekhout een keer uit de oude boerderij moet, weet ze al heel lang. De oude boerderijen zouden een halve eeuw geleden al gesloopt worden. Omdat daar toen veel weerstand tegen was, heeft de gemeente de panden opgekocht. Bewoners mochten er met een zogenoemd pachtcontract gratis blijven wonen, met de voorwaarde dat die deal een keer zou aflopen; bewoners moesten de boel wel zelf onderhouden. Die pachtcontracten zijn meerdere keren verlengd.

In 2018 kwam er een brief van de gemeente: de bewoners moesten er alsnog uit. De gemeente sleepte mevrouw Boekhout toen voor de rechtbank. Die oordeelde dat jaar dat de hoogbejaarde bewoonster er tot april 2024 mag blijven, en daarna de sleutels moet inleveren. Mevrouw Boekhout hoopt er zo lang mogelijk te blijven, omdat ze zo gehecht is aan de woning. "Het huis is eigenlijk ons huis geworden. Mijn ouders woonden er al, we moesten het onderhouden en dan voelt het van jou."

Zodra ze de woning moet verlaten, is ze woningzoekende in een moeilijke tijd. "Waar moet ik dan heen? Er zijn geen huizen en voor de verzorgingshuizen ben ik nog te goed."

De gemeente heeft meegeholpen zoeken naar alternatieve woonruimte: "Er zijn haar verschillende woningen aangeboden, maar helaas heeft dit nog niet tot een oplossing geleid", aldus de gemeente. Hulp van de gemeente om een nieuwe woning te vinden, wil mevrouw Boekhout echter niet. Liever hoort ze dat ze in de woning kan blijven. "Ik wil er blijven zitten totdat het niet meer gaat. Het is dan alleen nog maar voor die paar jaar."

Hoewel mevrouw Boekhout niet gewend is om hulp te vragen, doet ze wel een dringende oproep aan burgemeester Aboutaleb: "Strijk je hand over je hart en laat me hier blijven wonen. Totdat het niet meer gaat."

Veel aandacht voor het verhaal van mevrouw Boekhout, kleindochter start petitie: dehavenloods.nl.

Woordenlijst

Een aantal historische en streekgebonden termen dat op deze site voorkomt, kort toegelicht:

ambacht

middeleeuws bestuurlijk gebied, voorloper van de latere gemeente

baljuw

middeleeuwse ambtenaar belast met bestuur en rechtspraak namens de graaf

buitenplaats

landhuis met tuin, oorspronkelijk zomerverblijf

erfdochter

enige dochter die als erfgename het familiebezit overerft

gemaal

(stoom)installatie die water uit een polder omhoog pompt

heerlijkheid

gebied waarin een heer bestuurlijke macht en rechtspraak uitoefende: belastingen en tienden inde, exclusieve monopolies binnen het gebied had, zoals het alleenrecht op graan malen (dwangmolen), jagen en vissen, inkomsten genereerde uit markten, veren en tollen, vaste vergoedingen (cijns) en pachtgelden van grond binnen de heerlijkheid.

hofje

kleinschalig woonhofje rond een erf

knotten

periodiek terugsnoeien van wilgen voor griendhout

kwakel

smal voetbruggetje over een sloot

leenstelsel

middeleeuws stelsel waarbij grond en macht in ruil voor trouw en diensten werden uitgeleend

limes

noordgrens van het Romeinse Rijk, hier gelegen langs de Oude Rijn

slagenlandschap

lange, smalle kavels loodrecht op de ontginningsas

turf

gedroogd veen, eeuwenlang gebruikt als brandstof

veen

drassige, organische bodem, moeilijk te bebouwen zonder ontwatering

Waterstaatskerk

negentiende-eeuwse standaardkerk, gebouwd met steun van het Rijk

Bronnen

Voor wie dieper wil graven: hieronder een selectie van artikelen van derden over de geschiedenis van Kralingen en Rotterdam, die goed aansluiten bij de onderwerpen op deze site. Klik op een titel om het volledige artikel te lezen op de website van de oorspronkelijke bron.

Tjomp, tjomp, tjomp: graven bij de dam waar Rotterdam in 1270 ontstond

Een reportage over archeologisch onderzoek bij de dam in de Rotte, de plek waar Rotterdam rond 1270 zijn oorsprong vindt.

