Historische foto van de 's-Gravenweg, met knotwilgen en een paard-en-wagen in de mist

Rotterdam · Kralingen

Geschiedenis van de
's-Gravenweg Rotterdam

Inleiding

Voorwoord

In het voorjaar van 2008 verhuisden wij naar de 's-Gravenweg 579 in Rotterdam. Na enkele jaren te hebben gependeld tussen Den Haag, waar mijn partner Trudy woonde, en Rotterdam, waar ik woonde, besloten wij ons gezamenlijk in Rotterdam te vestigen.

De woning ligt op een eilandje aan de 's-Gravenweg, in een groene omgeving op korte afstand van het stadscentrum. De combinatie van stedelijke voorzieningen en het landelijke landschap maakte deze locatie bijzonder aantrekkelijk.

Bij onze verhuizing waren wij ons niet bewust van de rijke geschiedenis van de 's-Gravenweg. Tijdens verdiepend onderzoek bleek dat de weg een oorsprong heeft die teruggaat tot de Romeinse tijd. Later groeide de 's-Gravenweg uit tot een van de belangrijkste verbindingswegen tussen Rotterdam en het oosten van Nederland en werd zij bekend als de eerste geplaveide weg van Nederland.

Deze ontdekking vormde de aanleiding voor verder historisch onderzoek. Deze website is daarvan het resultaat. Zij beschrijft de geschiedenis en ontwikkeling van de 's-Gravenweg aan de hand van historische bronnen, kaarten, tijdlijnen, foto's, illustraties en verhalen van bewoners. Omdat de weg grotendeels binnen de Rotterdamse wijk Kralingen ligt, is ook de geschiedenis van deze wijk nadrukkelijk opgenomen.

Cees van der Giesen

Ansichtkaart van de 's-Gravenweg gezien naar het westen, circa 1900, met links de brug naar de Essenlaan
De 's-Gravenweg gezien naar het westen. Circa 1900. Links de brug naar de Essenlaan.

Voordat u verder leest

Leeswijzer

Deze website is voor iedereen die zich afvraagt wat er allemaal schuilgaat achter een straatnaam die je dagelijks passeert of waar je regelmatig doorheen fietst. Loop je voor het eerst over de 's-Gravenweg dan realiseer je je misschien niet hoe oud en gelaagd deze route eigenlijk is. Woon je er zelf, dan vind je hier de achtergrond van uw eigen huis, tuin of buurtje — en misschien wel de naam van een vroegere bewoner. En ben je Rotterdammer met belangstelling voor de geschiedenis van je stad, dan is de 's-Gravenweg een verrassend goede ingang: via deze ene weg loop je zo de ontginning van het veen, de opkomst en ondergang van Kralingse buitenplaatsen, en de groei van Rotterdam zelf tegen.

De site is opgebouwd uit zeven hoofdstukken, die je in willekeurige volgorde kan lezen. Onderstaand overzicht geeft per hoofdstuk aan wat je er kan vinden — klik op een tegel om er direct naartoe te gaan.

Ansichtkaart van de Korte Kade in Kralingen, gezien vanaf de 's-Gravenweg bij het raadhuis, circa 1900
Komende van de 's-Gravenweg bij het raadhuis rechts afslaan, komen we op de Korte Kade. Links de ijzer- en fietsenhandel van T. le Grand. Verderop links achter de bomen de openbare school. Foto van ca. 1900.

Hoofdstuk 1

Tijdsprong

Vóór de middeleeuwen

Een landschap van water en veen

Of de oorsprong van de 's-Gravenweg nog verder teruggaat dan de middeleeuwen, weten we niet. Archeologen hebben geen sluitend bewijs gevonden voor een prehistorische of Romeinse weg op het huidige tracé. Wel is bekend dat het gebied al vroeg werd gebruikt en bewoond. Tussen veen, kreken en hogere gronden moeten eenvoudige paden hebben gelopen.

Tijdlijn bewoning: 1e-3e eeuw bewoning, 3e-8e eeuw (bijna) leeg, 9e-10e eeuw hernieuwde bewoning, 11e eeuw dijk aangelegd

Is de weg Romeins? Nee — maar de grond daaronder wél!

Oude bronnen beweren het met overtuiging. Een negentiende-eeuws tijdschriftartikel citeert de achttiende-eeuwse schrijver Engelberts, die stelt dat de weg afkomstig zou zijn van "de oude heerweg der Romeinen", met bij Kralingen nog overblijfselen. Etymoloog Alfons de Cock herhaalde dit in 1908. Sindsdien is de claim een eigen bestaan gaan leiden.

Maar…. in Rotterdam is nooit een Romeinse weg aangetroffen. De echte grens van het Romeinse Rijk — de limes — liep ruim twintig kilometer noordelijker, langs de Oude Rijn: Katwijk, Valkenburg, Leiden, Alphen aan den Rijn, Woerden, Utrecht. Het tracé van de 's-Gravenweg is een dijklichaam, en het oudste bewijs daarvoor dateert uit de elfde eeuw — acht eeuwen na de Romeinse tijd.

Schematische kaart: de Romeinse limes langs de Oude Rijn (Valkenburg, Utrecht) lag circa 20 km ten noorden van Rotterdam en de 's-Gravenweg

Wat er wél lag: dit gebied bevond zich ruim binnen het Romeinse rijk, in de moerassige monding van de Maas. Archeologen vonden in de regio onder meer een Romeinse boerderij en een crematiegraf in het centrum van Rotterdam, een nederzetting met grafveld in Rotterdam-Noord, en — het mooiste raakpunt — een houten dam met elzenhouten duikers in Capelle aan den IJssel, aangelegd na het jaar 101. Die dam loste precies hetzelfde probleem op als de dijk die er duizend jaar later overheen zou komen: hoe houd je een veengebied droog en bruikbaar.

Doorsnede-tekening van de opgegraven Romeinse Capelse dam met elzenhouten duikers, na 101 n.Chr., bij Middelwatering-West

8e–10e eeuw

Het ontstaan van de heerlijkheden

Onder Karel de Grote en zijn opvolgers werd het bestuur van grote delen van West-Europa georganiseerd via het leenstelsel. Grond en bestuurlijke rechten werden in leen gegeven aan edelen, die in ruil daarvoor trouw en diensten verschuldigd waren. Uit deze bestuursvorm ontstonden later heerlijkheden: gebieden waarin een heer recht mocht spreken, belastingen kon heffen en invloed had op het gebruik van land en water. Ook Kralingen ontwikkelde zich tot zo'n heerlijkheid. In middeleeuwse bronnen verschijnt de naam Cralingen.

De naam 's-Gravenweg verwijst naar de graven van Holland, die het gebied bestuurden. Waarschijnlijk betekende de naam oorspronkelijk letterlijk: de weg van de graaf. De route kreeg zo niet alleen een praktische, maar ook een bestuurlijke betekenis.

De familie Van Cralingen

De geschreven geschiedenis van Kralingen gaat terug tot de dertiende eeuw. Hugo van Cralingen, zoon van Dirk van Cralingen en Agnes van Naaldwijk, was vanaf ten minste 1244 actief aan het hof van het graafschap Holland. Hij gold als vertrouweling van graaf Willem II en was in 1252 baljuw van Holland.

Hugo werd in 1233 beleend met het grondgebied Cralinghen. Als heer bezat hij onder meer jacht- en visrechten, het recht om tol te heffen en de bevoegdheid om recht te spreken bij kleinere vergrijpen.

Slot Honingen

Hugo van Cralingen geldt waarschijnlijk als stichter van Slot Honingen. Het kasteel lag strategisch op een hoger gelegen plek in de laatste grote bocht van de Maas. Een diepe waterplas, ontstaan door eerdere overstromingen, vormde een natuurlijke verdediging.

Het slot ontwikkelde zich tot een stevig vierkant bouwwerk met vier torens rond een binnenplaats. Vanaf de Oudedijk was het bereikbaar via een lange oprijlaan: de huidige Hoflaan. Vijvers en grachten, gevoed met water uit de Maas, omringden het complex. Vanuit Honingen bestuurde de familie Van Cralingen het ambacht, verpachtte zij land en hield zij toezicht op wegen en dijken.

Van heerlijkheid naar Rotterdam

In 1657 kwam de heerlijkheid in handen van de minderjarige Johan Willem du Faget. Zijn voogd verkocht het gebied in 1668 voor 88.000 karolusguldens aan de stad Rotterdam. Tot de koop behoorden ook de ruïne van Slot Honingen en de Kapel van de Heren van Kralingen in de Sint-Laurenskerk.

Het oude dorp verdwijnt

Het oude dorp Kralingen lag aan de Veenweg, tussen het huidige Oud Kralingen en de Kralingse Plas. Door grootschalige turfwinning veranderde het omliggende veen in een landschap van plassen. Het dorp kwam steeds geïsoleerder te liggen. In de achttiende eeuw verschoof het zwaartepunt naar de Viersprong van Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan.

Halverwege de negentiende eeuw werden vrijwel alle plassen drooggelegd en ontstond de Prins Alexanderpolder. De oude Veenweg verdween. Het gemeentewapen van Kralingen, met zijn opvallende achtpuntige rode ster op een gouden schild, herinnert nog aan het geslacht Van Cralingen.

11e eeuw

De strijd tegen het water

De geschiedenis van de 's-Gravenweg begint waarschijnlijk in de elfde eeuw. In deze periode werd het Hollandse veengebied op grote schaal ontgonnen. Om landbouw en bewoning mogelijk te maken, werden sloten gegraven en waterkeringen aangelegd.

De weg ontstond vermoedelijk als pad langs een oude waterkering die deel uitmaakte van een verbinding tussen Gouda en Vlaardingen. Daarmee behoort zij tot de oudste infrastructuur van de regio.

13e eeuw

De Schielands Hoge Zeedijk

Halverwege de dertiende eeuw veranderde het landschap ingrijpend door de aanleg van de Schielands Hoge Zeedijk. De 's-Gravenweg kwam binnendijks te liggen. Daardoor werd het gebied veiliger en konden landbouw en bewoning zich verder ontwikkelen.

Middeleeuwse ontginning

Polderen: het landschap wordt gemaakt

Het veengebied rond Kralingen was nat, slap en moeilijk bewoonbaar. De eerste ontginners groeven lange, evenwijdige sloten om het water af te voeren. Tussen die sloten ontstonden smalle stroken landbouwgrond. Zo groeide het karakteristieke slagenlandschap: een patroon van lange kavels dat op historische kaarten nog goed te herkennen is.

Plattegrond van het slagenlandschap: lange smalle weilanden gescheiden door sloten
Lange smalle weilanden omgeven door sloten. Het is typerend voor het slagenlandschap.

De ontwatering had echter een keerzijde. Zodra veengrond droogvalt, klinkt zij in en daalt het maaiveld. Daardoor moest het water steeds actiever worden beheerst. Dijken, sluizen, molens en later gemalen werden onmisbaar. Polderen betekende dus niet alleen land winnen, maar ook voortdurend samenwerken om dat land bewoonbaar te houden.

Vanaf de late middeleeuwen werd veen bovendien op grote schaal afgegraven voor turf. De brandstof bracht welvaart, maar liet diepe plassen achter en vergrootte het gevaar van overstromingen. Het huidige landschap is daardoor niet natuurlijk ontstaan; het is eeuwenlang door mensenhanden gevormd.

14e–17e eeuw

Rotterdam groeit

Met de groei van Rotterdam kreeg de weg een steeds belangrijkere functie als verbinding met het achterland. Landbouwproducten, turf, vee en bouwmaterialen werden over de route vervoerd. Boerenwagens, kooplieden en reizigers bepaalden eeuwenlang het straatbeeld.

Ansichtkaart van de 's-Gravenweg in Kralingen, met een brug over de watering, bomen en wandelaars
's-Gravenweg, Kralingen.

17e–18e eeuw

Buitenplaatsen, bedrijvigheid en welvaart

Welgestelde Rotterdamse kooplieden ontdekten de omgeving als aantrekkelijke buitenplaats. Langs de weg verrezen landhuizen en ruime tuinen, waaronder 's-Gravenhof, Jaffa en Jerusalem. Tegelijk bleven boerenbedrijven, arbeiderswoningen en kleinschalige industrie aanwezig.

Een opvallend voorbeeld was de katoendrukkerij Non Plus Ultra, die omstreeks 1720 aan de 's-Gravenweg werd gevestigd.

Ansichtkaart: Rotterdam, 's-Gravenweg (Kralingen), met een ophaalbrug en voorbijgangers
Ansichtkaart: Groeten uit Rotterdam, 's-Gravenweg, met een koets en voorbijgangers in klederdracht
Circa 1900.

Vanaf 1653

Het Wagenveer tussen Gouda en Rotterdam

In 1653 kwam tussen Gouda en Rotterdam een gereguleerde koetsdienst tot stand. Dit zogeheten Wagenveer bood reizigers een vaste verbinding over de straatweg. De route liep via Nieuwerkerk en Kralingen naar Rotterdam en maakte de 's-Gravenweg tot een belangrijke schakel in het regionale personenvervoer.

De dienst was meer dan een losse verzameling koetsen. Vertrektijden, tarieven en de rechten van vervoerders werden geregeld. Daarmee behoorde het Wagenveer tot de vroege vormen van openbaar vervoer in Nederland. Reizigers konden rekenen op een herkenbare route en een min of meer voorspelbare reistijd, al bleven weer, wegdek en drukte van grote invloed.

De straatweg werd in de zeventiende eeuw verbeterd en verhard. In een beschrijving uit 1679 werd de verbinding geroemd als een uitzonderlijk goede route. De weg vormde eeuwenlang de directe landverbinding tussen Rotterdam, Gouda en verder oostwaarts gelegen steden.

Zeventiende-eeuws schilderij van een landweg met een reiswagen, boeren, vee en reizigers

18e–19e eeuw

Een belangrijke straatweg

De 's-Gravenweg maakte deel uit van de verharde verbinding tussen Rotterdam en Gouda, destijds een van de langste straatwegen van Nederland. Voor het gebruik en onderhoud werd tol geheven. Deze tolheffing verdween in 1857.

Het scheppen van drinkwater langs de 's-Gravenweg, circa 1929
Het scheppen van drinkwater langs de 's-Gravenweg. Circa 1929.

1855

De komst van het spoor

Met de aanleg van de spoorlijn Rotterdam–Utrecht veranderde het landschap opnieuw. Reizen werd sneller en het economische zwaartepunt verschoof gedeeltelijk van de weg naar het spoor. In 1953 werd het spoortracé westwaarts verlegd.

Het treinstation aan de 's-Gravenweg, Nieuwerkerk aan den IJssel, circa 1910
Het treinstation aan de 's-Gravenweg, Nieuwerkerk aan den IJsel (toen nog met 1 "S"). Circa 1910.

1940–1945

Oorlogsjaren

Tijdens de Duitse bezetting maakte de 's-Gravenweg deel uit van een stad onder grote druk. De route werd gebruikt voor verkeer en militaire transporten. Persoonlijke herinneringen uit deze periode krijgen later een eigen plaats in het hoofdstuk met bewonersverhalen.