Kralingen — De wederopbouw in detail

In het naoorlogse Kralingen komt vooral veel woningbouw tot stand. De eisen aan deze woningen zijn hoog.

Kralingen in kaart

Het vooroorlogse Kralingen kende een heel ander stratenplan dan het gedeelte dat na het bombardement werd opgebouwd. De groenstroken werden verlegd en er kwam veel woningbouw in blokken. Aan de hand van kaarten wordt de ontwikkeling van Kralingen-West getoond.

Woningnood

Kralingen-West werd tijdens het bombardement op 14 mei 1940 zwaar getroffen. Er ontstond grote woningnood en na de oorlog werd fors geïnvesteerd in de wederopbouw.

Kralingen

Bij het bombardement van Rotterdam ligt de focus altijd op de verwoesting van het centrum. Maar de wijk Kralingen was minstens zo zwaar getroffen: door de westenwind drong de brand na het bombardement diep in deze, oostelijk van het centrum gelegen, wijk door.

Het ontstaan van het Kralingsebos

Het verhaal achter het ontstaan van het Kralingse Bos.

Rotterdam, een stad van vele dorpen

Rotterdam is ontstaan uit vele dorpen, ambachten en heerlijkheden die ooit zelfstandig functioneerden en die in de loop der eeuwen samen de bonte lappendeken zijn gaan vormen die we nu Rotterdam noemen. Het is een geheel, maar toch ook weer niet: iemand "uit Kralingen" komt echt ergens anders vandaan dan iemand die geboren is "op Pernis" of "op Katendrecht". Rotterdam dankt zijn naam aan een dam in de Rotte en ontstond in een tijd dat er nog sprake was van een leeg landschap waarin langzaam maar zeker structuur werd aangebracht — enerzijds door menselijk ingrijpen, anderzijds door natuurlijke omstandigheden zoals overstromingen en klimaatverandering. Vanuit kleine nederzettingen werd het land bewerkt, rivieren bedijkt, nieuw land ingepolderd en wegen aangelegd. Door de eeuwen heen ontstonden zo dorpen en ambachten die door de groei van de stad langzaam maar zeker werden opgeslokt en door annexatie onderdeel zijn geworden van de stad zoals we die nu kennen.

Video's

Bibliotheekcollege De Kralingse Buitenplaatsen

Robert J. Ligthelm, auteur van het boek De Kralingse Buitenplaatsen van de 16e tot 21e eeuw, vertelt over de buitenplaatsen, waarvan Kralingen er ooit veertig telde — van de meer dan 40 buitenplaatsen resteren er nog slechts vijf. De gepensioneerde Rotterdamse internist geeft een chronologische beschrijving van alle lusthoven, zowel wat de geschiedenis als de opeenvolgende bewoners betreft, en behandelt unieke kenmerken als de vervlechting van industrie met bewoning, de rol van immigrantenfamilies, kwakelbruggen en "lease"-buitenplaatsen. Voor het boek is veel, deels niet eerder gepubliceerd, beeldmateriaal gebruikt.

Bernard geeft kakkertours door Kralingen: "Die huizen zijn minstens twee miljoen waard"

Rotterdam staat bekend als een arbeidersstad, maar dat betekent niet dat er geen kakkers wonen. De geboren en getogen Rotterdammer Bernard Kats geeft zogeheten kakkertours door Kralingen. "De wijk is wel veranderd." De duurste straat van Rotterdam ligt nog steeds in Kralingen: de Vijverlaan. "Daarmee verslaat het op een of andere manier de Straatweg uit Hillegersberg", zegt Bernard enigszins verbaasd. Hoeveel de huizen waard zijn die de tour passeert? "Minstens 2 miljoen euro." Op de vraag in welk huis hij het liefst zou wonen, is hij duidelijk. Lachend antwoordt hij: "Daar woon ik al."

Tuincentrum Zwinkels — bedrijfsvideo

Tuincentrum Zwinkels is al generaties lang gevestigd op de 's-Gravenweg en is een echt familiebedrijf. Van tomaten vroeger naar planten nu. Zwinkels is een van de grootste tuincentra in Rotterdam. Bekijk de bedrijfsvideo.

Beeldbanken en archieven

Voor wie zelf verder wil zoeken in historisch beeldmateriaal, twee ingangen bij de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam:

Beeldbank — trefwoord 's-Gravenweg

Alle foto's en ander beeldmateriaal in de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam met het trefwoord 's-Gravenweg.

Beeldbank — trefwoord Oudedijk

Alle foto's en ander beeldmateriaal in de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam met het trefwoord Oudedijk.

Monumentenlijsten

Kralingen en Kralingen-Crooswijk tellen een groot aantal beschermde monumenten. Onderstaande lijsten geven een overzicht:

Rotterdam Kralingen Crooswijk telt 61 rijksmonumenten

Rotterdam Kralingen Crooswijk heeft in totaal 61 rijksmonumenten (status 22 februari 2014).

Lijst van rijksmonumenten in Kralingen

Overzicht van alle rijksmonumenten in Kralingen, met adres en korte omschrijving.

Lijst van gemeentelijke monumenten in Kralingen-Crooswijk

Overzicht van de gemeentelijke monumenten in Kralingen-Crooswijk.

Funda logo

Wonen aan de 's-Gravenweg?

Benieuwd welke woningen momenteel aan de 's-Gravenweg te koop staan? Bekijk het actuele aanbod op Funda en ontdek welke huizen beschikbaar zijn, met foto's, vraagprijzen en informatie over de woningen en percelen.

Bekijk het actuele woningaanbod op Funda →

Verantwoording

Voor de samenstelling van deze website over de geschiedenis van de 's-Gravenweg, Kralingen en 's-Gravenland is gebruikgemaakt van historische archieven, beeldbanken, erfgoedwebsites, journalistieke publicaties, sociale media en particuliere historische verzamelingen. Waar mogelijk zijn historische gegevens en afbeeldingen aan de hand van meerdere bronnen gecontroleerd.

Archieven, beeldbanken en historische collecties

Stadsarchief Rotterdam / Archieven.nl

Historische foto's, kaarten, documenten en beeldmateriaal over de 's-Gravenweg, Kralingen en Rotterdam.

archieven.nl

PICRYL – Public Domain Media

Digitale collectie met historisch beeldmateriaal uit openbare en publieke collecties.

picryl.com

Joods Erfgoed Rotterdam

Informatie over Joodse bewoners, gebouwen en gebeurtenissen in Rotterdam, waaronder gegevens met betrekking tot de 's-Gravenweg.

joodserfgoedrotterdam.nl

Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW)

Artikelen en achtergrondinformatie over Joodse geschiedenis, cultuur en erfgoed in Nederland.

Geschiedenis van Kralingen en Rotterdam

Bram's website – Geschiedenis van de familie Van Cralingen

Genealogische en historische informatie over de familie Van Cralingen en de vroege geschiedenis van Kralingen.

Stichting Rotterdam is vele Dorpen (SRivD)

Historische informatie over de voormalige dorpen en gebieden waaruit het huidige Rotterdam is ontstaan, waaronder Kralingen.

srivd.nl

Platform Wederopbouw Rotterdam

Informatie over de wederopbouw, architectuur en stedenbouwkundige ontwikkeling van Rotterdam na 1940.

wederopbouwrotterdam.nl

Buitenplaatsen in Nederland

Informatie over historische buitenplaatsen, landgoederen en bijzondere woonhuizen in Nederland.

buitenplaatseninnederland.nl

Engelfriet.net

Historische artikelen, documenten en verhalen over Rotterdam en omgeving.

engelfriet.net

Geschiedenis overal te vinden

Historische artikelen en verhalen over Nederlandse en lokale geschiedenis.

geschiedenisoveraltevinden.blog

Wikipedia Nederland

Gebruikt als algemene oriëntatiebron en voor het controleren en verder uitzoeken van historische onderwerpen.

nl.wikipedia.org

Verhalen en persoonlijke geschiedenis

Verhalenhuis Belvédère – Verhalen van Rotterdammers

Persoonlijke verhalen, herinneringen en oral history van inwoners van Rotterdam.

verhalenvanrotterdammers.nl

Naast gepubliceerde bronnen is voor deze website gebruikgemaakt van persoonlijke verhalen, herinneringen en informatie van huidige en voormalige bewoners van de 's-Gravenweg en omgeving.