Na 1945

Wederopbouw en automobiliteit

Na de oorlog nam het autoverkeer sterk toe. Bruggen en wegen werden aangepast en nieuwe woningen verschenen. Toch bleef de historische structuur met sloten, bruggetjes, lange kavels en oude bomen op veel plaatsen herkenbaar.

Na 1945 veranderde de omgeving van de historische 's-Gravenweg ingrijpend door grote infrastructuurprojecten, waaronder de komst van de Van Brienenoordbrug in 1965. De eeuwenoude dijkweg verloor haar landelijke en geïsoleerde karakter door de aanleg van de ringweg A16 en snelle stadsuitbreidingen.

Belangrijke veranderingen na 1945

  • Aanleg Van Brienenoordbrug (1965): Koningin Juliana opende op 1 februari 1965 deze vaste oeververbinding over de Nieuwe Maas, die vlak langs en over het oostelijke gebied bij de 's-Gravenweg en Kralingen werd aangelegd.
  • Verstedelijking: Waar de weg voorheen door open polder- en veengebieden slingerde, verschenen in de decennia na de oorlog modernere woonwijken, bedrijfspanden en villa's in omliggende gebieden zoals Prins Alexanderpolder en Capelle aan den IJssel.

Heden

Een levende historische straat

Vandaag vormt de 's-Gravenweg een bijzondere combinatie van oud en nieuw. Monumentale buitenplaatsen, historische boerderijen, karakteristieke woonhuizen en eigentijdse architectuur staan langs hetzelfde eeuwenoude lint.

De weg is daarmee meer dan een verkeersroute. Zij vertelt het verhaal van ontginning, waterbeheer, handel, welvaart, industrialisering, oorlog, wederopbouw en modern wonen.

Man en vrouw op een motor met zijspan op de 's-Gravenweg, omstreeks 1930
's-Gravenweg ongeveer 1930.

Hoofdstuk 2

Tijdreis

In de onderstaande Tijdreis gaan we uitgebreider in op een aantal onderwerpen die in het vorige hoofdstuk, Tijdsprong, slechts kort aan bod kwamen. Deze verdieping laat beter zien hoe Kralingen zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld en welke gebeurtenissen het landschap, de bebouwing en het dagelijks leven hebben gevormd.

We besteden onder meer aandacht aan de familie Van Cralingen en haar invloed op het gebied, aan Slot Honingen en aan het verdwijnen van het oorspronkelijke dorp Kralingen. Ook komt de betekenis van turfwinning – het 'zwarte goud' – uitvoeriger aan bod, evenals de groei van Rotterdam en de gevolgen daarvan voor Kralingen en de 's-Gravenweg.

Tot slot kijken we naar de ingrijpende veranderingen in de twintigste eeuw, waaronder de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw na 1945 en de verdere verstedelijking van het gebied. Zo ontstaat een meer gedetailleerd beeld van de historische lagen die vandaag de dag nog steeds in Kralingen en langs de 's-Gravenweg herkenbaar zijn.

De Kortekade gezien vanaf de Hoflaan, met een gemeentewerkman met waarschuwingsdriehoeken op de voorgrond, circa 1900
De Kortekade, gezien vanaf de Hoflaan, met rechts het voormalige gemeentehuis van Kralingen aan de 's-Gravenweg. Op de voorgrond een gemeentewerkman met een wagentje met waarschuwingsdriehoeken voor het verkeer. Let op de lange pijp die de man in zijn mond heeft. Circa 1900.

Familie Van Cralingen & Slot Honingen

Geschiedenis van de familie Cralingen en het Slot Honingen

Willem II, graaf van Holland en Zeeland
Willem II (1227–1256), graaf van Holland en Zeeland en koning van het Heilige Roomse Rijk. Meer informatie over de geschiedenis van het geslacht Van Cralingen: bramhoeijenbos.weebly.com. Zijn graf bevindt zich in de zuidmuur van de Koorkerk in de Abdij van Middelburg. (Bron: Wikipedia)

Willem II (1227-1256) was graaf van Holland en Zeeland en vanaf 1248 koning van het Heilige Roomse Rijk. Rond 1250 nam hij het initiatief voor de aanleg van het westelijke deel van de huidige Schielands Hoge Zeedijk, ongeveer vanaf Kralingen richting westen. Na zijn dood werd het werk onder bestuur van zijn zuster Aleid van Holland voltooid.

Willem voerde verschillende oorlogen tegen de West-Friezen. Tijdens een veldtocht zakte hij op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer en werd gedood. Uiteindelijk werd hij begraven in de Abdij van Middelburg.

Hugo van Cralingen was een zoon van Dirk van Cralingen en Agnes van Naaldwijk. Ridder Hugo was vanaf 1244 actief aan het hof van het Graafschap Holland en vertrouweling van graaf Willem II. In 1252 werd hij baljuw van heel Holland.

De geschreven geschiedenis van Kralingen gaat terug tot 1244, toen Hugo van Cralingen werd genoemd. Hugo van Cralingen (ca. 1185–7 juni 1256) was een van de eerste Heren van Cralingen. In 1233 werd hij beleend met het grondgebied 'Cralinghen'. Hij bezat onder meer jacht- en visrechten, het recht tol te heffen en beperkte rechtspraak uit te oefenen. Van 1244 tot 1252 diende hij als ridder onder Willem II, graaf van Holland en Zeeland en later koning van het Heilige Roomse Rijk.

Latere kronieken melden dat een voorvader van Hugo van Cralingen, mogelijk Gilles van Voorschoten, de heerlijkheid Cralinghe verwierf als beloning voor bewezen diensten aan de bisschop van Utrecht. De oudst bekende ambachtsheer is Ogier van Cralingen.

Hugo van Cralingen was waarschijnlijk de stichter van Slot Honingen. Rond het slot groeide een nederzetting die een vroege kern van Kralingen vormde, al zorgde de veenontginning later voor verschuivingen van het dorp.

Kasteel Slot Honingen

Slot Honingen lag strategisch op een hoge plek in de laatste grote bocht van de rivier. Een diepe waterplas, ontstaan door overstromingen, vormde een natuurlijke slotgracht.

Historische kaart van Rotterdam met Honingen aangeduid, ten oosten van de stad
Rotterdam en Honingen op een historische kaart.
Slot Honingen

Het kasteel bestond uit vier torens rond een binnenplaats en was vanaf de Oudedijk bereikbaar via de Hoflaan. Rondom lagen visrijke vijvers die vanuit de Maas werden gevoed. Vanuit het slot bestuurde de familie Van Cralingen het ambacht. Zij verpachtten land en waren verantwoordelijk voor onderhoud van wegen en dijken.

Binnen de familie kwamen vooral de voornamen Hugo, Ogier en Gillis voor. Vanaf het einde van de veertiende eeuw ging het bezit door huwelijk regelmatig over op andere families. Zo trouwde Gilia van Cralingen in 1388 met Dirk van der Lecke. Twee generaties later kwam het bezit via een tweede Gilia terecht bij haar echtgenoot Floris van Kijfhoek.

Floris en Gilia herbouwden Slot Honingen tot een van de grootste kastelen van Schieland. Het complex vormde een vierkant van ongeveer dertig meter. Aan de noordkant stonden zware achtkantige torens met spitsen en aan de westzijde een ronde verdedigingstoren. Een brede gracht en een houten ophaalbrug beschermden het slot.

Hun enige dochter, Alijd van Kijfhoek, werd in 1470 geboren en was een van de rijkste erfdochters van de streek. Zij werd al op zesjarige leeftijd verloofd met de vijftigjarige Jan van Assendelft. Na zijn overlijden in 1480 werd een nieuw huwelijkscontract gesloten met zijn jongere broer Nicolaes, die veertig jaar ouder was dan Alijd. In 1485 trouwden zij en gingen de rechten op Cralingen over op de familie Assendelft. Nicolaes en Alijd kregen zeven kinderen.

In latere eeuwen wisselde de heerlijkheid opnieuw van eigenaar. In 1657 kwam zij in handen van de minderjarige Johan Willem du Faget. Zijn voogd verkocht het gebied in 1668 voor 88.000 karolusguldens aan de stad Rotterdam. Daarbij hoorden ook de ruïne van Slot Honingen en de Kapel van Kralingen in de Sint-Laurenskerk.

Ruïne van Slot Honingen

Slot Honingen was tijdens de Tachtigjarige Oorlog zwaar beschadigd. In 1574 werd het verwoest nadat Willem van der Marck, beter bekend als Lumey, er gevangen had gezeten. Lumey, admiraal van de Geuzen, stond bekend om zijn gewelddadige optreden en was onder meer verantwoordelijk voor de plundering van de Laurenskerk.

Tot de verwoesting gold Slot Honingen als een indrukwekkend en rijk kasteel, gelegen tussen het dorp Cralingen en de Maas.

Vijver Park Honingen, Rotterdam, zwart-witkaart circa 1910 Vijver Park Honingen, Rotterdam, ingekleurde kaart circa 1910
Wat bleef was de vijver die voor Slot Honingen lag. Hier twee foto's van Vijverpark Honingen. Circa 1910.
Vijver Park Honingen, Kralingen, ansichtkaart 1902 Park Honingen Vijverweg, Kralingen Rotterdam, ansichtkaart 1902
Hier nog twee foto's van Park Honingen Vijverweg. Iets ouder dan de andere twee foto's, namelijk 1902.

Het oude dorp Kralingen

Het oude dorp Kralingen lag aan de Veenweg, tussen de huidige begraafplaats Oud-Kralingen en de Kralingse Plas. Het veen werd aanvankelijk gebruikt als landbouwgrond. Toen vanaf de zeventiende eeuw de vraag naar turf sterk toenam, werd het gebied steeds verder afgegraven.

Door het uitbaggeren van veen tot onder de waterspiegel ontstonden grote veenplassen tussen Kralingen en Nieuwerkerk aan den IJssel. Het dorp kwam uiteindelijk op een smalle strook land tussen het water te liggen.

In de achttiende eeuw verplaatste het zwaartepunt van Kralingen zich naar de kruising van Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan: de Viersprong. Het oude dorp raakte langzaam ontvolkt. Halverwege de negentiende eeuw werden de meeste plassen drooggelegd en ontstond de Prins Alexanderpolder. De oude Veenweg verdween vrijwel volledig.

In 1795 werden Schout en Schepenen van de ambachtsheerlijkheid als gemeentebestuur aangesteld. Veel welgestelde Rotterdammers bezaten inmiddels een buitenplaats in Kralingen, zoals Honingen, Rozenburg, Jericho en Woudestein.

Het wapen van Kralingen, een rode achtpuntige ster op een gouden schild, is ontleend aan het familiewapen van Van Cralingen.

In de Sint-Laurenskerk bevindt zich nog altijd de Kapel der Heren van Kralingen. Deze kapel grenst aan de kapel met het praalgraf van admiraal Kortenaer.

14e–17e eeuw

Rotterdam groeit en Kralingen ontstaat

De eerste bewoning ontstond langs rivieren en hoger gelegen ontginningslinten. Rond het midden van de zestiende eeuw groeide Kralingen uit tot een herkenbaar dorp. Langs de 's-Gravenweg en de Oudedijk lagen woningen van landarbeiders en buitenplaatsen, waaronder Huis Jaffa en Huis Jerusalem. Aan de Maas lag Slot Honingen.

Van het oorspronkelijke dorp Kralingen resteert vrijwel niets meer. Alleen begraafplaats Oud-Kralingen herinnert aan de oude nederzetting. Ook straatnamen als Honingerdijk en Slotlaan verwijzen naar het verdwenen slot. De vijver bij de Vijverlaan herinnert aan de vroegere slotgracht.

De 's-Gravenweg in vroeger tijden

's-Gravenweg, 1780

's-Gravenweg, 1780
's-Gravenweg. Datering: 1780.

Toen Kralingen nog een zelfstandige ambachtsheerlijkheid was, hieven de bestuurders belastingen op landbouw, water en jacht. Boeren moesten bijvoorbeeld een tiende van hun opbrengst afstaan. De plaats waar deze afdracht werd verzameld, een zogenaamde hoveling, is op sommige plekken nog herkenbaar aan uitstulpingen in sloten nabij bruggetjes.

De gewone inwoners woonden verspreid over het land en in het dorp aan de Veenweg. Veel dorpelingen verdienden hun brood met turfsteken. Op begraafplaats Oud-Kralingen staat nog een boom waarin volgens de overlevering sporen van aanleglijnen van turfschepen zichtbaar zijn.

Begraafplaats Oud-Kralingen

Dit's bloejend Kralingen, eertijds slechts zeer gering
Nu digt en schoon bebouwd in heel zijn ommekring.
Dan, 't wordt door zijnen bloei met zijnen val bedrijgt,
Daar 't door de veenderij, voor landen water krijgt.

Door de turfwinning veranderde Cralingen in korte tijd in een plassengebied. Het dorp raakte steeds meer omringd door water. Vanaf het begin van de achttiende eeuw trokken veel bewoners daarom weg naar de Viersprong.

Ansichtkaart van de Viersprong, waar Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan bij elkaar komen, westwaarts gezien, 1904
Het eind van de Oudedijk genoemd de Viersprong omdat hier Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en Hoflaan bij elkaar komen, westwaarts gezien. Rechts de theekoepel van villa Laanzicht. 1904.

Daar ontstond geleidelijk een nieuw Kralingen. Door deze verplaatsing wordt Kralingen wel een 'wandelend dorp' genoemd. Uiteindelijk verhuisde ook de kerk naar de Viersprong. Alleen begraafplaats Oud-Kralingen bleef achter als herinnering aan het verdwenen dorp.

Kaart uit 1868
Kaart, 1868.

De Oudedijk

De Oudedijk maakt deel uit van de zeedijk die in de twaalfde eeuw werd aangelegd. Aan de oostzijde sluit hij aan op de 's-Gravenweg.

In 1668 kocht Rotterdam de ambachtsheerlijkheid Kralingen. In 1795 werd Kralingen een plattelandsgemeente. Het oude dorp in het gebied van de latere Prins Alexanderpolder verdween volledig.

In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstond een nieuw dorp bij de Viersprong. In 1895 werd Kralingen door Rotterdam geannexeerd.

De Hoflaan in Kralingen, gezien vanaf de Oudedijk, met de Hoflaankerk, circa 1900-1910
Dit is de Hoflaan in Kralingen, gezien vanaf de Oudedijk, met links de Hoflaankerk en op de voorgrond de watering langs de Hoflaan. De fotograaf kijkt ongeveer in de richting van de Vijverlaan. Datering 1900–1910.

De Kralingse Kerklaan is een restant van de oude route naar de kerk van Oud-Kralingen. Ter hoogte van de 's-Gravenweg ligt nog altijd de Kralingse Kerkbrug.

De Kralingse Plas heette vóór 1895 de Bosch- of Noordplas. Rond de plas werd in de twintigste eeuw het Kralingse Bos aangelegd, dat in 1927 voor het publiek werd geopend.

Van zelfstandig Kralingen naar Rotterdam

Veel welgestelde Rotterdammers hadden in Kralingen een zomerverblijf, van waaruit zij per koets hun werkplek in Rotterdam konden bereiken. Deze verblijven werden steeds vaker permanent bewoond en zo ontwikkelde Kralingen zich tot een forensendorp.

Omstreeks 1870 kreeg Rotterdam steeds grotere problemen met de huisvesting van zijn snelgroeiende bevolking. Op Kralings grondgebied werden daarom arbeiderswoningen gebouwd.

Ook Rotterdamse bedrijven vestigden zich in Kralingen, waardoor de belangen van beide gemeenten steeds meer verweven raakten. De snelle bevolkingsgroei bracht echter grote problemen met zich mee. Kralingen had geen riolering. Bewoners van de vaak eenvoudige arbeiderswoningen loosden hun afvalwater en fecaliën in sloten met vrijwel stilstaand water. Vooral in de Voorpolder, tussen Jaffa, Oudedijk, Hoflaan en Oostzeedijk, leidde dit tot stank en gevaar voor epidemieën.

Kralingen was te klein om zelf een gesloten rioolstelsel met lozing op de Maas te bekostigen. Doorspoeling van de sloten was een mogelijkheid, maar het waterschap beschouwde de volksgezondheid als een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Kralingen zag zich daarom gedwongen met Rotterdam te onderhandelen over grenscorrecties in ruil voor financiële hulp.

Rotterdam wilde daaraan meewerken. De Kralingse gemeenteraad stelde echter een reeks voorwaarden, waaronder verlaging van de prijs van gas en drinkwater. De onderhandelingen sleepten zich voort en Rotterdam verloor geleidelijk zijn belangstelling.

Intussen bleef de situatie in de Voorpolder onhoudbaar. Op 9 april 1889 stelde Rotterdam een ultimatum: er moest een overeenkomst over de grenscorrectie komen, anders werden de onderhandelingen beëindigd. Kralingen hield vast aan de eis dat eerst de waterverversing geregeld moest worden. Daarmee liepen de besprekingen vast.

Gemeentehuis Kralingen, potloodschets Gemeentehuis Kralingen, historische foto Gemeentehuis Kralingen, aquarel/schilderij
Het Gemeentehuis van Kralingen in resp. 1879, 1900 en 1908.

Het gemeentebestuur van Rotterdam benadrukte dat de gemeente Kralingen financieel gezond was en de problemen zelf kon oplossen. Onder de bevolking van Kralingen bestond inmiddels een meerderheid voor aansluiting bij Rotterdam, terwijl de gemeenteraad tegen bleef.

Uiteindelijk werden de beide gemeenten 28 februari 1895 verenigd. In de Voorpolder kon eindelijk worden begonnen met de aanleg van riolering.

De Oudedijk in 1929, met trambanen, handkarren, paard-en-wagen en statige herenhuizen
De Oudedijk in 1929. Trambanen, handkarren, paard en wagen en statige herenhuizen laten zien hoe het voormalige dorpslint veranderde in een levendige stadsstraat.

17e–18e eeuw

Het 'zwarte goud'

Door de groeiende behoefte aan brandstof werd het veengebied rond Rotterdam op grote schaal afgegraven. Turf was het 'zwarte goud' van de tijd. In enkele eeuwen veranderde het achterland van Rotterdam in een uitgestrekt plassengebied.

De plassen werden door storm en golfslag steeds groter. Het dorp Kralingen kwam daardoor op een steeds smallere strook land te liggen. Bewoners trokken weg en vestigden zich rondom de Viersprong.

Ook ten noorden van de 's-Gravenweg ontstonden grote veenplassen. De weg kreeg hierdoor opnieuw betekenis als dijklichaam. Rond 1700 lagen tussen Rotterdam en Gouda zestien veenplassen die samen bijna één groot binnenmeer vormden.

Uit angst voor doorbraken werd in 1727 turfwinning binnen honderd meter van de 's-Gravenweg verboden. Vanaf 1845 stond Schieland onder voorwaarden weer beperkte winning toe.

Ten zuiden van de plassen ontstonden vanaf de zeventiende eeuw buitenplaatsen langs de 's-Gravenweg, Oudedijk en Schielands Hoge Zeedijk. Verder bestond het landschap uit polders met sloten en weteringen.

Vanaf de achttiende eeuw werden delen van het plassengebied drooggelegd. In 1870 verdween ook de plas ten oosten van de Kralingse Plas door de aanleg van de Prins Alexanderpolder.

Landbouw bleek in de nieuwe polder weinig rendabel. Nog vóór 1900 werd tuinbouw de dominante bedrijvigheid. Vooral langs de 's-Gravenweg en de Ringvaart ontstonden vele tuinderijen. Producten werden per schouw via sloten en vaarten naar Rotterdam vervoerd.

Het oude dorp Kralingen was inmiddels economisch geïsoleerd geraakt. Het centrum verplaatste zich definitief naar de Viersprong, waar een nieuw gemeentehuis, de Hoflaankerk en woonstraten verrezen.

Gezicht op de 's-Gravenweg vanaf de Viersprong, 1910
Gezicht op de 's-Gravenweg uit het westen, vanaf het eind van de Oudedijk, genaamd de Viersprong omdat hier Oudedijk, 's-Gravenweg, Kortekade en de Hoflaan bij elkaar komen. Datering: 1910.

De Hoflaankerk op de hoek van Hoflaan en Oudedijk werd in 1842 gebouwd als Waterstaatskerk. Op Eerste Kerstdag 1842 vond de laatste dienst plaats in het kerkje aan de Veenweg. Een dag later werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Twee jaar later werd de oude kerk gesloopt.

Oudedijk bij de Viersprong, 1910
Oudedijk bij de Viersprong. Links de Hoflaankerk aan de Hoflaan en op de achtergrond sociëteit "Eendracht maakt Macht" aan de Waterloostraat. Datering: 1910.
Buitenplaats Ramleh aan de Oudedijk in Kralingen bij de Jaffabuurt, circa 1890
Buitenplaats "Ramleh" aan de Oudedijk in Kralingen bij de Jaffabuurt. Datering: circa 1890.

18e–19e eeuw

Vanaf 1740 begon Rotterdam delen van de omliggende veenplassen droog te leggen. Het laatste grote project was de droogmaking van de plassen ten oosten van Rotterdam.

Voor de drooglegging werden vier stoomgemalen gebruikt. Het hoofdgemaal stond in Kralingse Veer. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, zoon van koning Willem III, daar de eerste steen. In 1873 kreeg de nieuwe polder officieel de naam Prins Alexanderpolder.

In 1874 en 1875 werden de drooggevallen gronden verkocht. Prinsenland ontwikkelde zich snel tot een belangrijk tuinbouwgebied, vooral langs de 's-Gravenweg, Ringvaartweg en Kralingseweg.

Tot circa 1930 werd het landschap gedomineerd door lage platglaskassen, afgewisseld met weilanden. Later verschenen hogere kassen met houten en betonnen constructies.

Naast hun werk maakten de tuinders tijd voor ontspanning. Aan het begin van de Kralingseweg lagen een wielerbaan en een schietbaan. De tuinders hadden er hun eigen schietvereniging, De Loerende Kat, waaraan ook vrouwen deelnamen.

Een geliefde wintertraditie was schaatsen naar Gouda om daar kleipijpen te kopen. De uitdaging was zoveel mogelijk pijpen ongebroken thuis te brengen.

Twee mannen met een tank bij een vrachtwagen Twee mannen dragen elk een tank op hun schouder, met een boerderij op de achtergrond
's-Gravenweg ter hoogte van de kruising met de Essenlaan, Rotterdam-Kralingen, circa 1908-1912
Locatie: 's-Gravenweg, ter hoogte van de kruising met de Essenlaan, Rotterdam-Kralingen. Rechts de ophaalbrug die toegang geeft tot het wooncomplex Bouw- en Rustplaats, links de vaste brug naar de Essenlaan. Circa 1908–1912.

1940–1945

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 kwamen ook bommen in het tuindersgebied terecht. De volgende dag vonden tuinders tussen hun kassen papieren van de bank van Mees aan de Blaak, die door de explosies kilometers waren meegevoerd.

Veel slachtoffers van het bombardement vonden tijdelijk onderdak bij tuinders. Langs de Ringvaartweg en Kralingseweg werden noodwoningen gebouwd.

Tijdens de bezetting moesten tuinders 's nachts wachtlopen om te voorkomen dat vee werd gestolen. Tegen het einde van de oorlog groeven de Duitsers dwars door de Kralingseweg een tankgracht. Daarvoor moesten enkele woningen en een verenigingsgebouw verdwijnen.

Joodse geschiedenis van de 's-Gravenweg

's-Gravenweg 49 — gezin Rosenstiel

Op 22 oktober 1938 werd hier het gezin Rosenstiel ingeschreven. Ze waren vluchtelingen die in 1937 nazi-Duitsland ontvluchtten en eerst gingen inwonen op de Oudedijk 13 in Rotterdam. Het gezin bestond uit Wilhelm (Neustadt, 13 januari 1886 – Sobibor, 20 maart 1943), die met zijn broer een wijnfabriek zou hebben gehad, zijn echtgenote Irma Oppenheimer (Mergentheim, 7 november 1896 – Sobibor, 20 maart 1943) en hun kinderen Liselotte Karolina (Neustadt, 17 maart 1923 – Sobibor, 20 maart 1943) en Albert (Neustadt, 17 december 1925 – Sobibor, 20 maart 1943). Dochter Liselotte Karolina is volgens historica Aline Pennewaard niet vermoord op 20 maart 1943, maar speelde een belangrijke rol bij de opstand in Sobibor van 14 oktober 1943. Zij zou 'Luka' geweest zijn, de muze van Sasha Pechersky, een van de leiders van de opstand. Luka zou, net zoals Pechersky, bij de opstand zijn ontsnapt en enkele dagen later nog in Chelm, zo'n 50 km van Sobibor verwijderd, zijn gezien. Daarna ontbreekt van haar elk spoor.

In het begin van de oorlog woonde het gezin Rosenstiel op de Van Ostadelaan 3 in Naarden.

Bron: joodserfgoedrotterdam.nl — 's-Gravenweg

Pasfoto van Liselotte Karolina Rosenstiel, met op de achterzijde haar naam handgeschreven
Pasfoto van Liselotte Karolina Rosenstiel in haar dossier.

Luka Rosenstiel, de muze van Sobibór

In 1990 overleed Alexander Pechersky, de leider van de opstand in Sobibór op 14 oktober 1943. Zijn inspiratiebron in het kamp was 'Luka', een jonge vrouw van een jaar of 19. Wie zij was, is nooit met zekerheid vastgesteld. Maar na gedegen onderzoek lijkt haar identiteit nu eindelijk bevestigd.

Volgens Pechersky slaagde Luka erin bij de opstand te ontsnappen. De laatste informatie die Pechersky over Luka ontving, is dat ze nog werd gezien te midden van een groep gevangenen die in de richting liep van Chełm, een stad op ongeveer 50 kilometer afstand van het kamp. Daarna ontbreekt elk spoor van haar, maar aangezien na de oorlog nooit meer iets van Luka Rosenstiel werd vernomen, kunnen we aannemen dat zij de bevrijding niet heeft gehaald. Hoe en waar ze stierf, zal wel altijd een onbeantwoorde vraag blijven. Maar in elk geval heeft ze nu, jaren na haar ontsnapping uit Sobibór, haar naam en haar gezicht terug.

Lees hier het artikel van Aline Pennewaard over Luka Rosenstiel: niw.nl — Luka Rosenstiel, de muze van Sobibor

Na 1945

De bloeiperiode van het tuinbouwgebied Prinsenland duurde tot het begin van de jaren zestig. In 1961 kregen tuinders een verbod op nieuwe investeringen. Daarmee werd duidelijk dat het gebied een andere bestemming zou krijgen.

's-Gravenweg in Kralingen ter hoogte van de Kralingse Kerklaan, circa 1946
Locatie: 's-Gravenweg in Kralingen, ter hoogte van de Kralingse Kerklaan (omgeving huidige nummers 500–520). Waarschijnlijk kijk je richting het westen (naar de Viersprong/Oudedijk). De weg is nog klinkerverhard en vrijwel autovrij. Jaartal 1946 (± 2 jaar). Het witte herenhuis rechts op de foto lijkt sterk op een van de oude buitenhuizen tussen de Kralingse Kerklaan en de latere Van Somerenweg. Dat gebied is op veel foto's uit het Stadsarchief terug te vinden.

De kassen moesten uiteindelijk plaatsmaken voor woningbouw. Vanaf het begin van de jaren zeventig begon de gemeente grond aan te kopen en te onteigenen.

Luchtopname van de weilanden met kassen van Bloemisterij Firma K. Hartlieb aan de 's-Gravenweg, 1928
Luchtopname van de weilanden met kassen van Bloemisterij Firma K. Hartlieb aan de 's-Gravenweg. Uit het zuiden gezien. 1928.

In 1984 verrees bij de Kralingse Kerklaan en de 's-Gravenweg het Ogier van Cralingenpark, een voorbode van de latere wijk Prinsenland.

Bij de ontwikkeling van Prinsenland werd bewust gekozen voor een andere stedenbouwkundige opzet dan in Alexanderpolder, Ommoord en Zevenkamp. De wijk kreeg vier buurten met elk een eigen karakter: de Dosiobuurt, de Prinsenparkbuurt, de Ringvaartplasbuurt en het 's-Gravenweggebied.

De eerste drie buurten bestaan vooral uit grotere woningbouwprojecten. Het 's-Gravenweggebied kreeg een kleinschaliger karakter met duurdere vrijesectorwoningen en vormt daardoor een overgang naar Kralingen.

In de straatnamen leeft de geschiedenis voort. In de Ringvaartplasbuurt zijn mensen vernoemd die betrokken waren bij de drooglegging en ontginning van de polder. Elders zijn politici, kunstenaars en strijders voor mensenrechten herdacht. Langs de 's-Gravenweg dragen straten namen van personen uit het politieke leven van de voormalige gemeente Kralingen.

Wederopbouw na 1940

Het bombardement van mei 1940 verwoestte een groot deel van Kralingen. Duizenden woningen, bedrijven, winkels en scholen gingen verloren.

In Het Vrije Volk van 2 maart 1946 werd enthousiast vooruitgeblikt op de wederopbouw. De vernietiging van veel slechte negentiende-eeuwse woningen bood volgens de krant ruimte voor een moderner Kralingen met lichtere en ruimere bebouwing.

Architecten als Van Tijen, Van den Broek, Maaskant, Bakema en Groosman hadden tijdens de oorlog al nagedacht over nieuwe woonvormen. In 1941 verscheen de studie Woonmogelijkheden in het Nieuwe Rotterdam, die belangrijke uitgangspunten bevatte voor de naoorlogse woningbouw.

Heden

Kralingen verandert — de 's-Gravenweg blijft

Kralingen is nog altijd een van de meest karakteristieke wijken van Rotterdam. Historische bebouwing, groen, water, onderwijs en stedelijk leven komen er samen.

Aan de rand van het Kralingse Bos verrijst Nieuw Kralingen, een eigentijdse woonwijk met veel groen en vooral woningen in het hogere segment. Tegelijkertijd blijven oudere delen van Kralingen hun eigen karakter behouden.

Kralingen-West is levendig en stedelijk, met winkels, restaurants en uiteenlopende woningtypen. Kralingen-Oost wordt gekenmerkt door statige lanen, historische huizen, oude buitenplaatsen en veel groen. Een belangrijk deel is beschermd stadsgezicht.