Kranten, nieuwsmedia en lokale publicaties

Voor actuele en historische achtergrondinformatie zijn onder meer geraadpleegd:

  • NRC
  • OPEN Rotterdam
  • Rijnmond
  • De Havenloods Rotterdam
  • De Ster Online
  • Gers! Rotterdam
  • TOP010 – Rotterdams nieuws

Sociale media

Sociale media zijn vooral gebruikt voor het opsporen van historische foto's, persoonlijke herinneringen, lokale kennis en aanknopingspunten voor verder onderzoek.

Facebookgroepen

O.a. Mijn Rotterdam · Rotterdam · Foto's Oud Rotterdam · Rotterdam van Toen · Rotterdam Van Alles010 · Echwelrotterdams

Instagram

Gebruikt voor actuele en historische beelden van Rotterdam, Kralingen en de 's-Gravenweg.

Pinterest Nederland

Gebruikt als zoek- en inspiratiebron voor historisch beeldmateriaal. Afbeeldingen zijn waar mogelijk teruggeleid naar de oorspronkelijke bron.

YouTube

Gebruikt voor historische films, documentaires, interviews en audiovisueel materiaal over Rotterdam en Kralingen.

Verantwoording

Deze website is samengesteld als een historisch en particulier onderzoeksproject. De informatie is afkomstig uit openbare archieven, historische publicaties, websites, kranten, sociale media en persoonlijke verhalen.

Bij historische foto's en documenten is zoveel mogelijk geprobeerd de oorspronkelijke maker, collectie, datering en herkomst vast te stellen. Sociale media, Wikipedia, Pinterest en vergelijkbare platforms zijn voornamelijk gebruikt als vertrekpunt voor verder onderzoek en niet zonder meer als primaire historische bron.

Ondanks zorgvuldige controle kunnen historische gegevens onvolledig zijn of kunnen bronnen elkaar tegenspreken. Aanvullingen, correcties, herinneringen en historisch beeldmateriaal van (oud-)bewoners van de 's-Gravenweg en andere geïnteresseerden zijn daarom van harte welkom.

Met dank aan iedereen die aan dit project heeft bijgedragen.

Speciale dank: Frits van Leeuwen voor zijn kritische redactionele opmerkingen, verhalen en foto's.

Speciale dank ook aan Anne Schram Ouweneel, Stichting Sanderling, Zuiderwoude, die het verhaal vertelde over het gezin Van Leeuwen-Van Straten dat zo gruwelijk slachtoffer werd van de Holocaust.

Dank eveneens mevrouw Annie Uittenbogaart die zeer behulpzaam was bij het samenstellen van de tekst m.b.t. de St. Elbrechtskapel en de buitenplaats Rozenhof. Dank voor haar tekstsuggesties, correcties, afbeeldingen en kaarten.

Ook speciale dank aan Simon Evenblij en Thijs Jansen voor hun scherpe blik en waardevolle suggesties.

Nawoord

Toen ik in 2008 aan de 's-Gravenweg kwam wonen, kende ik vooral de weg zoals hij er vandaag uitziet: lang, groen en op veel plaatsen verrassend landelijk, midden in Rotterdam. Langzamerhand begon ik me af te vragen wat hier vroeger was, wie hier woonden en hoe deze eeuwenoude weg zich door de tijd heeft ontwikkeld.

Die nieuwsgierigheid werd het begin van een zoektocht. Oude kaarten, foto's, kranten, archiefstukken en verhalen brachten steeds nieuwe stukjes geschiedenis aan het licht. Achter huizen, boerderijen en buitenplaatsen bleken verhalen te schuilen over mensen die hier woonden en werkten, over groei en welvaart, maar ook over oorlog, verlies en grote veranderingen in het landschap.

Met deze interactieve geschiedenis wil ik dat verleden niet alleen vastleggen, maar vooral zichtbaar en toegankelijk maken.

De 's-Gravenweg is immers meer dan een straat. Wie goed kijkt, ziet hier bijna duizend jaar geschiedenis voorbijkomen.

Cees van der Giesen

Uw mening

Deze interactieve geschiedenis van de 's-Gravenweg is nog volop in ontwikkeling. Ik hoor daarom graag wat u ervan vindt: wat vond u het meest interessant? Wat kan beter, of ontbreekt er nog? En heeft u zelf informatie, foto's of verhalen die een aanvulling zouden zijn? Een paar zinnen zijn al enorm waardevol — mailt u mij gerust op onderstaand adres.