Het erfgoed blijft zichtbaar in onder meer de molens De Ster en De Lelie, Trompenburg Tuinen & Arboretum en enkele historische boerderijen. Deze plekken herinneren aan het landelijke Kralingen van vroeger.

Ook duurzaamheid krijgt een steeds grotere plaats. Voedselbossen, groene projecten en het drijvende zonnepark van Evides laten zien hoe nieuwe ontwikkelingen worden ingepast in het bestaande landschap.

De 's-Gravenweg als historische lijn

Binnen al deze veranderingen neemt de 's-Gravenweg een bijzondere plaats in. De eeuwenoude weg vormt nog altijd een herkenbare verbinding tussen het stedelijke Kralingen en het groenere gebied richting Capelle aan den IJssel.

Het landschap langs de weg veranderde sterk. Veel boerderijen, tuinderijen, boomgaarden en kassen verdwenen en maakten plaats voor woningen en andere stedelijke functies. Toch bleef de structuur van de weg opvallend herkenbaar.

Wie tegenwoordig over de 's-Gravenweg loopt of fietst, ziet verschillende lagen van de geschiedenis naast elkaar: oude woningen, moderne architectuur, historische watergangen en bruggetjes.

Juist het samenspel van stad en land, verleden en heden, behoud en verandering maakt de 's-Gravenweg bijzonder. Terwijl Rotterdam steeds verder groeide, bleef de weg een zichtbare herinnering aan het landschap waaruit Kralingen is ontstaan.

Toen en nu. Hoe zag de plek er 100 jaar geleden uit waar ons huis nu staat?

Luchtfoto van de bloemisterij en kassen aan de 's-Gravenweg, circa 1928-1932 Moderne luchtfoto van dezelfde plek aan de 's-Gravenweg, bij de Jacobus van Vessemsingel
De oude luchtfoto toont het gebied aan de 's-Gravenweg in Kralingen (Rotterdam), ter hoogte van de huidige Jacobus van Vessemsingel. Datering circa 1928–1932.

De oriëntatie van de oude foto: onderaan loopt de 's-Gravenweg, in het midden ligt de brede watergang die nog steeds aanwezig is, rechts staat een boerderij met een grote schuur, en links liggen de kassen van de bloemisterij. De weg die bovenaan de oude foto loopt, is waarschijnlijk de latere Jacobus van Vessemsingel.

Wat opvalt, is vooral hoe de waterstructuur bewaard is gebleven: de sloot langs de Jacobus van Vessemsingel ligt nog precies op dezelfde plaats, en ook de dwarssloot langs de 's-Gravenweg is behouden. Daardoor is het oude verkavelingspatroon na bijna honderd jaar nog steeds herkenbaar.

Op de moderne luchtfoto staat het blauw gemarkeerde huis precies op de plek waar vroeger een deel van de kassen van firma K. Hartlieb lag. Wij en onze buren op de drie eilandjes wonen daarmee op voormalige tuinbouwgrond: de eilandjes met woningen zijn aangelegd op de vroegere weilanden en kwekerijen, en het bruggetje naar zo'n eilandje ligt ongeveer op dezelfde plek als een oude toegang tot de kwekerij.

Bloemenzaak K. Hartlieb op de Blaak in Rotterdam
De bloemenkweker Hartlieb had ook een prachtige bloemenzaak op de Blaak. Weggebombardeerd in 1940.

Aanleg Van Brienenoordbrug

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter gebruikt voor de Maastunnel. Pas in 1959 werd, na de oorlog, weer nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond begon rond 1961, en rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt haar naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen. Koningin Juliana stelde de brug op 1 februari 1965 open voor verkeer.

De kassen in het tuindersgebied moesten plaatsmaken voor nieuwe woningen, om te kunnen voorzien in de stijgende vraag vanuit Rotterdam. Welhaast van de ene op de andere dag kregen de tuinders te horen dat zij niet lang meer op hun grond zouden kunnen blijven wonen. Begin jaren zeventig begon de gemeente met de feitelijke aankoop en onteigening. In de hoek Kralingse Kerklaan / 's-Gravenweg kregen bewoners al in 1984 te maken met nieuwbouw in hun achtertuin, toen het Ogier van Cralingenpark werd gerealiseerd — een voorbode van de latere wijk Prinsenland.

Prinsenland kreeg bewust een andere opzet en uitstraling dan de omliggende wijken Alexanderpolder, Ommoord, Zevenkamp en Oosterflank, die in de jaren zestig, zeventig en tachtig als op zichzelf staande gemeenschappen werden opgezet — elk met een winkelcentrum in het midden en begrensd door een ringweg, naar binnen gericht en zonder veel onderlinge binding. Bij Prinsenland koos men voor een ander concept: vier buurten die samen één wijk vormen, elk met een eigen karakter dat vooral wordt bepaald door architectuur en prijsklasse.

De eerste drie buurten — de Dosiobuurt, de Prinsenparkbuurt en de Ringvaartplasbuurt — worden gekenmerkt door grotere, meer massale woningbouwprojecten en vormen zo een vervolg op Alexanderpolder. Door het groen en de nadruk op laagbouw vormen zij ook een overgang naar het 's-Gravenweggebied, dat bestaat uit kleinere woningbouwprojecten met doorgaans duurdere vrijesectorwoningen — een uitloper van het huidige Kralingen.

In de nieuwbouw is een deel van de geschiedenis onderdeel van het dagelijks leven geworden. In de Ringvaartplasbuurt zijn straten vernoemd naar personen die betrokken waren bij de drooglegging en eerste ontginning van het nieuwe land — zowel ingenieurs en commissieleden als arbeiders. In de Dosiobuurt zijn oud-politici uit de landelijke en internationale politiek vernoemd. In de Prinsenparkbuurt zijn vrouwen vernoemd die een vooraanstaande plaats innamen in de Rotterdamse kunst- en cultuurwereld en in het maatschappelijk leven. In het 's-Gravenweggebied blijft op de Veersche Heuvel de herinnering bewaard aan strijders voor de mensenrechten en tegen onderdrukking; in de kleinschaliger projecten langs de 's-Gravenweg zijn personen vernoemd die actief waren in het politieke leven van de voormalige zelfstandige gemeente Kralingen.

Beschermd Stadsgezicht Kralingen-Midden

In 2000 werd een deel van Kralingen uitgeroepen tot Beschermd Stadsgezicht Kralingen-Midden. De kwaliteit van dit beschermde gebied schuilt in het zichtbare karakter van een woonwijk die aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw veranderde van een hoofdzakelijk open gebied tot een luxe woonwijk binnen Rotterdam. De sfeer en opzet herinneren aan het verleden van Kralingen als zeventiende-eeuws buitenplaatsgebied; de stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op de laatmiddeleeuwse verkavelingsstructuur van de polder.

Het eerste Algemene Uitbreidingsplan voor Rotterdam uit 1903 maakte de ontwikkeling van Kralingen als woongebied voor welgestelde burgers mogelijk. In 1911 nam de gemeente het initiatief voor een ruim opgezet villagebied met een openbaar park, en werd ook het ontwerp goedgekeurd voor een groot bos en park rond de huidige Kralingse Plas. Het duurde tot 1933 voordat het "Boschplan" definitief werd vastgesteld; het huidige Kralingse Bos dateert grotendeels van na 1945.

Het Beschermd Stadsgezicht Kralingen-Midden is beschermd vanwege: de nog herkenbare polderverkaveling met oost-westlopende dijken en daar dwars op de wegen in het tussengelegen lagere gebied; de restanten van de oorspronkelijke waterstructuur — natuurlijke vijvers, vennen en tochtsloten; een rijke combinatie van openbaar en particulier groen, waaronder Park Rozenburg, Arboretum Trompenburg, de voormalige buitenplaats Ypenhof en de Kralingse Plas met het Kralingse Bos; de villabuurt Park Honingen (Hoflaan, Vijverweg, Vijverlaan, Essenweg), met een waardevol ensemble van luxe bebouwing in eclectische stijl, neorenaissance en jugendstil, bijzondere klinkerbestrating en originele negentiende-eeuwse straatlantaarns; en het villapark Rozenburg, deels openbaar park en deels villa's en herenhuizen aan gebogen straten, met bijzondere detaillering in art deco en expressionistische stijl.

De 's-Gravenweg ligt dus deels binnen, deels buiten het Beschermd Stadsgezicht Kralingen-Midden. Langs de weg zijn zowel gemeentelijke als rijksmonumenten te vinden. Daarnaast staan er panden zonder beschermde status die door hun cultuurhistorische betekenis toch typerend zijn voor de 's-Gravenweg.

Hoofdstuk 3

Woningen

Landelijk Kralingen

Het huidige Kralingen kent statige lanen, drukke straten en stedelijke bebouwing, maar in de negentiende eeuw was het nog grotendeels landelijk.

Al in de Gouden Eeuw begonnen Rotterdamse regenten en kooplieden de stad in de zomer te ontvluchten. Een buitenplaats bestond aanvankelijk vaak uit een verpachte boerderij, waarin enkele vertrekken voor de eigenaar en zijn familie waren gereserveerd. In de achttiende eeuw nam het comfort toe en werden de hofsteden uitgebreid met afzonderlijke woonhuizen.

Familie op de achterveranda van een buitenplaats, mei 1863
Van Reesema, William en Sophie Smith. Mei 1863 op de achterverande.

Sommige buitenverblijven hadden slechts een theekoepel en waren bedoeld voor dagrecreatie. Elders verrezen comfortabele zomerhuizen. De heer des huizes kon per koets zijn werk in Rotterdam bereiken, terwijl zijn gezin maandenlang van het buitenleven genoot. Bovendien was een buitenplaats een belangrijk statussymbool.

Niet alle buitens waren uitsluitend voor ontspanning bestemd. Sommige hadden ook een economische functie, zoals een loodwitmakerij, katoendrukkerij, blekerij of theetuin.

Namen als Stadwijk, Ramleh, Jericho, Jerusalem, Lusthof, Vredehof, Vredenoord, Buitenzorg, Rozenburg, Ypenhof, Woudesteyn, 's-Gravenhof en Maaszicht leven nog altijd voort in het Kralingse straatbeeld.

Opvallend zijn de vele Bijbelse namen. In de zeventiende eeuw was dat gebruikelijk en mogelijk wilde men daarmee laten zien dat rijkdom en geloof samen konden gaan.

Overzicht: buitenplaatsen en boerderijen (1350–1800)

Van de buitenplaatsen en boerderijen langs de 's-Gravenweg uit deze periode is voor een aantal de geschiedenis goed gedocumenteerd — hieronder een overzicht. Klik op een naam voor het volledige verhaal, de foto's en kaarten verderop op deze pagina.

Naam Eerste vermelding Eigenaren (chronologisch) Bewoners Belangrijkste veranderingen Beeld & kaarten
Slot Honingen (heerlijkheid Cralingen) 1233 (belening Hugo van Cralingen met "Cralinghen") Hugo van Cralingen (vanaf 1233) → familie Van Cralingen (o.a. Ogier, Gillis) → Gilia van Cralingen × Dirk van der Lecke (1388) → Gilia × Floris van Kijfhoek → Alijd van Kijfhoek × Nicolaes van Assendelft (1485) → familie Van Assendelft → Johan Willem du Faget (1657) → verkocht aan de stad Rotterdam (1668) Familie Van Cralingen en opvolgende adellijke geslachten Verwoest tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1574), na gevangenschap van Willem van der Marck ("Lumey") Hoofdstuk 2 →
's-Gravenhof (directiewoning Non Plus Ultra) 1720 (aankoop grond door Pieter Barbet); huis gebouwd 1723 Pieter Barbet (1720) → familie Barbet (tot 1751) → familie Van Eyck (1753–1773) → familie Riemersma (1773–1809) Idem — bewoond door de opeenvolgende eigenaren Katoendrukkerij op het perceel tot 1870; huis in de 19e eeuw verbouwd Hoofdstuk 3 →
Buitenplaats "Lindenhoff" (later "De Ypenhof") 1716 (aankoop door reder Archibald Hope) Archibald Hope (1716–1734) → weduwe Anna Claus → kinderen (boedelscheiding 1753) → Zacharias Hope → Agatha Maria Hope (†1805) → Michiel Baelde (1806, hernoemd Ypenhof) → Samuel Dunlop / Teunis Henricus Visser (1827) Familie Hope, later familie Visser Brandschade in 1914; herbouwd in 1929 naar ontwerp van W. Kromhout; afgebrand in 1985 Hoofdstuk 3 →
Landzicht Vóór 1810 (kaart uit dat jaar toont hier al een woning); als buitenplaats vanaf begin 19e eeuw Mr. Anthony Hoynck van Papendrecht (begin 19e eeuw) → Ferdinand Rendorp (1834, als voogd) → Cornelis van Houwelingen → Jan van Ommeren O.a. jonkheer Jan Cornelis Teding van Berkhout, die er van 1822 tot zijn dood onder curatele werd verzorgd Rond 1830–1840 ingrijpend verbouwd; in 1856 verkocht aan touwslagerij Hoos en sindsdien fabrikantenhuis Hoofdstuk 3 →

Van de overige buitenplaatsen die ooit langs de weg lagen — waaronder Stadwijk, Ramleh, Jericho, Jerusalem, Lusthof, Vredehof, Vredenoord, Buitenzorg, Rozenburg, Woudesteyn en Maaszicht — is de naam bekend, maar ontbreken op dit moment betrouwbare gegevens over eerste vermelding, eigenaren en bewoners.

's-Gravenweg 127, het door Herman Bakker ontworpen witte kubistische huis, anno 2019
's Gravenweg 127 anno 2019

's-Gravenweg 127 — architect Herman Bakker

De beroemde Rotterdamse wederopbouwarchitect Herman Bakker ontwierp het woonhuis annex kantoor dat hij in 1953 liet bouwen aan de 's-Gravenweg 127. In dat kubistische witte huis, waar bijna alles ontworpen was, van keuken tot meubilair, brachten de kinderen Bakker het grootste gedeelte van hun jeugd door. Toen het huis net was opgeleverd, trok het veel bekijks: "Er kwamen regelmatig bussen met Japanners langs. Maar de buurt sprak er schande van."

Herman Bakker werd op 28 augustus 1915 geboren aan de Jonker Fransstraat in Rotterdam. Hij volgde de ambachtsschool, waar hij werd opgeleid tot timmerman. Tijdens zijn werk als timmerman/uitvoerder volgde hij de avond-vaktekenschool en daarna, in de oorlogsjaren, de cursus H.B.O. van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, waar hij in 1948 afstudeerde. In 1954 verhuisde hij met zijn gezin naar de door hemzelf ontworpen vrijstaande villa aan de 's-Gravenweg 127.

Lees het volledige verhaal op Platform Wederopbouw Rotterdam

Boerderijcomplex Vredebest, 's-Gravenweg 344, historische foto

Boerderijcomplex Vredebest — 's-Gravenweg 344

Roterodamum heeft een verzoek ingediend om het boerderijcomplex Vredebest aan de 's-Gravenweg 344 in Kralingen-Crooswijk als gemeentelijk monument aan te wijzen. Dit verzoek is besproken in de Commissie voor Welstand en Monumenten, die het verzoek ondersteunt.

Boerderijcomplex Vredebest, 's-Gravenweg 344, huidige situatie

Het betreft een herbouwde boerderij uit 1888. De boerderij is een representant van de voormalige tuindersbedrijvigheid aan de 's-Gravenweg. Het boerderijcomplex toont de historische setting van langgerekte percelen en sloten, als ook de ontwikkeling van het gebied aan de 's-Gravenweg dat inmiddels redelijk verstedelijkt is. Op het perceel staat een boerderij met schuur en wagenhuis.

Historische kaart met de locatie van Vredebest omcirkeld

De boerderij is in eclectische stijl vormgegeven en het interieur heeft nog de 19e-eeuwse structuur met kelder en opkamer. De achterliggende stal is wat betreft constructie en opzet karakteristiek voor de regio. Alle onderdelen zijn gaaf bewaard gebleven.

De commissie doet, vanwege de onlosmakelijke relatie tussen het omliggende polderlandschap en het perceel, de oproep niet alleen het complex en het perceel te beschermen, maar ook de directe context met zichtlijnen, bijbehorende poldersloten en de ontsluiting vanaf de weg.

Op 21 oktober 2020 nam het college een besluit over de monumentenstatus. Tot die tijd werd de boerderij niet (gedeeltelijk) verbouwd of gesloopt. De actuele status is niet bekend.

Pand Buitenlust en bedrijfspanden van firma Joh. Lekkerkerker aan de 's-Gravenweg, 1946

Pand Buitenlust — 's-Gravenweg 267

Gezicht op de 's-Gravenweg bij het pand Buitenlust en de bedrijfspanden van firma Joh. Lekkerkerker, aannemer van sloopwerken, op nummer 267. Datering: 1946.

Pand Buitenlust vanuit het westen gezien, 1946

De tweede foto toont dezelfde plek, vanuit het westen gezien.

Villa Phoenix, 's-Gravenweg 145, wit woonhuis uit 1941 met reliëf boven de voordeur

Villa Phoenix — 's-Gravenweg 145

Op 9 december 1944 werd op de zoon van de NSB'er Louis Gillet, directeur van Cliever's Toffee- en Caramelfabrieken, woonachtig 's-Gravenweg 145, een aanslag gepleegd. Dit gebeurde nadat vader en zoon dreigbrieven van het verzet hadden ontvangen, die zij negeerden. De naar zijn vader vernoemde 18-jarige Louis overleefde de aanslag ternauwernood. Op de liquidatielijst werden vader en zoon Gillet op 9 maart 1945 bijgeschreven, met als reden: verraders, NSB'ers.

Cliever's Suikerwerkfabrieken werd in 1916 door Louis Johannes Gillet opgericht aan de Admiraliteitskade in Rotterdam. De fabriek heeft veel meegemaakt: tijdens de Watersnoodramp van 1953 kwam zij gedeeltelijk onder water te staan. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek gebombardeerd en een jaar later, in 1941, herbouwd.

De directeur wilde het beste voor zijn personeel: hij kocht een radio en liet leidingen in de fabriek aanleggen zodat de werknemers tijdens het werk naar muziek konden luisteren. Tijdens de oorlog zorgde hij ervoor dat zijn arbeiders niet naar Duitsland hoefden om in werkkampen te werken. Er zit echter ook een duistere kant aan het verhaal: Gillet was lid van de NSB, het Arbeidsfront en het NVV — partijen die aan de kant van de Duitsers stonden. Volgens de kranten was hij "de schrik van de buurt". Tijdens de oorlog werd een deel van de fabriek gebruikt als gaarkeuken voor NSB-evenementen. Na de oorlog brachten Gillet en zijn zoon enige tijd door in een interneringskamp voor gearresteerde NSB'ers. De geallieerden vonden tijdens de bevrijding dertig ton aardappelen in de fabriek, bestemd voor de Rotterdammers.

Politiekaart met persoonsgegevens van Louis Johannes Gillet, opgemaakt bij zijn internering in mei 1945
Politiekaart m.b.t. de internering van Gillet.

Jaren later keerde Gillet terug als directeur bij Cliever's, waar het 40-jarig jubileum werd gevierd. Daarna verdwenen de suikerwerkfabrieken van Cliever.

Bron: "Nieuw licht op liquidaties. Knokploegen in Rotterdam 1944-1945"

Het woonhuis aan de 's-Gravenweg 145, gebouwd in 1941, staat bekend als een opvallend en beladen pand uit de bezettingstijd. Het ontwerp wordt in de literatuur over de Rotterdamse wederopbouw omschreven als een "vreemde eend in de bijt" vanwege de Germaanse symboliek, passend bij de ideologie van de opdrachtgever in die periode.

De villa wordt ook wel Villa Phoenix genoemd en is een van de weinige woonhuizen uit die oorlogsperiode met zo'n expliciete symbolentaal in de architectuur. Ondanks de beladen geschiedenis is het pand tegenwoordig een gemeentelijk monument.

Historische afbeelding van de touwbaan bij Landzicht met werklieden

Fabrikantenhuis Landzicht

Triest en verlaten

In het eerste nummer van Heemschut van 2016 wordt de noodklok geluid over Landzicht. Heemschut heeft de gemeente Rotterdam gevraagd om te handhaven en zo het verval van het huis tegen te gaan. Landzicht, gelegen aan de 's-Gravenweg, is de meest oostelijke van de Kralingse buitenplaatsen — zeker niet de meest imposante van de paar die er nog over zijn, maar wel de meest bedreigde.

Landzicht is een gemeentelijk monument en staat al jaren leeg. De eigenaar is de zoon van de laatste directeur van het touwbedrijf dat op het erf gevestigd is geweest. Onduidelijk is wat de particuliere eigenaar met het huis wil doen. Eind 2025 heeft het huis te koop gestaan: een paar maanden lang stond er een "Te koop"-bord bij de oprit, dat plotseling weer verdween. In de zomer van 2025 zijn de bosschages gekapt en is van het oorspronkelijke park niets meer over. Het geheel ligt er triest en verlaten bij.

Landzicht in restauratie, met steigers rond het huis

Aan het begin van de negentiende eeuw is Landzicht in het bezit van mr. Anthony Hoynck van Papendrecht (1762-1837), advocaat en onder meer dijkgraaf van Schieland. Er zijn geen afbeeldingen van het buiten uit die tijd, en ook is onbekend wanneer het gebouw is gebouwd. Hij verkoopt het in 1834 aan de Amsterdamse regent Ferdinand Rendorp, die bij de koop optreedt als voogd voor de onder curatele staande jonkheer Jan Cornelis Teding van Berkhout (1785-1844).

Teding van Berkhout blijkt geestesziek te zijn en laat bij zijn verhuizing naar Landzicht in Amsterdam een jonge vrouw met kinderen achter, over wie zijn familie zich ontfermt. Hij trouwt vervolgens met een Engelse dame, Catharine Low, zuster van zijn beste vriend. Van de zijde van zijn oom en grootmoeder bestaat aanvankelijk enige weerstand tegen het als onconventioneel beschouwde huwelijk, maar zijn moeder geeft haar zegen. Hij zet zijn eerste succesvolle stappen op het carrièrepad als jonge regent en er worden drie kinderen geboren.

Omgevallen boom op het dak van Landzicht, met zichtbare schade

In 1818 gaat er iets mis met zijn gezondheid. In 1820 neemt hij ontslag uit al zijn functies en wordt hij opgenomen in een gesticht in Delft. In 1822 overlijdt plotseling ook zijn vrouw. Zijn zoon vraagt de rechtbank om volledige curatele, die de rechter hem ook toewijst; Teding van Berkhout wordt daarbij beschreven als "van somber en zwaarmoedig uitzicht". Hij wordt eerst in Capelle aan den IJssel gehuisvest, waarna in overleg met de familie een klein buiten voor hem wordt gekocht.

Hij wordt op Landzicht tien jaar lang, tot aan zijn dood, verpleegd en verzorgd door twee verplegers en een huishoudster; in het dorp Kralingen wordt zorg voor de tuin ingehuurd. Hij wordt regelmatig bezocht door zijn drie minderjarige zonen; wanneer de oudsten meerderjarig worden, nemen zij de zorg over. Bij de verkoop na zijn overlijden beschrijven zijn beide volwassen zoons het huis als een pand met zes beneden- en bovenkamers, een meiden- en knechtenkamer, een mangel- en provisiekamer, een ruime keuken met een uitmuntende welpomp, een ruime zolder en kelder, een koetshuis, stallingen voor zeven paarden, een koeienstal en schuren voor verschillende bergplaatsen, welaangelegde plantsoenen, een koepel, moestuinen met broeierij, boomgaard en bos, met daarachter het weiland.

Het huis is later in bezit geweest van Cornelis van Houwelingen, die het landgoed tussen 1830 en 1840 ingrijpend liet veranderen. Na zijn dood wordt het huis voor 6.000 gulden verkocht aan Jan van Ommeren, lid van de bekende Rotterdamse cargadoorsfamilie. Vergeleken met de andere buitenplaatsen had het huis een vrij diepe voortuin, waardoor het fraai toont tussen de grote kastanjebomen. Het heeft een witgeverfde, bepleisterde voorgevel met een mooie verdeling tussen vensters en muurdelen, en oogt duidelijk als een huis uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

Van Ommeren verkoopt het huis in 1856, na het overlijden van zijn tweede vrouw op Landzicht, aan de firma N. en A.W. Hoos, touwslagers te Rotterdam en te Kralingen. Vanaf dat moment gaat Landzicht door het leven als fabrikantenhuis: op het park en op de weilanden erachter worden een touwbaan, loodsen, kantoren en arbeiderswoningen gebouwd.

Interieur van 's-Gravenhof: de hal met trap, jaren '50

Landhuis 's-Gravenhof — 's-Gravenweg 168

's-Gravenhof, de voormalige directiewoning van katoendrukkerij Non Plus Ultra, werd in 1723 gebouwd in Louis XIV-stijl, drie jaar nadat Pieter Barbet tien hectare grond aan weerszijden van de 's-Gravenweg kocht voor zijn drukkerij. Non Plus Ultra was destijds de belangrijkste katoendrukkerij van Rotterdam: op het bijna twee kilometer lange, smalle terrein lagen bleekvelden en drukloodsen, met sloten ertussen voor het spoelen van de stoffen. Koning Willem I bestelde er bedrukte textielkleden als geschenk voor sultans in Indië; één daarvan is bewaard gebleven in de collectie van het Rotterdams Museum.

's-Gravenhof, historische foto van het huis tussen de bomen

Na financiële problemen en de drooglegging van de Alexanderpolder verhuisde het bedrijf in 1867 naar de Oostzeedijk, waar het tot 1932 bleef bestaan.

's-Gravenhof in huidige staat

Het huis zelf bleef als landgoed bestaan. Van binnen is het nog verrassend authentiek: de licht hellende vloer op de eerste verdieping (voor het opslaan van textielrollen) maakte ook het plafond van de salon eronder scheef — geen verzakking, maar een herinnering aan het industriële verleden. In de 19e eeuw werden de 18e-eeuwse zijvleugels vervangen; de trap werd in 1937 aangepast.

Markante latere bewoners waren jhr. Pieter Feith (bestuurder bij Heineken), die na de oorlog het huis kocht, het park uitbreidde en er een actief sociëteitsleven leidde rond het Concours Hippique in het Kralingse Bos; en sinds 1982 jhr. Robert Boddaert, bekend als gast van Jort Kelder in Hoe heurt het eigenlijk?

Bewoners

  • Pieter Barbet (1720)
  • familie Van Eyck
  • familie Riemersma
  • Landt en Van Marle
  • familie Van Sillevoldt
  • P.R. Feith
  • gemeente Rotterdam
  • R. Koole
  • R.J.H. Boddaert (vanaf 1982)

Lees ook: buitenplaatseninnederland.nl — 's-Gravenhof

De Boogerd, straatgevel, circa 1930

De Boogerd — 's-Gravenweg 69

Bouwjaar: 1929

Stedenbouwkundige context

Om rijke Rotterdammers voor de stad te behouden, plande de gemeente eind jaren twintig villaparken. De Boogerd is onderdeel van de Kralingse 's-Gravenhof, een villapark met een rationeel stratenpatroon en een moderne uitstraling. Het werd ontwikkeld door de exploitatiemaatschappij N.V. 's-Gravenhof, bestaande uit Rotterdamse patriciërs, waaronder Van der Mandele. In 1925 maakte bureau Granpré Molière, Verhagen en Kok het bebouwingsplan.

Bouwgeschiedenis

Granpré Molière ontwierp dit woonhuis voor bankier Van der Mandele, directeur van de Rotterdamsche Bank Vereniging en initiatiefnemer van tuindorp Vreewijk. Van der Mandele kende het bureau Granpré Molière, Verhagen en Kok door hun samenwerking voor Vreewijk. Granpré Molière bouwde dit landhuis in de stijl van de Delftse School, waarvan hij de belangrijkste theoreticus was — een architectuurstroming waarin eenvoud en een terugkeer naar traditionele waarden, vormen en materialen centraal staan. De villa is een zuiver voorbeeld van een archetypisch woonhuis met een zadeldak en kleine ramen voor intimiteit binnen het gezin.

De Boogerd, tuingevel, circa 1930

Ontsluiting

Via een bruggetje bereikt men de voortuin met het woonhuis in het midden van de kavel. Links bevindt zich een garage met zadeldak en rechts een personeelsingang. Een tuinmuur verbindt woonhuis en garage en vormt zo een afgesloten voorhof.

Voorzieningen

Naast de voortuin is er op het zuiden een achtertuin met terras.

Aantal kamers

Negen kamers voor de familie; dienstvertrekken op zolder.

De Boogerd, straatgevel, 2011

Woonoppervlakte

Begane grond en eerste verdieping: ca. 315 m². Garage: ongeveer 20 m².

Constructie en materiaalgebruik

Kenmerkend voor de Delftse School zijn de gesloten, witte baksteenmuren en kleine vensters die ritmisch in de gevel zijn verdeeld. Het zadeldak met dakpannen is subtiel geaccentueerd. Venster- en deurkozijnen hebben een traditionele detaillering.

Restauratie

Sinds 1985 is De Boogerd een rijksmonument.

Landgoed Ypenhof, historische foto van het landhuis en bijgebouwen

Buitenplaats "Lindenhoff", later "De Ypenhof"

Landgoed Ypenhof Rotterdam (1931) — architect W. Kromhout

De Rotterdamse reder Archibald Hope kocht op 6 maart en 3 juni 1716 landerijen aan de 's-Gravenweg te Kralingen. Hij verbouwde de boerderij met herenkamer tot een landhuis dat hij Lindenhoff noemde. Samen met zijn vrouw Anna Claus en hun kinderrijke gezin bracht hij hier de zomers door. Bij zijn overlijden op 3 maart 1734 ging de buitenplaats over op zijn weduwe Anna.

Na het overlijden van Anna in 1753 werd het hele landgoed, ten overstaan van notaris Van Donk te Kralingen, verdeeld over de kinderen. Zacharias Hope kocht vervolgens zijn broers en zussen uit voor ƒ 13.000.

Ypenhof gezien over het water, met rieten kap

In een scheidingsakte van 1753 — waarbij kunstverzamelaar Jan Bisschop, wiens beroemde kunstcollectie later aan de familie Hope zou komen, als getuige optrad — werd de buitenplaats omschreven als een "heerenhuis, bouwhuis, tuinmanswoning, koetshuis, stalling, schuren, hooiberg en verdere getimmerte". De beelden, broeiramen en gereedschappen werden voor ƒ 703 afzonderlijk overgenomen.

De familie Hope hechtte er blijkbaar sterk aan om rustig op haar buitenplaats te kunnen wonen: meermalen kocht men omliggende boerderijen en landerijen aan, om ze later te verkopen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er nooit een fabriek, herberg of kolfbaan op gevestigd zou mogen worden.

Na het overlijden van Zacharias Hope kwam de buitenplaats in handen van zijn ongehuwde dochter Agatha Maria Hope, die hier op 6 december 1805 overleed. Haar erfgenamen verkochten het een klein jaar later aan de Rotterdamse zakenman Michiel Baelde, die de naam veranderde in Ypenhof.

Modern appartementencomplex De Ypenhof

Baelde bezat het tot 1827, toen hij de buitenplaats — mede namens de erfgenamen van zijn overleden vrouw Johanna Maria van Ravesteyn — publiekelijk liet verkopen, omschreven als "een wel aangelegde en zeer vermakelijk gelegen buytenplaats, genaamd Lindenhoff, met deszelfs logeabel heerhuys, bouwmanswoning, tuynmanshuys, stalling, koetshuys, salon en verdere getimmertens, met alle cieraden, ramen, lessenaars enz." De buitenplaats werd gekocht door Samuel Dunlop, als gemachtigde van makelaar Hendrik Willem Wachter, voor ƒ 11.750. Op 6 oktober van dat jaar kocht Teunis Henricus Visser het vervolgens.

Buitenplaats "Lindenhoff"

De familie Visser had het landgoed in 1914 nog in bezit, toen het huis ernstige brandschade opliep door onvoorzichtigheid van Belgische vluchtelingen. Er werden volop plannen ontwikkeld voor de toekomst: een nieuwe manege, een villawijk of een nieuw landhuis.

Reder A.J.M. Goudriaan kocht in 1920 het landgoed. Hij liet er zijn nieuwe huis bouwen naar ontwerp van de Amsterdamse architect Willem Kromhout, gereed in 1929. Naast het landhuis bouwde hij ook een gastenverblijf, maar liefst drie chauffeurswoningen, een portierswoning en een tuinderswoning. In 1927 verkocht Goudriaan de overtuin voor één gulden aan zijn architect Kromhout.

Toegangsbrug met opschrift Ypenhof en de gerestaureerde portierswoning

In de overtuin liet Kromhout zeven herenhuizen en drie villa's bouwen.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw raakte het huis in verval. Een projectontwikkelaar kocht het geheel in 1984, waarna een mysterieuze brand het huis in 1985 in de as legde.

Tegenwoordig staat er een luxueus appartementencomplex, De Ypenhof. Alleen de gerestaureerde portierswoning, de oorspronkelijke toegangsbrug en enkele oude bomen herinneren nog aan het voormalige, indrukwekkende buiten.

Aan de achterzijde van het perceel, aan de Kralingseweg, ligt een orangerieachtig gebouw waarvan ook wel gezegd wordt dat het de tuinmanswoning was. Dit gebouw maakt nu deel uit van een grote, fraaie villa genaamd Nieuw Ypenhof.

Portierswoning De Ypenhof met rieten kap, historische foto

Portierswoning "De Ypenhof"

Portierswoning met bijbehorende brug, hek en ommuring bij het voormalige landgoed "Ypenhof". De van oorsprong 18de-eeuwse buitenplaats werd in 1929 herbouwd in Amsterdamse Schooltrant, naar ontwerp van architect W. Kromhout, in opdracht van reder A.J.M. Goudriaan.

De portierswoning behoorde bij het in 1986 afgebrande villacomplex De Ypenhof, dat bestond uit een landhuis, een gastenverblijf en een chauffeurswoning, binnen een tuinaanleg van L. Copijn.

De uit twee woonlagen bestaande portierswoning is opgetrokken in baksteen op een onregelmatige plattegrond, onder een geprononceerd rieten mansardedak dat links en rechts doorloopt als lessenaarsdak boven de kleine uitbouwen van de aan de hoeken licht afgeschuinde, kubusvormige woning. De gevarieerde vensters zijn alle gevat in houten kozijnen.

In de voorgevel wordt het dak doorbroken door een rechthoekig zesledig venster, in de zijgevels door twee van boven ronde, gelede dakkapellen; in de nok bevinden zich aan weerszijden kleinere dakkapelletjes. De ingang, ingeleid door twee gemetselde treden, bevindt zich inpandig in de rechter uitbouw en wordt geaccentueerd door een natuurstenen latei, met een klein drieledig strookvenster voor de verlichting.

De voorgevel is symmetrisch geleed door een tuindeur, in de as van het erboven gelegen dakraam, en een krachtig omlijnde vensterstrook over de gehele breedte van de pui; in de linker uitbouw herhaalt zich deze vensterindeling op kleinere schaal. De woning vormt met de gemetselde brug — met zware pijlers en art-decohek — en de ommuring van het voorterras één sculpturaal geheel.

De portierswoning is in Rotterdam een zeldzaam voorbeeld van de Amsterdamse School en een beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de 's-Gravenweg, van algemeen belang uit oogpunt van architectuur- en cultuurhistorische waarden.

Huidige doeleinden: appartementencomplex De Ypenhof
Ligging: 's-Gravenweg 86, Laan van Ypenhof 4, Rotterdam

Boerderij Kralingenzigt, 's-Gravenweg 421, vóór de sloop

Boerderij "Kralingenzigt" — 's-Gravenweg 421

Alle oude historie is weerloos

De boerderij Kralingenzigt uit 1880 aan de 's-Gravenweg 421 is niet meer. Binnen een dag hadden slopers het karwei geklaard. Veel fietsers stopten en bleven even kijken; er was niemand die er geen pijn bij voelde. De boerderij wordt weer opgebouwd, maar dan in een namaakvariant. Er kon gekozen worden uit drie varianten: het huisje laten staan en restaureren voor 699.000 euro, de huidige woonboerderij volledig verwijderen voor 1,2 miljoen euro, of — voor 1,5 miljoen euro — een namaak-aanbouw van de ooit aanwezige stallen, zo werd gesuggereerd.

Sloop van boerderij Kralingenzigt

's-Gravenweg 421 was een oud huis in Rotterdam, ooit bewoond door vier families tegelijk. Iedereen vertrok, behalve Tante Lien. Zij werd ouder en kon het huis niet meer onderhouden; langzaam werd het overgenomen door vuil, schimmel en spinnen. De vele kelders en opkamertjes, te bereiken via trapjes, maakten van het huis een soort labyrint.

Interieur van Kralingenzigt, slaapkamer

Na het overlijden van Tante Lien bleef het huis onbewoond achter. De lange leegstand deed het geen goed, en de gemeente Rotterdam liet dit onbestraft begaan. De monumentenstatus en het beschermde dorpsgezicht konden het huis uiteindelijk niet redden.

Bewoonster bij het raam in Kralingenzigt

Fotografe Laura Zwaneveld maakte een ontroerende fotoreportage van de laatste dagen van Tante Lien en van de verlatenheid van het huis in die tijd. Nu hebben bulldozers en grijpers alle historie weggenomen — alleen de foto's resten voor het nageslacht.

Foto's: Laura Zwaneveld / www.lab183.nl

Hoeve Nooitgedacht, historische foto bij de sloot

Hoeve Nooitgedacht — 's-Gravenweg 190

Geschiedenis van Hoeve Nooitgedacht

De geschiedenis van Hoeve Nooitgedacht begint in 1852. Toen kocht Abraham (Bram) Graveland — bouwman, warmoezier (groentekweker) en winkelier, geboren in 1823 te Stolwijk en overleden op 3 februari 1895 in Rotterdam — de bouwmanswoning Nooitgedacht van Pieter van Dijk, meester vleeshouwer en spekslager, voor 4.500 gulden. De woning bestond uit een afzonderlijke voorwoning, koestalling, wagenschuur, hooiberg, werf en erve met een weiland.

Al op een kaart uit 1810 staat op deze plaats een woning getekend, die toebehoorde aan een opzichter van de katoenweverij-inrichting van de ernaast gelegen 's-Gravenhof "Non Plus Ultra" uit 1720. De relatie tot de bestaande opstal is echter onduidelijk. De huidige woning laat nog wel duidelijke stijlkenmerken zien van zuivelboerderijen uit West-Nederland.

De geschiedenis van de familie Graveland is nagelaten in de vorm van een dagboek. Abraham Graveland was tweemaal getrouwd. Met zijn eerste vrouw, de weduwe Elizabeth Verdood, had hij vijf kinderen; het oudste kind overleed op driejarige leeftijd aan cholera, het derde op eenjarige leeftijd op dezelfde wijze. Daarna werden nog een dochter en twee zoons geboren. Zijn vrouw overleed vervolgens plotseling op 47-jarige leeftijd, in 1866. Ook andere tegenslagen bleven de familie niet bespaard: tussen 1865 en 1867 stierf tot tweemaal toe de veestapel aan de pest, en Graveland zelf leed aan cholera en pokken, wat hij ternauwernood overleefde.

Kadastrale minuut met Nooitgedacht en Buitenzorg

Graveland was een strenggelovig mens, maar door alle rampspoed keerde hij zich af van het geloof — totdat hij, via een knecht, in aanraking kwam met een dominee uit Rotterdam. Na een dagenlange innerlijke strijd kwam hij weer tot het geloof, en vanaf dat moment ging alles voorspoediger. Hij vond een nieuwe echtgenote, Lena Saarberg; samen kregen zij negen kinderen, van wie er drie vroeg overleden.

De hoeve werd tot 1931 bewoond door zoon Johannes Gerardus Graveland. Later woonden diverse leden van de familie Schipper in de boerderij, tot 1961. Vanaf dat jaar werd de hoeve bewoond door beeldhouwer André Dalhuisen met zijn echtgenote Friedel Sterk; na het overlijden van haar man bleef zij er wonen tot 2008.

Toen Friedel Sterk het huis in 2008 verliet, bood de toenmalige eigenaar, het Woningbedrijf Rotterdam, het te koop aan. Daarin school een groot gevaar: sloop dreigde, omdat de hoeve niet op een monumentenlijst stond en net buiten het beschermd stadsgezicht Kralingen viel. Een comité trok zich het lot van de hoeve aan en ijverde met veel inzet voor het behoud ervan — met succes: de hoeve is alsnog als gemeentelijk monument aangewezen.

Hoeve Nooitgedacht vóór restauratie, overwoekerd

Omdat het pand inmiddels in slechte staat verkeerde, hebben de nieuwe eigenaren een uitgebreide restauratie laten uitvoeren en de hoeve voorzien van een eigentijdse achterbouw. Voor deze geslaagde restauratie ontvingen zij het monumentenschildje: het pand is weer in oude luister hersteld en heeft de status gekregen die het verdient.

Bouwgeschiedenis

De hoeve is rond 1850 als zuivelboerderij gebouwd en bestond uit een woning, kaaskelder, koestalling, wagenschuur, hooiberg, werf en weiland. In de jaren vijftig is het achterste gedeelte van de boerderij afgebroken. Begin deze eeuw verkeerde het pand in zeer slechte staat: het was ernstig verzakt en had veel vochtproblemen.

Stedenbouwkundige context

Vrijstaande boerderij met ingang in de voorgevel en een ruime tuin eromheen, op de hoek van de Laan van Nooitgedacht en de 's-Gravenweg — de eeuwenoude weg van Rotterdam naar Nieuwerkerk aan den IJssel, die bebouwd was met kleine boerderijen waarvan de meeste inmiddels zijn verdwenen.

Hoeve Nooitgedacht na restauratie, met eigentijdse achterbouw

Aantal kamers

Zes kamers: vier op de begane grond en twee op de verdieping.

Woonoppervlakte

Bruto vloeroppervlak 170 m², inclusief 46 m² kantoorruimte. Het huis is traditioneel gebouwd met gevels van baksteen, houten kozijnen, ramen en deuren, en een met pannen gedekt zadeldak. Het nieuwe volume heeft een houtskelet en is geheel met houten lamellen bekleed.

Restauratie en uitbreiding

In 2008 werd het ontwerp voor de restauratie en uitbreiding gemaakt door Architectenbureau di't. In 2009-2010 voerde aannemer Den Hoed uit Bergambacht het plan uit. In 2010 ontving de hoeve het monumentenschildje voor de restauratie van het Historisch Genootschap Roterodamum. Bij de restauratie is een nieuwe fundering gemaakt, zijn de daken vernieuwd, de kozijnen gerepareerd en is isolatie aangebracht. Bij het herstel van het oorspronkelijke volume is bewust gekozen voor contrasterend materiaal: de gevels en het dak van de uitbouw zijn bekleed met houten lamellen.

Hoeve Nooitgedacht nu monument

De hoeve Nooitgedacht aan de 's-Gravenweg 190 heeft het traditionele monumentenschildje van het Historisch Genootschap Roterodamum gekregen. Melanie Post van Ophem en Jack Fens van Roterodamum overhandigden de onderscheiding, bestaande uit een messing gevelpenning en een oorkonde, op Open Monumentendag aan de eigenaren Robert Pangalila en Gerard Jan van Leer.

Het boerderijtje en de bijbehorende schuur tegenover ons huis aan de 's-Gravenweg, kort voor de sloop

Het boerderijtje en het woningblokje tegenover ons huis

In het jaar dat wij op de 's-Gravenweg kwamen wonen is het boerderijtje en de bijbehorende schuur gesloopt. Op het perceel stonden prachtige grote kastanjebomen. Het boerderijtje lag direct aan de overkant van onze woning.

Sloopwerkzaamheden bij het boerderijtje

De laatste maanden woonden er een groepje van ongeveer vier krakers. Zij zijn nog op onze house warming party geweest op 31 mei 2008. Waren leuke mensen.

Van de geschiedenis van het boerderijtje is mij niets bekend. Misschien weet iemand iets? Ja, mail dan naar cvandergiesen@gmail.com.

Sloop van het boerderijtje aan de 's-Gravenweg
Het woningblokje aan de overkant van de 's-Gravenweg, gezien vanaf de eerste verdieping
Het boerderijtje en de schuur, gezien vanaf de overkant van de 's-Gravenweg

Aan de andere overkant van onze woning stond nog een woningblokje. Ook dat is in 2008 gesloopt.

Weet u iets over deze woning of de bewoners? Mail dan ook even. Bedankt.

Het woningblokje aan de overkant van de 's-Gravenweg, vóór de sloop

Hoofdstuk 4

Verhalen

Waar de vorige hoofdstukken de geschiedenis van de 's-Gravenweg in grote lijnen schetsen, komen in dit hoofdstuk de bewoners zelf aan het woord. Hun herinneringen — aan een buitenplaats, een tuin, een huis dat al generaties in de familie is — laten zien hoe de weg door de jaren heen is beleefd, naast en boven op de historische feiten.

Een deel van de verhalen hieronder komt uit de collectie 's-Gravenweg' van Verhalen van Rotterdammers, waar bewoners hun herinneringen als luisterverhaal hebben vastgelegd. Klik op "beluister het verhaal" om de audio te beluisteren.

"Toen ik jong was, zaten er wel dertig Valken op de 's-Gravenweg."

Maria van Donkelaar (Rotterdam, 1947) — beluister het verhaal

"Wij gingen niet naar de 's-Gravenweg, maar naar de Tuin. Zo noemden we dat."

Hennie (1944), Trudie (1946) en Jan (1952) van Zanten — beluister het verhaal

"Toen ik het mooie zwembad achterin de tuin zag, heb ik alle spaarvarkens stukgeslagen en de 's-Gravenhof gekocht."

Rob Boddaert (Rotterdam, 1939) — beluister het verhaal

"In die veertig jaar zijn we altijd bezig geweest met restaureren. Dat hadden we er met liefde voor over. Zo'n huis heb je te leen."

Annetje Roorda Boersma (Rotterdam, 1950) — beluister het verhaal

"Mijn vader heeft die mensen uitgekocht en Rijkswaterstaat de opdracht gegeven dat terrein op te hogen om daar een tuin van te maken. Dat is nu de mooiste tuin van Kralingen."

Birgitta Feith (Amsterdam, 1940) — beluister het verhaal

"Bij Kees Mulder in de Vijverlaan verzamelden we om wedstrijdjes te fietsen of Concours Hippique te spelen. Dan bouwden we hindernissen in zijn tuin van allerlei stoelen en tafels."

Jaap van Waning (Rotterdam, 1946) — beluister het verhaal

"Architect Kromhout heeft hier een betonnen bassin laten maken, daarop is het huis gebouwd. Dat is geweldig, want die kelders zijn zo droog als het maar kan."

Edzard van Citters (Soerabaja, 1931) — beluister het verhaal

Onderdeel van luistervoorstelling Verhalen van de 's-Gravenweg, deel 1 en van de collectie Verhalen van de 's-Gravenweg.

"We weten dat de 's-Gravenhof en Buitenzorg hier staan en sommigen kennen de vroegere Ypenhof nog. Maar er zijn hier waarschijnlijk wel dertig tot veertig buitenplaatsen geweest."

Robert Jan Ligthelm (Voorburg, 1946) — beluister het verhaal

Het Kralingen van jonkheer Rob Boddaert

Een buurt leer je het beste kennen door de ogen van een kenner. Of, in dit geval, een connaisseur. Jonkheer Rob Boddaert (1939) woont zijn leven lang in Kralingen. Hij vertelt – aan de hand van zijn levensgeschiedenis – over plekjes die hem dierbaar zijn.

"De wind in je snuit aan de Kralingse Plas, heerlijk!"

Rob Boddaert (1939) — lees het verhaal
Portret van jonkheer Rob Boddaert

Interview met Rob Boddaert (Rotterdam, 1939)

Jonkheer Rob Boddaert en zijn vrouw wonen vanaf 1982 in Landhuis 's-Gravenhof aan de 's-Gravenweg. Het monumentale pand herbergde vroeger een directeurswoning van katoendrukkerij Non Plus Ultra. Twee oprijlanen, een ophaalbrug en een landgoed van ettelijke hectaren vervolmaken het plaatje.

"Wij behoren tot de elite van Nederland. Mooier kan ik het niet maken, dat is gewoon zo."

Jonkheer Robertus Joan Henri Boddaert bewoont sinds 1982 het oudste huis van Kralingen: de 's-Gravenhof, een monumentaal pand uit 1723. De familie Boddaert vindt haar oorsprong in Vlaanderen, van waaruit zij tijdens de vervolging van Luther naar Nederland vluchtten. Daarna hebben de Boddaerts bijna 400 jaar in Zeeland gezeten, op Walcheren. Bij de totstandkoming van het koninkrijk onder Willem I werd zijn voorvader geadeld. Rob Boddaerts grootvader werd nog als laatste in Middelburg geboren.

Na een studie chemie in Duitsland verhuisde zijn grootvader naar Rotterdam, omdat deze stad rond 1900 bruisend was geworden qua haven en industrie: dat was de toekomst. Daar werkte hij vanaf het begin van de twintigste eeuw in het chemisch laboratorium Dr. A. Verwey aan de Coolhaven — een "havenlaboratorium" dat monsters onderzocht van lading afkomstig van tankers en bulkcarriers, afgemeerd in zeehavens over de hele wereld. In 1984 werd Rob Boddaert eigenaar-directeur van het laboratorium; het bedrijf is meer dan honderd jaar geleid door drie generaties Boddaert.

Boddaert groeide op aan de Kralingse Plaslaan, op de hoek van de Ramlehstraat, vlak aan de Kralingse Plas. Voor de woningen in de lage flatjes bestond een officieuze ballotagecommissie: "Je moest iets in de melk te brokkelen hebben. Op het niveau van cultuur en beschaving dan hè, niet qua money." Als klein jongetje maakte hij er de oorlogsjaren mee. Zijn vader — een verzetsman — werd weliswaar verraden, maar kon dankzij een waarschuwing tijdig vluchten. De Boddaerts hielden zich verre van zwarte handel: "Als gentleman deed je dat natuurlijk niet. Dat is immoreel." De familie kwam redelijk ongeschonden de oorlog door. "Mijn jeugd was schitterend, want ik had alles om me heen. Ik zat bij de scouting, de zeeverkenners. Ik was verzot op zeilen en gek op de Kralingse Plas. In die tijd was er minder bebouwing en het kon geweldig waaien over het water. Heerlijk. De wind in je snuit, daar hou ik van. Ik ben een heel vrij mens en hou erg van de natuur. Dat punt bij de Plasmolens, wat nu De Tuin heet, daar ben ik mijn hele leven gekomen. Vroeger was dat een waanzinnig mooi restaurant, met de klassieke flambeertrolley voor de boeuf stroganoff. Je ziet daar zo die rode bal wegzinken in de plas, prachtig."

Het verschil tussen Oost en West

Kralingen is mooi, Kralingen is chique, Kralingen is oud geld — allemaal waar. Maar Kralingen is ook de Vlietlaan, met zijn belwinkels, Turkse slagers en leegstaande pandjes. Of de Gerdesiaweg met zijn nieuwbouw: twee gebiedjes waar het gemiddelde inkomen een stuk lager ligt dan bijvoorbeeld de Vijverlaan. Het verschil is te verklaren uit de geschiedenis. Het oude dorp Kralingen werd langzaam verzwolgen door de turfstekerij. Ongeveer tegelijkertijd — eind zeventiende, begin achttiende eeuw — bouwden veel welgestelde Rotterdammers buitenplaatsen in Kralingen, om de door ziektes en stank geteisterde stad te ontvluchten. Bekende voorbeelden zijn Lusthof, Trompenburg, Jericho en Vredenhof.

Eind achttiende eeuw kwam ook steeds meer industrie naar Kralingen, zoals branderijen, houtzaagmolens en touwslagerijen. Een groot deel van de plassen werd drooggelegd en het tweede Kralingen kreeg vorm, met als nieuw hart de Viersprong: de huidige kruising van Hoflaan, Kortekade, 's-Gravenweg en Oudedijk. Met de industrie kwamen ook de arbeiders naar Kralingen. Vooral nadat Rotterdam het voormalige dorp had geannexeerd, werden er in Kralingen-West in hoog tempo kleine arbeiderswoningen gebouwd, terwijl Oost zich ontwikkelde tot woongebied voor de welgestelde Rotterdammer. Boddaert: "De Jeruzalemstraat, de Betlehemstraat, Jaffa: dat waren allemaal arbeidersbuurten. Dat was niet best toen hoor, hoe die arbeiders moesten wonen. Dat stuk rondom de Vlietlaan, wat nu allemaal is afgebroken, dat waren echt de allergrootste achterbuurten van Rotterdam. De verschillen in Kralingen waren enorm en dat zijn ze eigenlijk nog steeds."

Bevoorrecht

Boddaert woonde aan de "goede" kant van Kralingen. "Ja, ik ben volstrekt bevoorrecht opgegroeid. Met een kinderjuffrouw en dienstbodes. Dat had je toen allemaal nog. Misschien dat ik daardoor nu aan de ouderwetse kant ben. Ik houd het graag bij het oude. Zeker vroeger was ik een fervent tegenstander van televisie. Mijn vader had destijds een televisie aangeschaft en die stond bij ons in de library. Ik vond dat een aanfluiting: een jaar lang ben ik die kamer geblinddoekt binnengekomen als de televisie aanstond, uit protest. Pas tijdens het wereldkampioenschap voetbal heb ik de blinddoek afgeworpen. Dat voetballen vond ik toch mooi!"

Jonkheer

Hoe is het om als jonkheer op te groeien? "Toen ik klein was, interesseerde het me niet zo. Maar je krijgt natuurlijk wel van kinds af aan iets mee. Wij behoren tot de elite van Nederland. Mooier kan ik het niet maken, dat is gewoon zo. Je moet je in elk geval netjes gedragen, je hebt toch een beetje een voorbeeldfunctie. En ik ben uiterst kieskeurig met wie ik omga. Hier hebben altijd relatief veel mensen gewoond die het hoog in hun bol hebben. Je moet gewoon vriendelijk zijn, tegen iedereen. Mensen die uit de hoogte doen tegen hun personeel — rubbish. Daar heb ik van kinds af aan tegen gevochten, want ik zag hoe dienstbodes soms behandeld werden."

Klassiek Kralingen

Boddaert doorliep een klassieke Kralingse opvoeding: eerst de Kralingsche School, daarna het Libanon Lyceum. Hij was lid van het Kralings zwembad (het enige zwembad in Nederland met een ballotagecommissie), secretaris van herensociëteit Eendragt maakt Magt en speelde cricket bij Victoria. Maar, zo benadrukt hij: "Ik heb vrienden in alle lagen van de bevolking. Als kind kwam ik ook in de armere buurten, bij de jongetjes thuis die ook welpen waren. Dat waren eenvoudige mensen en enorm aardig, met een potkachel in het midden van de kamer, terwijl wij centrale verwarming hadden. Ik was me wel bewust van de verschillen — dat kwam vooral door de Kralingsche School. Die school is gesticht door een paar importlui in Kralingen die zich buitengewoon stoorden aan het platte Rotterdamse accent: 'Wij moeten een eigen school oprichten waar behoorlijk Nederlands gesproken wordt.' Door die elitaire lagere school was ik me meer bewust van de verschillen. De kledij was anders dan op de volksscholen en we leerden al in de derde klas Frans spreken."

Kralingen versus Hillegersberg

Als het om geld en beschavingsniveau gaat, wordt Kralingen — zeker in de media — vaak afgezet tegen Hillegersberg: in Kralingen zou het oude geld wonen, de echte chic, terwijl Hillegersberg een pleisterplaats is voor het nieuwe geld. Boddaert nuanceert: "Ik heb niets tegen Hillegersberg, daar wonen heel aardige lui. Het gaat om het karakter. Ik heb bewondering voor mensen die zelf vanaf de grond een bedrijf opbouwen en tot een succes maken. Laten we zeggen: hoe beschaafder je bent, hoe minder pronkzucht je hebt. In Kralingen wonen relatief toch meer beschaafde mensen."

Een van zijn ergernissen: "De Maas is natuurlijk een schitterende rivier, maar ik stoor me dagelijks aan dat afschuwelijke Tropicana. Dat had daar nooit mogen komen. Op het moment dat die boel failliet was, had er een flinke wethouder moeten zijn om dat af te laten breken. Het belemmert het vrije uitzicht op de rivier. Weg ermee."

Eigen haard

Een van Boddaerts lievelingsplekjes is Trompenburg Tuinen & Arboretum, het voormalige landgoed aan de Honingerdijk met zijn bijzondere collectie bomen, struiken en vaste planten. Maar het ultieme plekje in Kralingen is zonder twijfel zijn eigen tuin. Wie wil, kan er rustig een uur wandelen zonder dat het huis al in zicht komt. De grasvelden, de sloten (uitlopers van de Kralingse Plas), de borders, de geschoren buxussen, de bijenkasten: het onderhoud houdt hemzelf, de imker en de tuinman aardig van de straat. Verspreid over het terrein staan diverse bouwsels en "hutten", deels door hemzelf in elkaar gezet. "Ik hou van timmeren en ben gek op kunst. Wat ik dus doe is artistiek timmeren." Zo is er een groepje statafels onder een afdak ("Hier kun je lekker roken") en zijn eigen mannenhut, met luie stoelen, boeken, een schaakspel en diverse alcoholische versnaperingen.

Verdriet

Vroeger gaven de Boddaerts regelmatig grote feesten; die tijd is voorbij. Ook de piano is de deur uit. Voor feesten was geen plek meer na het overlijden van hun dochter in 2007 — eerder verloren ze ook al een zoon. "Ik heb een mooi leven gehad. Maar er is wel altijd het verdriet van het verliezen van twee van mijn drie kinderen. Over dat soort dingen heb je niets te zeggen in het leven. Je hebt het te aanvaarden." Wat helpt, is zijn favoriete stukje tuin: "In de schaduw onder de beuk op een warme dag. Potje schaak, een glas bier erbij."

Ook te bekijken:

Mevrouw Boekhout voor haar woning aan de 's-Gravenweg, met kerstversiering

Mevrouw Boekhout — geboren en getogen aan de 's-Gravenweg

Ze is er geboren en getogen, maar als de plannen van de gemeente doorgaan moet de 92-jarige mevrouw Boekhout haar woning in Rotterdam nu echt uit. De hoogbejaarde vrouw is zeer gehecht aan haar ouderlijk huis, maar blijven kan niet. "Wat is nou die paar jaar?"

De vrijstaande woning waar de wieg van mevrouw Boekhout stond, staat aan de 's-Gravenweg in Rotterdam-Kralingen. Haar ouders trokken er in hun jonge jaren in om een boerderij te beginnen. "Je moest toen als kind wel helpen op de boerderij, maar je had de vrijheid om te spelen."

Net nadat mevrouw Boekhout trouwde, ging ze het huis uit. In 1972 kwam ze terug, toen haar ouders overleden. "Toen woonde ik hier gelukkig weer, maar we moesten wel doorgaan met het boerenbedrijf. Met de erfenis van 200 euro kocht ik een kalfje, daarna kocht ik nog een kalfje en zo zijn we verdergegaan."

Dat mevrouw Boekhout een keer uit de oude boerderij moet, weet ze al heel lang. De oude boerderijen zouden een halve eeuw geleden al gesloopt worden. Omdat daar toen veel weerstand tegen was, heeft de gemeente de panden opgekocht. Bewoners mochten er met een zogenoemd pachtcontract gratis blijven wonen, met de voorwaarde dat die deal een keer zou aflopen; bewoners moesten de boel wel zelf onderhouden. Die pachtcontracten zijn meerdere keren verlengd.

In 2018 kwam er een brief van de gemeente: de bewoners moesten er alsnog uit. De gemeente sleepte mevrouw Boekhout toen voor de rechtbank. Die oordeelde dat jaar dat de hoogbejaarde bewoonster er tot april 2024 mag blijven, en daarna de sleutels moet inleveren. Mevrouw Boekhout hoopt er zo lang mogelijk te blijven, omdat ze zo gehecht is aan de woning. "Het huis is eigenlijk ons huis geworden. Mijn ouders woonden er al, we moesten het onderhouden en dan voelt het van jou."

Zodra ze de woning moet verlaten, is ze woningzoekende in een moeilijke tijd. "Waar moet ik dan heen? Er zijn geen huizen en voor de verzorgingshuizen ben ik nog te goed."

De gemeente heeft meegeholpen zoeken naar alternatieve woonruimte: "Er zijn haar verschillende woningen aangeboden, maar helaas heeft dit nog niet tot een oplossing geleid", aldus de gemeente. Hulp van de gemeente om een nieuwe woning te vinden, wil mevrouw Boekhout echter niet. Liever hoort ze dat ze in de woning kan blijven. "Ik wil er blijven zitten totdat het niet meer gaat. Het is dan alleen nog maar voor die paar jaar."

Hoewel mevrouw Boekhout niet gewend is om hulp te vragen, doet ze wel een dringende oproep aan burgemeester Aboutaleb: "Strijk je hand over je hart en laat me hier blijven wonen. Totdat het niet meer gaat."

Veel aandacht voor het verhaal van mevrouw Boekhout, kleindochter start petitie: dehavenloods.nl.

Hoofdstuk 5

Architectuur - Wandelroute: Historisch Kralingen - Woningmarkt

Voor de geïnteresseerde wandelaar biedt Kralingen een opmerkelijke staalkaart van architectuur.

In 1865 verrees tussen de weilanden de Waterloostraat, vooral gebouwd vanuit commerciële motieven. Anders was dat bij de Avenue Concordia, die achttien jaar later werd aangelegd. Daar verschenen woningen in neorenaissancestijl, afgewisseld met Jugendstil.

Ook aan de Voorschoterlaan, aanvankelijk Avenue Prins Alexander geheten, staan panden van bekende Rotterdamse architecten als Hooykaas, Van Waning en Molenbroek. Hier bevindt zich ook het hofje Uit Liefde en Voorzorg, ontworpen door B. Hooijkaas jr. voor oudere dienstbodes.

Ook de wederopbouwarchitectuur is vertegenwoordigd, bijvoorbeeld door het woongebouw van E.A.H. en H.M.J.H. Kraaijvanger op de hoek van Oostzeedijk en Assendelftstraat en het woongebouw aan de Touwslagersstraat met woningen voor alleenstaanden.

Op het terrein van de voormalige gasfabriek verschenen later projecten van onder anderen Carel Weeber. Het oecumenisch centrum aan de Oostmaaslaan was een verzoeningsgift van de Duitse Evangelische Kerk. Gerrit Rietveld was een van de architecten, maar overleed vóór de oplevering in 1968.

Aan de Ben Goerionstraat staat het opvallende kinderdagverblijf Woeste Willem, herkenbaar aan zijn karakteristieke staalconstructie.

Aan de 's-Gravenweg bevindt zich Kuyl's Fundatie. Dit neoclassicistische hofje uit 1814 stond oorspronkelijk aan de Schiekade en werd daar steen voor steen afgebroken en aan de 's-Gravenweg herbouwd.

Ook de Essenlaan kent bijzondere architectuur: panden van Kromhout, een chalethuis van J. Stok Wzn. uit 1903 en, op nummer 77-79, een dubbel woonhuis van W. van Tijen in de stijl van het Nieuwe Bouwen.

Van de Kralingse kerken springen twee voorbeelden eruit. De St. Lambertuskerk van E.J. Margry aan de Beneden Oostzeedijk werd in 1878 in neogotische stijl gebouwd. De Nederlands Hervormde kerk aan de Hoflaan, tegenwoordig PKN, dateert uit 1841 en werd ontworpen door A. Roodenburg. Het is een zogenaamde Waterstaatskerk.

Ook het Nieuwe Bouwen is prominent aanwezig. Aan de Kralingse Plaslaan staat de tien verdiepingen hoge flat van Van Tijen en Maaskant. Achter deze flat ligt Jaffa, met de voor de naoorlogse stedenbouw karakteristieke laagbouw in strokenverkaveling.

Eveneens aan de Kralingse Plaslaan staat het woonhuis dat Brinkman en Van der Vlugt ontwierpen voor C.H. van der Leeuw, directeur van de Van Nellefabriek. Nummer 88 laat zien hoe deze architectonische traditie later in een modernere vorm werd voortgezet.

Wie Kralingen te voet verkent, moet daarom niet alleen naar de bekende lanen kijken. Ook rond de Slotlaan en Vijverlaan is de geschiedenis nog volop zichtbaar. Wandel rustig, kijk omhoog en om u heen: in Kralingen liggen verschillende eeuwen Rotterdamse geschiedenis soms letterlijk naast elkaar.

Wandelroute: Historisch Kralingen

Wie Kralingen te voet verkent, ontdekt meer dan statige lanen en monumentale villa's. Juist rond de Slotlaan en Vijverlaan zijn de sporen van het oude Kralingen nog verrassend goed bewaard gebleven. Hier liggen buitenplaatsen, historische waterpartijen en monumentale bomen naast woonhuizen uit verschillende eeuwen. Wandel rustig, kijk omhoog en om u heen: in Kralingen ligt ruim zeven eeuwen geschiedenis soms letterlijk naast elkaar. Neem een lunchpakket en een thermosfles koffie of thee mee. Langs de 's-Gravenweg zijn geen horecagelegenheden. Voor een hapje en een drankje kunt u terecht in de Lusthofstraat, waar diverse cafés en restaurants zijn gevestigd.

Bereikbaarheid

  • Metro: Voorschoterlaan of Gerdesiaweg (lijn A, B en C).
  • Tram: Lijnen 7 en 21 richting Kralingen.
  • Fiets: Vanaf station Rotterdam Centraal circa 15 minuten.
  • Parkeren: Betaald parkeren in de wijk; beperkte parkeergelegenheid in de directe omgeving.

Lengte van de wandeling

  • Route: Slotlaan – Vijverlaan – Hoflaan – Oudedijk – Kortekade – terug via de Kralingse Plas (of een kortere variant).
  • Afstand: circa 3 tot 5 kilometer.
  • Wandeltijd: 1½ tot 2 uur, exclusief pauzes.

Bezienswaardig

  • Monumentale villa's en voormalige buitenplaatsen.
  • Restanten van het historische dorpslint van Kralingen.
  • De Hoflaan en Oudedijk, eeuwenoude verbindingswegen.
  • Monumentale bomen en historische waterpartijen.
  • De Kralingse Plas en het Kralingse Bos.
  • Bruggen, singels en karakteristieke straatgezichten.

Woningmarkt

Eén van de meest geliefde historische woonlinten van Rotterdam

De 's-Gravenweg behoort al eeuwenlang tot de meest bijzondere woonlocaties van Rotterdam. Waar de meeste stadswijken in de twintigste eeuw ontstonden, heeft deze eeuwenoude dijkweg zijn landelijke karakter grotendeels behouden. Vrijstaande villa's, monumentale boerderijen, rietgedekte woningen en moderne architectuur staan hier zij aan zij, omgeven door oude bomen, water en veel groen.

De ligging is uitzonderlijk: binnen vijftien minuten fietsen bent u in het centrum van Rotterdam, terwijl de omgeving de rust uitstraalt van een buitengebied. Die combinatie van ruimte, historie en bereikbaarheid maakt de 's-Gravenweg tot een van de meest gewilde woonlocaties aan de oostkant van de stad.

De woningmarkt in één oogopslag

Infographic: Wonen aan de 's-Gravenweg — de woningmarkt in één oogopslag, met gemiddelde vraagprijs, ligging en woonprofiel
Infographic: Wonen aan de 's-Gravenweg — indicatieve prijsniveaus voor vrijstaande woning, luxe villa aan water en monumentale buitenplaats

Deze cijfers zijn gebaseerd op 74 woningen die het afgelopen jaar zijn verkocht in 's-Gravenland. Rotterdam-breed laat de woningmarkt de afgelopen jaren een duidelijke waardestijging zien; voor het actuele beeld en de prijsontwikkeling van specifieke woningen is de Funda-buurtpagina de beste bron.

Bron: funda.nl — woningmarkt 's-Gravenland, Rotterdam

Hoofdstuk 6

Woordenlijst

Een aantal historische en streekgebonden termen dat op deze site voorkomt, kort toegelicht:

ambacht

middeleeuws bestuurlijk gebied, voorloper van de latere gemeente

baljuw

middeleeuwse ambtenaar belast met bestuur en rechtspraak namens de graaf

buitenplaats

landhuis met tuin, oorspronkelijk zomerverblijf

erfdochter

enige dochter die als erfgename het familiebezit overerft

gemaal

(stoom)installatie die water uit een polder omhoog pompt

heerlijkheid

gebied waarin een heer bestuurlijke macht en rechtspraak uitoefende

hofje

kleinschalig woonhofje rond een erf

knotten

periodiek terugsnoeien van wilgen voor griendhout

kwakel

smal voetbruggetje over een sloot

leenstelsel

middeleeuws stelsel waarbij grond en macht in ruil voor trouw en diensten werden uitgeleend

limes

noordgrens van het Romeinse Rijk, hier gelegen langs de Oude Rijn

slagenlandschap

lange, smalle kavels loodrecht op de ontginningsas

turf

gedroogd veen, eeuwenlang gebruikt als brandstof

veen

drassige, organische bodem, moeilijk te bebouwen zonder ontwatering

Waterstaatskerk

negentiende-eeuwse standaardkerk, gebouwd met steun van het Rijk

Hoofdstuk 7

Artikelen - Video's - Beeldbanken & archieven - Monumentenlijsten

Voor wie dieper wil graven: hieronder een selectie van artikelen van derden over de geschiedenis van Kralingen en Rotterdam, die goed aansluiten bij de onderwerpen op deze site. Klik op een titel om het volledige artikel te lezen op de website van de oorspronkelijke bron.

Tjomp, tjomp, tjomp: graven bij de dam waar Rotterdam in 1270 ontstond

Een reportage over archeologisch onderzoek bij de dam in de Rotte, de plek waar Rotterdam rond 1270 zijn oorsprong vindt.

Kralingen — De wederopbouw in detail

In het naoorlogse Kralingen komt vooral veel woningbouw tot stand. De eisen aan deze woningen zijn hoog.

Kralingen in kaart

Het vooroorlogse Kralingen kende een heel ander stratenplan dan het gedeelte dat na het bombardement werd opgebouwd. De groenstroken werden verlegd en er kwam veel woningbouw in blokken. Aan de hand van kaarten wordt de ontwikkeling van Kralingen-West getoond.

Woningnood

Kralingen-West werd tijdens het bombardement op 14 mei 1940 zwaar getroffen. Er ontstond grote woningnood en na de oorlog werd fors geïnvesteerd in de wederopbouw.

Kralingen

Bij het bombardement van Rotterdam ligt de focus altijd op de verwoesting van het centrum. Maar de wijk Kralingen was minstens zo zwaar getroffen: door de westenwind drong de brand na het bombardement diep in deze, oostelijk van het centrum gelegen, wijk door.

Het ontstaan van het Kralingsebos

Het verhaal achter het ontstaan van het Kralingse Bos.

Rotterdam, een stad van vele dorpen

Rotterdam is ontstaan uit vele dorpen, ambachten en heerlijkheden die ooit zelfstandig functioneerden en die in de loop der eeuwen samen de bonte lappendeken zijn gaan vormen die we nu Rotterdam noemen. Het is een geheel, maar toch ook weer niet: iemand "uit Kralingen" komt echt ergens anders vandaan dan iemand die geboren is "op Pernis" of "op Katendrecht". Rotterdam dankt zijn naam aan een dam in de Rotte en ontstond in een tijd dat er nog sprake was van een leeg landschap waarin langzaam maar zeker structuur werd aangebracht — enerzijds door menselijk ingrijpen, anderzijds door natuurlijke omstandigheden zoals overstromingen en klimaatverandering. Vanuit kleine nederzettingen werd het land bewerkt, rivieren bedijkt, nieuw land ingepolderd en wegen aangelegd. Door de eeuwen heen ontstonden zo dorpen en ambachten die door de groei van de stad langzaam maar zeker werden opgeslokt en door annexatie onderdeel zijn geworden van de stad zoals we die nu kennen.

Video's

Bibliotheekcollege De Kralingse Buitenplaatsen

Robert J. Ligthelm, auteur van het boek De Kralingse Buitenplaatsen van de 16e tot 21e eeuw, vertelt over de buitenplaatsen, waarvan Kralingen er ooit veertig telde — van de meer dan 40 buitenplaatsen resteren er nog slechts vijf. De gepensioneerde Rotterdamse internist geeft een chronologische beschrijving van alle lusthoven, zowel wat de geschiedenis als de opeenvolgende bewoners betreft, en behandelt unieke kenmerken als de vervlechting van industrie met bewoning, de rol van immigrantenfamilies, kwakelbruggen en "lease"-buitenplaatsen. Voor het boek is veel, deels niet eerder gepubliceerd, beeldmateriaal gebruikt.

Bernard geeft kakkertours door Kralingen: "Die huizen zijn minstens twee miljoen waard"

Rotterdam staat bekend als een arbeidersstad, maar dat betekent niet dat er geen kakkers wonen. De geboren en getogen Rotterdammer Bernard Kats geeft zogeheten kakkertours door Kralingen. "De wijk is wel veranderd." De duurste straat van Rotterdam ligt nog steeds in Kralingen: de Vijverlaan. "Daarmee verslaat het op een of andere manier de Straatweg uit Hillegersberg", zegt Bernard enigszins verbaasd. Hoeveel de huizen waard zijn die de tour passeert? "Minstens 2 miljoen euro." Op de vraag in welk huis hij het liefst zou wonen, is hij duidelijk. Lachend antwoordt hij: "Daar woon ik al."

Beeldbanken en archieven

Voor wie zelf verder wil zoeken in historisch beeldmateriaal, twee ingangen bij de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam:

Beeldbank — trefwoord 's-Gravenweg

Alle foto's en ander beeldmateriaal in de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam met het trefwoord 's-Gravenweg.

Beeldbank — trefwoord Oudedijk

Alle foto's en ander beeldmateriaal in de beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam met het trefwoord Oudedijk.

Monumentenlijsten

Kralingen en Kralingen-Crooswijk tellen een groot aantal beschermde monumenten. Onderstaande lijsten geven een overzicht:

Rotterdam Kralingen Crooswijk telt 61 rijksmonumenten

Rotterdam Kralingen Crooswijk heeft in totaal 61 rijksmonumenten (status 22 februari 2014).

Lijst van rijksmonumenten in Kralingen

Overzicht van alle rijksmonumenten in Kralingen, met adres en korte omschrijving.

Lijst van gemeentelijke monumenten in Kralingen-Crooswijk

Overzicht van de gemeentelijke monumenten in Kralingen-Crooswijk.

Wat vindt u van deze website?

Deze website over de geschiedenis van de 's-Gravenweg is nog volop in ontwikkeling. Ik hoor daarom graag wat u ervan vindt: wat vond u het meest interessant? Wat kan beter, of ontbreekt er nog? En heeft u zelf informatie, foto's of verhalen die een aanvulling zouden zijn? Een paar zinnen zijn al enorm waardevol — mailt u mij gerust op onderstaand adres.